Deel 2 — De waarheid achter de kloostermuren
Drie keer.
Die gedachte bleef maar door het hoofd van Moeder Caridad spoken terwijl ze met trillende vingers het nummer van dokter Paloma intoetste.
Drie zwangerschappen.
Drie kinderen.
En geen enkele man had ooit toestemming gehad om het klooster binnen te komen.
Maar deze keer was er iets anders.
Die medische tape.
Caridad keek er opnieuw naar. Het kleine witte strookje lag in haar handpalm als een onbeduidend stukje afval, maar voor haar voelde het alsof ze een deur naar een verschrikkelijke waarheid had geopend.
De telefoon ging over.
Eén keer.
Twee keer.
Drie keer.
Toen werd er opgenomen.
“Dokter Paloma?”
Aan de andere kant bleef het enkele seconden stil.
“Ja, Moeder Caridad?”
“Ik moet u onmiddellijk spreken. Het gaat over Esperanza.”
De stem van de dokter veranderde.
“Wat is er met haar?”
“Ze zegt dat ze opnieuw zwanger is.”
Weer stilte.
Deze keer duurde die veel langer.
“Dat is onmogelijk,” zei dokter Paloma uiteindelijk.
Caridad voelde een koude rilling over haar rug lopen.
“Dat was precies wat ik wilde horen.”
“Waar bent u?”
“In mijn kantoor.”
“Sluit de deur.”
Caridad keek instinctief naar de deur.
“Waarom?”
“Omdat ik niet wil dat iemand ons gesprek hoort.”
Die woorden maakten haar nog banger.
Ze liep naar de deur, draaide het slot om en keerde terug naar de telefoon.
“Hij zit op slot.”
“Goed. Luister nu heel goed naar me, Moeder. U mag Esperanza voorlopig niets vertellen. Zeg niet dat u mij hebt gebeld. En vooral… laat niemand haar alleen met u praten.”
Caridad kneep haar ogen dicht.
“Dokter, wat weet u?”
“Ik weet nog niet genoeg.”
“U weet meer dan u zegt.”
Een lange stilte.
Toen fluisterde dokter Paloma:
“Breng me dat tapeje.”
Caridad keek naar het witte strookje.
“Waarom?”
“Omdat ik denk dat het niet van een behandeling afkomstig is.”
Caridad slikte.
“Wat denkt u dan?”
“Ik denk dat iemand Esperanza medisch heeft onderzocht zonder dat u daarvan wist.”
Caridad voelde haar maag samentrekken.
“Maar u bent de enige arts die het klooster bezoekt.”
“Ik weet het.”
“Dan wie…?”
“Dat is precies wat we moeten uitzoeken.”
Op dat moment klonk er een zachte tik tegen de deur.
Caridad verstijfde.
“Moeder?”
Het was Esperanza.
“Ik heb het flesje voor Miguel klaargemaakt.”
Caridad keek naar de telefoon.
Dokter Paloma fluisterde:
“Zeg niets.”
Caridad verborg het tapeje snel in haar mouw.
“Kom binnen.”
De deur ging open.
Esperanza stond daar met de baby in haar armen.
Maar deze keer zag Caridad iets in haar ogen wat ze eerder niet had opgemerkt.
Angst.
Heel even.
Zo snel dat ze bijna dacht dat ze het zich had verbeeld.
“Is alles goed, Moeder?”
“Ja.”
“U ziet er bleek uit.”
“Ik ben alleen moe.”
Esperanza glimlachte.
Maar haar ogen glimlachten niet mee.
“U hoeft zich geen zorgen te maken.”
“Waarover?”
“Over mijn zwangerschap.”
Caridad voelde haar hart sneller slaan.
“Ik maak me geen zorgen.”
“Jawel.”
Esperanza keek haar recht aan.
“U bent bang.”
Caridad wist niet wat ze moest antwoorden.
Toen liep Esperanza naar het raam.
“U bent al vanaf de eerste keer bang.”
“Waarom zeg je dat?”