DEEL 2
“Wat heb jij in vredesnaam gedaan?!”
Monique stond naast mijn garage met haar laadkabel in haar hand.
Ik liep rustig mijn oprit op.
Inmiddels stonden er zeker tien buren buiten.
Sommigen in pyjama.
Een paar met hun telefoon in hun hand.
Mijn buurman Peter van nummer 18 keek van Monique naar mij.
“Wat gebeurt hier?”
Monique wees woedend naar de muur van mijn garage.
“Ze heeft het stopcontact afgesloten!”
“Klopt,” zei ik.
Iedereen keek naar de plek waar vroeger gewoon een buitenstopcontact had gezeten.
Die ochtend had een elektricien er een afsluitbare, weerbestendige beschermkap overheen geplaatst.
Met een slot.
Meer niet.
Geen val.
Geen gevaarlijke bedrading.
Geen schade aan haar auto.
Gewoon een slot op mijn eigen stopcontact.
Monique draaide zich naar de anderen.
“Ze doet dit expres om mij dwars te zitten!”
Peter fronste.
“Waarom moet jij überhaupt bij háár stopcontact zijn?”
En toen gebeurde precies wat ik had gehoopt.
Monique verstijfde.
“Nou…”
“Waarom sta je midden in de nacht met een laadkabel naast haar garage?”
Een andere buurvrouw, Ingrid, keek naar Moniques auto.
Toen naar de kabel.
Toen naar mij.
“Wacht eens even…”
Ze wees naar het stopcontact.
“Heb jij jouw auto bij haar opgeladen?”
Monique werd rood.
“Het is niet wat jullie denken.”
Ik kruiste mijn armen.
“Vertel dan maar wat het wel is.”
“Het was maar een paar keer.”
“Een paar keer?”
Ik haalde mijn telefoon uit mijn zak.
“Mijn elektriciteitsverbruik zegt iets anders.”
Ze keek me woedend aan.
“Je gaat toch niet moeilijk doen over een beetje stroom?”
Peter floot zachtjes.
“Een beetje stroom?”
Monique draaide zich naar hem.
“Bemoei je er niet mee.”
Maar nu begon de hele situatie tegen haar te keren.
Niet omdat ik haar vernederde.
Dat hoefde ik niet eens te doen.
Monique deed het zelf.
“Ze woont alleen!” riep ze.
De straat werd stil.
Ik voelde mijn kaken aanspannen.
“En?”
“En ik heb drie kinderen!”
Ingrid keek haar ongelovig aan.
“Wat heeft dat ermee te maken?”
“Ik gebruik mijn auto veel meer dan zij elektriciteit nodig heeft.”
Peter begon te lachen.
Niet vriendelijk.
“Dus omdat zij alleen woont, mag jij haar stroom stelen?”
“Ik steel niets!”
“Betaal je ervoor?”
Monique zweeg.
“Heb je toestemming gevraagd?”
Opnieuw stilte.
“Dan klinkt het toch behoorlijk als stelen.”
“Het waren maar een paar euro!”
Nu haalde ik mijn elektriciteitsrekening tevoorschijn.
Ik had hem meegenomen voordat ik naar buiten kwam.
“Mijn rekening is bijna verdubbeld.”
Monique keek naar het papier.
Haar gezicht veranderde.
Voor het eerst leek ze te beseffen dat dit niet langer een privégesprek tussen twee buurvrouwen was waarin ze me eenvoudig kon wegzetten als een zeurende oude vrouw.
Iedereen hoorde het.
Iedereen zag het.
En iedereen begreep waarom ze midden in de nacht bij mijn garage stond.
Maar toen maakte Monique haar grootste fout.
“Prima!” snauwde ze. “Dan betaal ik je wel vijftig euro en zijn we klaar.”
Ik glimlachte.
“Nee.”
“Wat bedoel je, nee?”
“Ik wil je vijftig euro niet.”
“Je zei net dat het om de rekening ging!”
“Nee.”
Ik keek haar recht aan.
“Het gaat om het feit dat ik je heb betrapt, je heb gezegd dat je moest stoppen en jij de volgende avond gewoon terugkomt om het opnieuw te doen.”
Dat maakte zelfs Monique even stil.
“Dus wat wil je dan?”
“Ik wil dat je nooit meer zonder toestemming mijn terrein betreedt of mijn spullen gebruikt.”
Ze rolde met haar ogen.
“Mijn hemel.”
“En ik wil de elektriciteit die je aantoonbaar hebt gebruikt vergoed krijgen.”
“Je kunt niet bewijzen hoeveel dat was.”
“Dat klopt.”
Ik knikte.
“Daarom heb ik vanochtend ook iets anders geregeld.”
Haar gezicht betrok.
“Wat?”
“Een elektricien heeft niet alleen het slot geplaatst.”
Ik wees naar de garage.
“Hij heeft ook mijn installatie en verbruik gecontroleerd. En ik heb mijn energieleverancier gevraagd mijn verbruiksgegevens te bekijken.”
Dat was geen magische manier om iedere kilowattuur aan haar auto toe te schrijven.
Maar het gaf me wel een duidelijk beeld van wanneer mijn verbruik plotseling omhoog was gegaan.
En dat patroon was opvallend.
Vrijwel iedere nacht.
Rond hetzelfde tijdstip.