DEEL 6 — MARGriET KREEG DE BRIEF
Jasper stuurde Margriet geen uitzettingsbrief.
Alleen een feitelijke bevestiging.
Geachte mevrouw,
naar aanleiding van ontstane onduidelijkheid bevestigen wij dat het appartement waarin u verblijft juridisch eigendom is van CVH Vastgoed B.V. Uw persoonlijke gebruiksovereenkomst blijft vooralsnog ongewijzigd van kracht. Er is op dit moment geen sprake van onmiddellijke beëindiging.
Wij verzoeken u voor vragen over eigendom rechtstreeks contact met ons kantoor op te nemen.
Margriet belde mij binnen negen minuten.
‘Wat heb je gedaan?’
‘Niets.’
‘Jouw broer beweert dat mijn huis van jouw bedrijf is.’
‘Dat is zo.’
‘Nathan heeft het gekocht.’
‘Nee.’
‘Hij heeft me sleutel gegeven.’
‘Omdat ik hem gevraagd had dat te doen.’
‘Je liegt.’
‘Margriet, je tekende zelf de gebruiksovereenkomst.’
Stilte.
‘Dat was administratie.’
‘Er staat op eerste pagina wie eigenaar is.’
‘Ik lees dat juridische gedoe niet.’
Daar was een familietrek.
Documenten waren blijkbaar slechts decor totdat inhoud onhandig werd.
‘Waarom heb je dit jaren verborgen?’
‘Ik heb niets verborgen.’
‘Iedereen denkt dat Nathan dit voor mij deed.’
‘Omdat Nathan dat vertelde.’
‘En jij liet hem.’
‘Ja.’
Ik nam verantwoordelijkheid.
‘Dat had ik moeten corrigeren.’
Ze werd even stil.
‘Dus nu verneder je hem.’
‘Nee.’
‘Hij heeft alles voor jullie gedaan.’
‘Wat precies?’
‘Hij voedde kinderen op die niet van hem waren.’
Mijn vingers werden koud.
‘Stop daar onmiddellijk mee.’
‘Het is waar.’
‘Sophie en Milan zijn geen liefdadigheidsproject.’
‘Ik zeg alleen—’
‘Nee. Je zegt dat liefde die hij vrijwillig beloofde een financiële dienst was waarvoor ik dankbaarheid verschuldigd ben.’
‘Caroline, je draait woorden.’
‘Nee.’
Ik stond bij keukenraam.
‘En omdat je blijkbaar vergeten bent hoe appartement tot stand kwam: jij had toen geen passende woning. Nathan vroeg mij te helpen. Mijn BV kocht. Jij betaalt een zeer lage gebruiksvergoeding. Ik heb nooit verwacht dat je mij daarvoor adoreerde.’
‘Maar nu gebruik je het tegen mij.’
‘Nog steeds niet.’
‘Wat wil je dan?’
Goede vraag.
Ik dacht.
‘Afstand.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik wil voorlopig geen contact met jou. Niet met mij. Niet met kinderen.’
‘Je kunt mijn kleinkinderen niet—’
‘Het zijn niet jouw kleinkinderen volgens wat je op feest zei.’
Stilte.
Ik haatte zin zodra hij eruit was.
Niet omdat onwaar.
Omdat ik hem als wapen gebruikte.
‘Dat was gemeen,’ zei ik.
Margriet antwoordde niet.
‘Ik neem hem terug. Sophie en Milan beslissen zelf later welke relatie zij met jou willen. Nu willen ze geen contact.’
‘Omdat jij ze beïnvloedt.’
Daar.
Altijd.
‘We zijn klaar.’
Ik hing op.
Tien minuten later huilde ik.
Niet omdat ik haar miste.
Omdat ik merkte hoe makkelijk pijn je verandert in iemand die precies de zin zoekt die het hardst terugkomt.
Ik wilde dat niet.
Grenzen, ja.
Vernedering, nee.