MIJN OUDERS WILDEN MIJ OP DE OPERATIETAFEL LATEN STERVEN OM HUN GOUDEN ZOON TE REDDEN

DEEL 3 — De Man Die Geen Broer Was

Daan werd vijf dagen na mij wakker.

Zijn eerste woorden waren niet memorabel.

Hij vroeg om water.

Daarna om morfine.

Daarna of zijn auto total loss was.

Dat hoorde ik van Eva, die het mij vertelde met de professionele terughoudendheid van iemand die eigenlijk "klootzak" dacht maar "patiënt" moest zeggen.

"Vraagt hij naar mij?"

Eva keek me aan.

"Nee."

Ik knikte.

Dat deed minder pijn dan verwacht.

Misschien omdat de verhouding tussen ons altijd al scheef was geweest. Ik vroeg hoe het met hem ging; hij vroeg wat ik voor hem kon oplossen.

Een dag later vroeg Daan wel naar mij.

Niet omdat hij zich zorgen maakte.

Omdat hij hoorde dat Barbara en Richard waren aangehouden.

En omdat niemand hem uitleg gaf over waarom er agenten voor zijn deur stonden.

"Ik wil haar spreken," had hij gezegd.

"Welke haar?" vroeg Eva.

"Mijn zus."

Eva antwoordde:

"Dat is juridisch niet langer de juiste term."

Daarna gooide hij een plastic beker tegen de muur.

Ik hoorde het via de gang.

Mijn kamer lag drie deuren verder, beveiligd door twee mannen van het ziekenhuis en één agent. Victoria had aangeboden mijn kamer naar een andere vleugel te verplaatsen, maar ik weigerde.

Ik wilde niet vluchten voor iemand die jarenlang in mijn leven had gewoond zonder er recht op te hebben.

Op dag zeven stond rechercheur Van der Laan in mijn kamer.

"Daan wil verklaren."

"Mooi."

"Hij wil alleen beginnen als hij jou spreekt."

"Dan begint hij niet."

Van der Laan leek tevreden.

"Dat dacht ik al."

"Waarom vertelt u het dan?"

"Omdat hij zei dat jij hem nog geld schuldig bent."

Ik keek langzaam op.

"Wat?"

"Club Onyx. Volgens hem had u toegezegd de schulden af te lossen, waardoor hij risico's nam."

Mijn ribben deden pijn toen ik lachte.

"Ik lag halfdood omdat hij onder invloed mijn stuur greep, en hij factureert mij nog steeds?"

"Dat is feitelijk hoe hij het benadert."

Victoria, die bij het raam zat, keek alsof ze persoonlijk de zwaartekracht wilde ontslaan omdat die Daan nog op aarde hield.

"Ik wil hem zien," zei ik.

Victoria draaide zich om.

"Sanne."

"Niet alleen. Niet zonder opname. Niet uit emotie. Maar ik wil hem zien."

Van der Laan dacht na.

"Vijf minuten. Medisch verantwoord? Eva?"

Eva keek naar mijn monitor.

"Alleen als zij niet overeind probeert te komen en hij niet schreeuwt."

"Dan falen we mogelijk aan beide kanten," zei ik.

Toch werd het geregeld.

Daan werd in zijn bed naar een beveiligde observatiekamer gereden. Ik in een rolstoel, met infuuspaal, drain en genoeg pijn om mijn sarcasme scherper dan verstandig te maken.

Hij zag er slecht uit.

Geelbleek.

Opgezwollen.

Een verband langs zijn slaap.

Maar zijn ogen waren nog hetzelfde.

Verwend.

Boos.

Verbaasd dat de wereld niet spontaan terugkeerde naar zijn voorkeur.

"Sanne," zei hij.

Ik zei niets.

Hij keek naar Victoria, die achter mij stond.

"Wie is zij?"

Ik glimlachte zwak.

"De vrouw van wie ik gestolen ben."

Zijn gezicht vertrok.

"Dat geloof je toch niet?"

"Daan."

"Nee, luister. Pa en ma hebben soms rare dingen gedaan, maar dit is gekkenwerk. Ze probeert je tegen ons op te zetten omdat ze rijk is en een kind mist."

"Ik ben dat kind."

"Jij bent mijn zus."

"Nee."

Hij keek naar Van der Laan.

"Dit is hersenspoeling."

Ik vroeg:

"Wie reed de auto?"

Hij zweeg.

"Wie was dronken?"

Zijn kaak verstrakte.

"Ik had niet veel op."

"Wie greep mijn telefoon?"

"Je wilde me chanteren."

"Ik weigerde je 50.000 euro te geven."

"Ik zou het terugbetalen."

"Met welke inkomsten? Je failliete club? Je gokaccount? De lening bij mensen die waarschijnlijk de remmen van je sportwagen zouden saboteren als je nog een maand te laat was?"

Daan's ogen schoten naar Van der Laan.

Daar.

Een detail dat raakte.

"Wie heeft je verteld over het vestje?" vroeg ik.

Zijn gezicht werd leeg.

Victoria stapte één centimeter dichterbij.

"Jij," fluisterde ze.

Daan lachte kort.

"Wat?"

Ik keek hem aan.

"Jij hebt de anonieme tip gegeven."

Hij schudde zijn hoofd.

Maar Daan had nooit goed gelogen wanneer hij geen tijd had om zichzelf als slachtoffer voor te bereiden.

Van der Laan zei:

"Uw telefoon is onderzocht. Er zijn verwijderde berichten naar een prepaidnummer. Dat nummer is gekoppeld aan een privédetective van mevrouw Van Zandt."

Daan's mond opende.

Geen geluid.

Ik begreep het ineens.

"Je gebruikte mijn ontvoering als onderhandelingsmateriaal."

Hij slikte.

"Ik wist niet—"

"Nee. Je wist genoeg."

"Ik wilde gewoon dat pa betaalde."

"Met mij."

Hij sloeg met zijn hand op het bed, maar had te weinig kracht om indruk te maken.

"Jij snapt niet wat het is om altijd druk te voelen! Iedereen verwachtte dat ik iets groots werd."

"Ik betaalde jouw schulden."

"Jij had alles makkelijk! Jij was slim, stabiel, geliefd bij docenten, iedereen vond jou zo verantwoordelijk."

"Barbara gaf mij straf als ik beter scoorde dan jij."

"Dat is niet waar."

"Ze liet mij jouw scripties schrijven."

"Je deed dat graag."

"Ik was veertien."

Hij keek weg.

En daar zag ik het.

Hij wist het allemaal.

Misschien niet de ontvoering.

Maar het systeem kende hij.

Hij had ervan geprofiteerd.

En nu, zelfs met monitors aan zijn lijf, verwachtte hij dat ik opnieuw zou meewerken.

"Had je gehoord wat ze in de traumakamer vroegen?" vroeg ik.

Hij keek niet naar mij.

"Wat?"

"Ze wilden mij laten gaan om jou te redden."

"Ik heb daar niet om gevraagd."

"Nee. Dat is het ergste. Je hoefde nooit te vragen."

Hij sloot zijn ogen.

"Ik ben bang."

Voor het eerst klonk hij jong.

Niet onschuldig.

Jong.

Ik voelde iets bewegen in mij.

Geen vergeving.

Een oude reflex.

Zorgen.

Ik liet hem passeren.

"Dan vertel je de waarheid," zei ik. "Voor één keer zonder rekening naar mij."