DEEL 6 — Marieke
Marieke Jansen woonde in een rijtjeshuis in Culemborg.
Dat hoorde ik de volgende ochtend van Ruud, die binnen een uur wist wat gewone mensen pas na drie weken voorzichtig googelen ontdekken.
"Ze leeft," zei hij.
Ik had niet door dat ik die adem inhield totdat hij het zei.
"Hoe weet je dat ik dacht dat ze misschien dood was?"
Ruud keek me over zijn leesbril aan.
"Na vannacht? Omdat jij hersens hebt."
Marieke wilde eerst niet praten.
Niet met Ruud.
Niet met mij.
Pas toen ik haar een korte mail stuurde met één zin uit Daans opname, reageerde ze.
Hij zei bij mij ook dat papier pas belangrijk wordt als mensen moe genoeg zijn om te tekenen. Kom om twee uur. Alleen jij.
Mijn vader wilde mee.
Ruud ook.
Ik zei nee.
Niet omdat ik dapper was.
Omdat Marieke daarom vroeg, en ik had genoeg van mannen die vonden dat vrouwen alleen veilig waren als iemand anders de kamer overnam.
Ruud parkeerde wel twee straten verder.
"Ik ben gepensioneerd, niet overleden," zei hij.
Marieke deed open voordat ik kon aanbellen.
Ze was begin veertig, smal gezicht, donker haar in een lage knot. Haar ogen waren kalm op de manier waarop diepe vermoeidheid soms op kalmte lijkt.
"Lotte?"
Ik knikte.
Ze liet me binnen.
Geen thee. Geen beleefde praat.
Op tafel lag een doos.
"Ik heb altijd gedacht dat hij ooit terug zou komen in iemands leven," zei ze. "Niet bij mij. Bij iemand zoals jij."
"Zoals ik?"
"Enige dochter. Vastgoed in de familie. Fatsoenlijk. Slim genoeg om nuttig te zijn, niet wantrouwend genoeg om meteen weg te rennen."
Ik slikte.
"Ik was accountant."
"Ik was jurist."
Dat raakte me.
Daan koos geen domme vrouwen.
Hij koos vrouwen die gewend waren zichzelf op werk te vertrouwen en thuis net genoeg liefde wilden om hun intuïtie te negeren.
Marieke opende de doos.
Daarin zaten oude e-mails, bankpapieren, foto's en een USB-stick.
"Hij heeft mijn auto op naam van zijn moeder gezet. Dat weet je?"
"Ja."
"Wat je misschien niet weet: hij probeerde mijn vader destijds een zorgvolmacht te laten tekenen. Mijn vader had een kleine boerderij. Hypotheekvrij. Daan noemde het fiscale optimalisatie."
Mijn keel werd droog.
"Wat gebeurde er?"
"Mijn vader kreeg een beroerte voordat Daan kon toeslaan. Echt. Niet door hem, voor zover ik weet. Maar Daan gebruikte het daarna. Hij liet me papieren tekenen terwijl ik tussen ziekenhuis en werk leefde. Toen ik wakker werd, was de auto weg, stond er een lening op mijn naam en had zijn moeder een volmacht die ik nooit bewust had bedoeld."
"Trudy."
Marieke knikte.
"Zijn moeder is geen toeschouwer."
Ik dacht aan Apex Horizon.
Aan de auto van Marieke.
Aan mijn SUV.
"Heb je aangifte gedaan?"
"Ja. Te vroeg, te chaotisch, te weinig bewijs. Hij noemde me labiel. Rouwend. Overbelast. Zijn moeder huilde bij de politie."
"Dat klinkt bekend."
Marieke schoof een foto naar mij toe.
Daan, jonger, naast een vrouw van rond de zestig. Trudy. Naast hen een man die ik niet kende.
"Wie is dat?"
"Frank."
Mijn hart sloeg over.
"Toen al?"
"Frank was toen nog geen gokschuldeiser. Hij financierde Daans eerste autohandel. Daan leerde van hem dat bezit niet gestolen hoeft te worden als je mensen zover krijgt het over te dragen."
Ik voelde me misselijk.
"Waarom stuurde je 'zoek naar Marieke'?"
Marieke keek naar de doos.
"Omdat ik dacht dat je moest weten van Els."
"Wie is Els?"
Ze haalde een krantenknipsel uit 2011 tevoorschijn.
Vrouw overleden na eenzijdig auto-ongeluk bij Assen.
Mijn handen werden koud.
"Nee."
"Ze heette Els de Bruin. Ze was verloofd met Daan vóór mij. Haar moeder had een huis in Assen. Hypotheekvrij. Daan stond op het punt mede-eigenaar te worden van een kleine garage die via dat huis gefinancierd zou worden."
Ik las het artikel.
Remproblemen.
Nachtelijke rit.
Geen andere voertuigen betrokken.
Onvoldoende bewijs voor misdrijf.
"Was hij verdacht?"
"Nooit officieel. Hij was de rouwende verloofde. Charmant. Kapot van verdriet. Haar moeder verkocht later het huis om schulden af te lossen waarvan ze niet wist dat Els ze had."
"Schulden door Daan?"
"Waarschijnlijk."
De kamer leek te kantelen.
"Scenario noordroute," fluisterde ik.
Marieke knikte.
"Els reed die avond naar Groningen. Noordroute."
Ik moest mijn hand op tafel zetten om niet weg te glijden in paniek.
Marieke pakte de USB-stick.
"Ik heb jarenlang alles verzameld. Niet genoeg voor mezelf. Misschien genoeg met jouw bewijs erbij."
"Waarom heb je dit nooit eerder—"
"Wie gelooft de ex als er geen nieuwe vrouw naast haar staat?"
Ik had geen antwoord.
Ze gaf me de stick.
"Er staat ook iets op over jouw moeder."
Mijn hart stopte.
"Wat?"
"Ik weet niet wat het betekent. Daan noemde haar in een oude opname. Niet bij naam. Hij zei: 'De moeder ging sneller dan verwacht. Dat maakte Willem zwakker, maar Lotte moeilijker.'"
Mijn lichaam werd koud op een manier die niets met angst te maken had.
"Mijn moeder had kanker."
"Dat weet ik."
"Daan kende mij toen nog maar kort."
"Ik weet alleen wat erop staat."
Ik kon de USB-stick bijna niet vasthouden.
Mijn moeder.
Mijn lieve, scherpe moeder die Daan nooit helemaal had vertrouwd.
De vrouw die één keer tegen mij had gezegd:
"Die man kijkt soms naar kamers alsof hij alvast meet waar zijn kast komt."
Ik had gelachen.
Zij niet.
Op de terugweg zat ik naast Ruud in de auto.
Hij vroeg niets.
Ik zei uiteindelijk:
"Els de Bruin."
"Ik weet het."
"Je wist het?"
"Ik vermoedde dat er eerdere dossiers waren. Marieke had bewijs nodig om te praten."
"Mijn moeder staat erop."
Ruud's handen bleven strak om het stuur.
"Dan kijken we samen. Niet alleen."
"Ik ben bang."
"Goed," zei Ruud. "Angst betekent dat je begrijpt waar je naar kijkt. We laten het alleen niet sturen."
Die avond zaten we met mijn vader, Ruud en advocaat Denise aan tafel.
De USB ging in een lege laptop zonder internet.
Map na map opende.
Marieke.
Els.
Trudy.
Frank.
Apex.
En toen:
Willem / vrouw ziek / toegang woning
Mijn vader werd spierwit.
"Niet openen," zei hij.
Maar zijn hand pakte de mijne.
"Wel," zei ik.
En we openden de map.