Mijn man vloog een week naar Tenerife omdat ik volgens hem geen vakantie had verdiend. Na vijf jaar vruchtbaarheidsbehandelingen zat ik alleen met onze drieling van zes maanden. Toen hij gebruind en opgewekt thuiskwam, liet hij zijn koffer vallen: aan onze keukentafel zat zijn moeder, met de leningsovereenkomst die hij al die tijd voor mij verborgen had gehouden.

Achter de overeenkomst zat een bankafschrift. De achttienduizend euro was eerst op onze gezamenlijke spaarrekening gestort. Vijf maanden later was er vijftienduizend euro overgemaakt naar Van Dijk Installatietechniek, het bedrijf van Maarten en zijn zakenpartner.

Ik zette het papier neer. Mijn vingers waren koud geworden.

De behandelingen waren betaald uit onze verzekeringen, ons salaris en een deel van mijn spaargeld. Ik had nooit geweten dat Ria’s geld naar het bedrijf was gegaan. Maarten had gezegd dat de rekening bijna leeg was omdat de laatste behandeling zoveel had gekost.

Er stond nog een afschrift in de envelop. Daarop zag ik drie terugbetalingen van het bedrijf: samen vierduizend euro. De laatste was bijna twee jaar geleden.

Mijn zus kwam achter me staan. Ze las mee en trok haar wenkbrauwen op.

‘Dit moet je aan hem vragen.’

‘Ja.’

‘Nu?’

Ik keek naar de babyfoon. Uit de luidspreker klonk een klein kreuntje. Finn draaide zich om en viel weer stil.

‘Als hij terug is.’

Die middag belde ik Ria. Ik had haar nummer nog in mijn telefoon staan. Ze nam op bij de derde keer.

‘Sanne?’

Haar stem klonk voorzichtig. Niet koud. Voorzichtig.

‘Ik heb de leningsovereenkomst gevonden.’

Er viel een stilte.

‘Dan heeft Maarten je die eindelijk laten zien.’

‘Hij heeft me nooit verteld waar het geld naartoe ging.’

‘Ik dacht dat jullie het wisten.’

Ik ging op de trap zitten, tussen de bovenverdieping en de gang. ‘Hij zei dat het naar de behandelingen was gegaan.’

‘De behandelingen waren toch verzekerd?’

‘Grotendeels.’

‘Ik heb hem daar drie jaar geleden ook naar gevraagd.’

Mijn hand kneep om de telefoon. ‘Wat zei hij?’

‘Dat jij wist dat hij het geld tijdelijk in het bedrijf had gestoken. Dat het binnen een paar maanden terug zou zijn.’

Ik sloot mijn ogen. Boven mij begon Lotte te huilen.

‘Ik wist van niets.’

‘Dat begrijp ik nu.’

Ria klonk niet boos. Dat maakte het erger. Ze klonk alsof ze een conclusie had getrokken waar ze liever niet aan toe was gekomen.

‘Waarom heb je me nooit gebeld?’

‘Ik heb je een bericht gestuurd na de geboorte. Maarten zei dat je rust nodig had en dat ik je met mijn vragen niet moest belasten.’

‘Dat heeft hij tegen mij ook gezegd. Dat jij afstand wilde.’

Aan de andere kant hoorde ik iets verschuiven. Een stoel, misschien. Daarna zei ze: ‘Ik had het moeten controleren.’

‘En ik had je moeten terugbellen.’

We waren allebei een tijd stil. Toen vroeg Ria of ze langs mocht komen.

‘Niet om ruzie te maken,’ zei ze. ‘Ik wil alleen weten wat er met mijn geld is gebeurd.’

‘Dat wil ik ook.’