Het Geheim van het Oude Huis: Waarom Mijn Moeder na 15 Jaar Terugkwam

"Nee," antwoordde ik strak, zonder een spoor van twijfel in mijn stem. "Dit is niet jouw huis meer. Dit is de plek die jij hebt weggegooid. Zoek je rust maar op de plek waar je de afgelopen vijftien jaar hebt doorgebracht."

Voordat ze iets kon terugzeggen, verbrak ik de verbinding. Ik legde de telefoon neer, staarde naar de houten muur en voelde een vreemd soort voldoening. De deur naar het verleden was definitief gesloten.

Dacht ik.

Hoofdstuk 3: De Politie Voor de Deur

De volgende dag verliep in een roes. Ik probeerde de herinneringen aan het telefoontje van me af te schudden door in de tuin te werken. Maar het gevoel van onbehaaglijkheid bleef als een donkere wolk boven mijn hoofd hangen. Waarom klonk haar verzoek zo wanhopig? Waarom per se dit huis?

Het antwoord op die vragen kwam sneller en harder dan ik ooit had kunnen vermoeden.

Gisteravond, rond de klok van acht uur, werd er hard en dwingend op mijn voordeur geklopt. Toen ik de deur opendeed, stonden er twee geüniformeerde politieagenten op de stoep. Een oudere man met een strak gezicht en een jongere agente met een schrijfblok in haar hand.

"Daan van der Meer?" vroeg de oudere agent.

"Ja, dat ben ik. Is er iets gebeurd?" vroeg ik verbaasd, terwijl ik de agenten aankeek.

De agent keek me strak aan, zuchtte diep en pakte een papier uit zijn binnenzak.

"Meneer van der Meer, we zijn hier naar aanleiding van een melding en een officieel doorzoekingsbevel. U wordt dringend verzocht mee te werken. Gisteravond is het stoffelijk overschot van mevrouw Sofia van der Meer aangetroffen in een kamer van een hotel in de stad."