Een vredig ziekenhuisverblijf dat onverwachte hoop bood.

Vanaf dat moment begon hij me te bezoeken.
Elke avond, vlak voordat iedereen op de afdeling naar bed ging, kwam er een verpleegkundige langs mijn kamer. Hij had nooit haast. Hij sprak zachtjes en kalm en vroeg hoe het met me ging, of ik water nodig had en of ik me comfortabel genoeg voelde om te rusten. Soms legde hij mijn deken recht of schoof hij mijn kussen achter mijn rug. Andere keren bleef hij gewoon wat langer dan nodig, alsof hij wilde controleren of het echt goed met me ging.

'Laten we het dag voor dag bekijken,' zei hij.

Je bent sterker dan dit moment.

 

 

Genezing is geen wedstrijd. Je doet het goed.

Het waren simpele woorden, maar ze betekenden iets. Op een plek waar alles steriel en onbekend aanvoelde, voelde zijn aanwezigheid persoonlijk. Voorspelbaar. Vriendelijk. Ik begon uit te kijken naar zijn korte bezoekjes, niet omdat ze bijzonder waren, maar omdat ze me eraan herinnerden dat iemand zich bewust was van mijn aanwezigheid. Dat ik niet zomaar een medisch dossier of een bednummer was.