Ze dwong zichzelf verder te lezen.
‘Toen ik met Robert trouwde, dacht ik dat ik een goede man had gevonden. Hij was charmant, intelligent en ambitieus.
Maar na verloop van tijd ontdekte ik dat zijn zakenimperium gebouwd was op vervalste contracten, gestolen erfenissen en geld dat via schijnbedrijven werd weggesluisd.
Ik probeerde hem te verlaten.
Hij dreigde dat ik jou nooit meer zou zien.
Daarom begon ik bewijzen te verzamelen.’
Claire voelde een ijskoude rilling over haar rug lopen.
Haar vader was vijf jaar geleden overleden.
Tot zijn dood had hij volgehouden dat Eleanor tijdens een wandeling was verdwenen.
Ze las verder.
‘Robert heeft een zakenpartner die je kent.
Zijn naam is William Mason.
William weet alles.
Hij hielp Robert de documenten vervalsen waarmee ze de eigendommen van verschillende families overnamen.
Maar het ergste is wat ze met de familie Whitmore hebben gedaan.
De Whitmores bezaten een groot stuk grond in de bergen. Toen ze weigerden te verkopen, verdwenen hun eigendomsdocumenten en werd hun bedrijf failliet verklaard.
Het land kwam uiteindelijk terecht bij een onderneming die Robert en William controleerden.
Ik heb ontdekt dat het grootste deel van Roberts vermogen daarvandaan komt.
En dat betekent dat jouw toekomstige erfenis niet werkelijk van hem is.’
Claire liet de brief zakken.
William Mason.
De vader van Daniel.
Haar schoonvader.
Een man die ze jarenlang had beschouwd als een vriendelijke, enigszins afstandelijke oudere heer.
Hij was vier jaar geleden overleden.
Daniel had zijn zakelijke belangen geërfd.
Plotseling herinnerde Claire zich hoe haar man steeds vaker vragen had gesteld over haar vaders nalatenschap.
Over oude eigendomsakten.
Over de grond die haar vader in Colorado had bezeten.
Over een afgesloten archiefkast in haar kantoor.
Ze had gedacht dat Daniel gewoon geïnteresseerd was in de familiegeschiedenis.
Nu begreep ze dat hij naar iets had gezocht.
Iets wat hij niet mocht vinden.
Claire pakte het notitieboekje.
Op de eerste bladzijde stond een datum.
18 oktober 1999.
Daaronder had Eleanor geschreven:
‘Robert weet dat ik de originele documenten heb gevonden. William heeft me vanmiddag gebeld. Hij zei dat ik ze moet teruggeven als ik Claire ooit nog wil zien.’
Claire sloeg de volgende bladzijde om.
Er stonden namen, datums, bedragen en verwijzingen naar ondernemingen.
Verderop vond ze een korte aantekening.
‘Daniel Mason, geboren in 1984. Williams zoon. Robert zegt dat de jongen later alles zal erven.’
Claire verstijfde.
Daniel was toen vijftien geweest.
Net als zij.
Haar vader en zijn vader hadden elkaar dus al gekend voordat Claire Daniel ontmoette.
Maar Daniel had altijd beweerd dat hun families elkaar pas tijdens hun verloving hadden leren kennen.
Claire bladerde verder.
Op de laatste beschreven pagina stond slechts één zin.
‘Als ik verdwijn, zoek dan naar de tweede sleutel. Robert bewaart hem achter de foto van Claire op haar vijftiende verjaardag.’
Claire staarde naar die woorden.
De foto.
Die stond nog steeds in de studeerkamer van haar overleden vader.
In het huis in Denver.
Het huis waar Daniel nu waarschijnlijk rustig zat te wachten tot de politie hem zou vertellen dat zijn vrouw dood was.
Ze sloot het boekje.
Haar eerste impuls was om terug te keren.
Om Daniel te confronteren.
Om hem de brief onder zijn neus te duwen.
Maar toen hoorde ze iets.
Een krakende tak.
Claire hield haar adem in.
Nog een geluid.
Voetstappen.
Iemand bewoog zich door het bos.
Ze doofde instinctief het kleine lichtje van haar horloge en drukte zich tegen de binnenwand van de koets.
Een mannenstem klonk tussen de bomen.
‘Hier moet ze ergens zijn.’
Claire voelde haar hart in haar keel kloppen.
Een tweede stem antwoordde.
Een vrouw.
‘Daniel zei dat ze minstens twaalf meter naar beneden was gevallen.’
Claire herkende de stem onmiddellijk.
Vanessa.
Daniels assistente.
De vrouw die de laatste maanden opvallend vaak bij hen thuis was geweest.
‘Als ze nog leeft, kan ze niet ver zijn,’ zei de man.
Claire klemde het notitieboekje tegen haar borst.
Ze begreep het.
Daniel had niet alleen geprobeerd haar te vermoorden.
Hij had mensen gestuurd om te controleren of zijn plan was gelukt.
De voetstappen kwamen dichterbij.
Claire keek om zich heen.
De koets had twee deuren.
De achterdeur stond open.
Aan de andere kant zat een smalle opening waar ooit een raam had gezeten.
Ze schoof langzaam naar die opening.
Haar schouder protesteerde.
Ze beet op haar lip om niet te kreunen.
Buiten zag ze een dicht struikgewas.
Ze liet de metalen kist staan, maar stopte de brief, het medaillon en het notitieboekje diep in haar jas.
Daarna klom ze voorzichtig door het raam.
Ze kwam op haar knieën terecht.
Een scherpe pijn schoot door haar lichaam.
Maar ze bleef stil.
Een paar seconden later hoorde ze Vanessa zeggen:
‘Kijk. Daar staat iets.’
‘Een oude koets?’
‘Misschien heeft ze daar beschutting gezocht.’
Claire kroop achter een omgevallen boom.
Ze hoorde de deur van de koets kraken.
‘Er is niemand.’
‘Wacht eens. Die kist staat open.’
Een stilte.
Toen zei Vanessa:
‘Dat kan niet.’
Claire verstijfde.
‘Wat bedoel je?’ vroeg de man.
‘Daniel heeft me verteld dat zijn vader jaren geleden naar een oude koets heeft gezocht.’
‘Waarom?’
‘Omdat er documenten in verborgen zouden zijn.’
Claire voelde haar bloed koud worden.
Daniel had dus geweten dat de koets bestond.
Hij had haar niet zomaar naar die berg gebracht.
Hij had haar naar de plek geleid waar haar moeder zevenentwintig jaar eerder was verdwenen.
Misschien omdat hij vermoedde dat Claire daar iets zou ontdekken.
Of omdat hij dacht dat niemand het vreemd zou vinden wanneer ook zij in dezelfde bergen omkwam.
‘Bel Daniel,’ zei Vanessa.
Claire hoorde een telefoon overgaan.
Daarna klonk Daniels stem, gedempt maar herkenbaar.
‘Hebben jullie haar gevonden?’
‘Nee,’ antwoordde Vanessa. ‘Maar we hebben de koets gevonden.’
Er viel een stilte.
‘Welke koets?’
‘Die oude koets waar je vader het over had.’
Claire hoorde Daniel scherp ademhalen.
‘Raak niets aan.’
‘Er staat een geopende kist.’
‘Wat?’