‘Op de vloer.’
‘Heb je het aangeraakt?’
‘Met een handdoek.’
Ze had geprobeerd alles op te vegen.
Daarna had ze de natte handdoek meegenomen naar haar slaapkamer omdat ze bang was dat haar moeder boos zou worden.
Maar er was nog iets.
‘Mijn broek werd nat.’
Laura verstijfde.
‘Je broek?’
Mia knikte.
Een deel van het middel was op haar pyjamabroek terechtgekomen.
Ze had hem niet meteen uitgetrokken.
Ze was bang geweest dat haar moeder zou vragen waarom hij nat was.
Later begon haar huid te branden.
Mia had de broek uitgedaan en zichzelf met water proberen schoon te maken.
Maar tegen de ochtend was de irritatie erger geworden.
Toen ze haar benen bewoog, schuurde de beschadigde huid tegen elkaar.
Daarom had ze tegen Helen gezegd:
‘Ik kan mijn benen niet tegen elkaar doen.’
Diane ademde langzaam uit.
Het was verschrikkelijk.
Maar het was verklaarbaar.
En behandelbaar.
Laura legde haar gezicht in haar handen.
‘Dit is mijn schuld.’
‘Mama, nee.’
‘Ik had dat spul nooit in huis moeten hebben.’
‘Ik wilde helpen.’
Laura keek naar haar dochter.
‘Jij hoeft mij niet te helpen met schoonmaken.’
‘Maar je handen trillen.’
‘Dan wacht de badkamer.’
‘Maar je zei dat—’
‘Het kan me niet schelen wat ik zei.’
Laura’s stem brak volledig.
‘Mia, luister naar me. Een vieze badkamer is niet belangrijker dan jij.’
Het meisje begon te huilen.
Laura trok haar voorzichtig tegen zich aan.
‘Ik dacht dat ik je hielp,’ fluisterde Mia.
‘Dat weet ik.’
‘Ben je boos?’
‘Nee.’
‘Echt niet?’
‘Op jou? Nooit hiervoor.’
Maar het verhaal was nog niet voorbij.
Diane keek opnieuw naar de tekening.
‘Mia?’
Het meisje keek op.
‘Je zei eerder dat je mama helpt wanneer haar handen trillen.’
Laura verstijfde.
‘Wat bedoelde je daarmee?’
Mia wees naar de getekende spuit.
‘Met haar prik.’
Laura sloot haar ogen.
‘O god.’
Dr. Van Dalen bleef rustig.
‘Mia, vertel eens wat je dan doet.’
‘Ik pak het doosje.’
‘Welk doosje?’
‘Van mama.’
‘En dan?’
‘Soms geef ik haar het zoete drinken.’
‘Waarom?’
‘Omdat mama raar wordt.’
Laura begon te huilen.
‘Ik heb ernstige hypo’s.’
Ze keek naar Diane.
‘Niet vaak. Maar soms voel ik ze te laat aankomen.’
Diane begreep het.
Een ernstige daling van de bloedsuiker kon verwarring, zweten, trillen en uiteindelijk bewusteloosheid veroorzaken.
‘Heeft Mia u ooit insuline toegediend?’
‘Nee!’
Laura antwoordde onmiddellijk.
‘Absoluut niet.’
‘Wat bedoelt ze dan met de spuit?’
Laura wees naar haar tas.
‘Glucagon.’
Voor ernstige hypo’s.
Ze had Mia geleerd waar de noodset lag.
Niet hoe ze die moest toedienen.
Wel dat ze 112 moest bellen.
‘Heeft ze die ooit moeten gebruiken?’
‘Nee.’
Mia stak een vinger op.
‘Maar ik weet waar hij is.’
Diane keek naar Laura.
Daar zat de werkelijke schok.
Niet een moeder die haar kind opzettelijk medicijnen gaf.
Niet een duister geheim.
Maar een zesjarig meisje dat veel te veel wist over hoe ze voor haar zieke moeder moest zorgen.
Later die middag kwam een maatschappelijk werker met Laura praten.
Laura reageerde eerst defensief.
‘U gaat haar toch niet bij me weghalen?’
‘Niemand heeft dat gezegd.’
‘Ik weet hoe dit eruitziet.’
‘Hoe ziet het er volgens u uit?’
Laura keek naar haar handen.
‘Als een moeder die haar zesjarige dochter alleen thuislaat en haar medicijnen in haar slaapkamer bewaart.’
De maatschappelijk werker antwoordde rustig:
‘Het ziet er vooral uit als een gezin dat te lang geprobeerd heeft alles alleen op te lossen.’
Laura begon te huilen.
Daarna kwam alles.
De huur was twee keer verhoogd.
Haar ex-partner betaalde onregelmatig alimentatie.
De koelkast was kapot.
Haar diabetesmateriaal kostte meer dan ze kon missen.
Ze werkte twee schoonmaakbanen.
De buurvrouw hielp normaal met Mia.
Soms sloeg Laura zelf een maaltijd over zodat er genoeg eten voor haar dochter was.
Dat maakte haar bloedsuiker juist moeilijker te reguleren.
Daardoor kreeg ze meer hypo’s.
Daardoor zag Mia haar vaker trillen.
En dus was het kind steeds meer gaan geloven dat het haar taak was om voor haar moeder te zorgen.
Een cirkel.
Niet veroorzaakt door gebrek aan liefde.
Maar door gebrek aan ruimte.
Geld.
Rust.
Hulp.
Mia bleef die nacht in het ziekenhuis.
De huid werd zorgvuldig behandeld.
De pijn nam langzaam af.
De volgende ochtend kon ze haar benen iets makkelijker bewegen.
Helen, de 112-centralist, belde de kinderafdeling.
Ze mocht natuurlijk niet zomaar medische informatie krijgen.
Ze vroeg alleen of er iemand tegen Mia kon zeggen dat de mevrouw van 112 aan haar dacht.
Diane bracht de boodschap over.
Mia glimlachte.
‘Ze zei dat ik het goed deed.’
‘Dat deed je ook.’
‘Ik heb zelf gebeld.’