Laura knikte.
‘Een geconcentreerd middel. Ik gebruik het thuis soms verdund voor de badkamer.’
‘Waar bewaart u dat?’
Laura’s gezicht werd bleek.
‘In een witte fles.’
‘Met een blauw dopje?’
‘Ja.’
‘Die hebben de ambulanceverpleegkundigen in Mia’s kamer gezien.’
Laura draaide zich naar haar dochter.
‘Mia, heb je die fles gebruikt?’
‘Nee.’
‘Wees eerlijk.’
‘Nee!’
Het meisje begon te huilen.
‘Ik heb niks gedaan!’
‘Goed,’ zei Diane snel. ‘We geloven dat je vertelt wat je weet.’
Laura legde een hand voor haar mond.
‘Ik heb die fles daar niet neergezet.’
Toen veranderde het onderzoek.
Niet omdat iemand ineens dacht dat er een misdrijf was gepleegd.
Maar omdat er te veel onduidelijkheden waren.
De arts vroeg Laura wanneer Mia voor het laatst helemaal gezond was geweest.
‘Gisteravond.’
‘Had ze toen pijn?’
‘Nee.’
‘Heeft u haar vanmorgen gezien?’
Laura keek weg.
‘Heel even.’
‘Hoe laat bent u vertrokken?’
‘Kwart over vijf.’
‘En Mia?’
‘Ze sliep.’
Diane fronste.
‘Mia zei dat u haar had verteld voor niemand open te doen.’
‘Dat vertel ik haar iedere dag.’
‘Is ze vaker alleen thuis?’
Laura’s ogen vulden zich met schaamte.
‘Een uur. Soms twee.’
‘Ze is zes.’
‘Ik weet hoe oud mijn dochter is.’
Haar stem brak.
‘Mijn dienst begint om zes uur. De buurvrouw brengt haar normaal om kwart voor acht naar school. Ze komt om half zeven hierheen.’
‘En vandaag?’
‘De buurvrouw was ziek.’
‘Dus bleef Mia alleen?’
Laura knikte.
‘Ik kon mijn dienst niet afzeggen.’
‘Waarom niet?’
Ze lachte bitter.
‘Omdat ik vorige maand al twee diensten heb gemist toen Mia griep had. Mijn leidinggevende zei dat de volgende keer mijn contract niet verlengd wordt.’
Niemand zei iets.
Laura keek naar haar dochter.
‘Ik dacht dat twee uur veilig zou zijn.’
Mia fluisterde:
‘Ik ben groot.’
Laura begon te huilen.
‘Nee, lieverd. Jij hoeft niet groot te zijn.’
Dr. Van Dalen vroeg toestemming om het huis verder te laten onderzoeken op mogelijke chemische blootstelling.
Laura gaf die onmiddellijk.
Ondertussen kwamen de eerste laboratoriumresultaten binnen.
Geen ernstige vergiftiging.
Geen aanwijzingen dat Mia medicijnen had ingenomen.
Geen levensbedreigende afwijkingen.
Maar de huidbeschadiging paste inderdaad bij contact met een irriterende stof.
De vraag bleef:
Welke?
En hoe?
Het antwoord kwam van Noah.
De ambulanceverpleegkundige belde vanuit het huis.
Diane nam op.
Ze luisterde.
Toen keek ze naar de arts.
‘Ze hebben iets gevonden.’
Laura verstijfde.
‘Wat?’
Diane zette de telefoon op luidspreker.
Noahs stem vulde de kamer.
‘We hebben de badkamer gecontroleerd. Er ligt een omgevallen fles geconcentreerd schoonmaakmiddel onder de wastafel. De dop is beschadigd.’
Laura sloot haar ogen.
‘Maar dat verklaart Mia’s benen niet.’
‘Nog niet,’ zei Noah.
Op de vloer lagen verschillende handdoeken.
Een van die handdoeken rook sterk naar hetzelfde middel.
En in Mia’s slaapkamer lag een vochtige doek in de wasmand.
Laura keek naar haar dochter.
‘Mia?’
Het meisje begon haar teddybeer nog steviger vast te houden.
‘Ik wilde helpen.’
De kamer werd stil.
Laura boog zich naar haar toe.
‘Waarmee?’
‘Met schoonmaken.’
‘Wanneer?’
‘Gisteren.’
‘Waarom?’
Mia keek naar haar moeders handen.
‘Omdat jij moe was.’
Laura sloot haar ogen.
Langzaam kwam het verhaal eruit.
Laura werkte ‘s nachts en vroeg in de ochtend bij twee verschillende schoonmaakbedrijven.
Ze kwam vaak thuis met pijnlijke handen.
Door schommelingen in haar bloedsuiker trilden haar handen soms.
Mia had haar moeder al vaak een doek zien pakken, schoonmaakmiddel zien verdunnen en de badkamer zien schoonmaken.
De dag ervoor had Laura tegen zichzelf gemompeld dat ze de badkamer nog moest doen.
Mia had dat onthouden.
Toen Laura even onder de douche stond, had Mia geprobeerd haar te verrassen.
Ze had de verkeerde fles gepakt.
Niet het gewone verdunde schoonmaakmiddel.
Het concentraat.
‘Ik heb het gemorst,’ fluisterde Mia.
‘Waar?’