DEEL 6 — De Dochters Van Anderen
Ramon Klooster werd zes dagen later in Portugal aangehouden.
Niet in Porto zelf, maar in een villa net buiten Vila Nova de Gaia, waar hij onder de naam Remco Costa een "medisch bemiddelingsbureau" runde.
Medisch.
Dat woord kwam steeds terug.
Alsof je mensenhandel schoner kon maken door een witte jas in de buurt te hangen.
In zijn villa vond de Portugese politie geen babybedjes, geen kinderen, geen dramatische kelder.
Ze vonden iets ergers.
Archief.
Scans.
Betaallijsten.
Kliniekcontacten.
Oude foto's.
Nieuwe namen.
Mijn dossier was nummer 17.
Niet Elise.
Niet Sanne.
VZ-17.
Victoria zag die code en moest de kamer uit.
Ik bleef.
Niet omdat ik sterker was.
Omdat ik al verdoving in mijn bloed had en soms helpt farmaceutische afstand bij morele horror.
Er waren 31 dossiers.
Niet allemaal voltooid.
Sommige waren observaties: rijke ouders, kwetsbare bevalling, onregelmatige administratie.
Sommige waren pogingen.
Zeven leken daadwerkelijke kinderontvoeringen of illegale adopties te zijn geweest.
Twee kinderen waren mogelijk overleden.
Vier leefden vermoedelijk onder valse identiteit.
Eén was ik.
Van der Laan zei:
"We gaan dit zorgvuldig doen. Familie, DNA, internationale rechtshulp."
"Ik wil helpen."
"Dat dacht ik al."
"En?"
"Je bent slachtoffer."
"Ik ben ook accountant."
"Je hebt een long die nog boos is."
"Mijn long hoeft geen bankrekening te lezen."
Hij keek naar Victoria.
Zij zei niets.
Daar waardeerde ik haar om.
Ze wilde mij beschermen, maar leerde snel dat bescherming zonder autonomie te veel leek op de kooi waaruit ik net kwam.
"Beperkt," zei Van der Laan. "Alleen financiële patronen. Geen direct contact met mogelijke slachtoffers. Geen nachtwerk."
Eva, die net binnenkwam, zei:
"En geen Excel na pijnmedicatie."
"Dat is censuur."
"Dat is geneeskunde."
Zo begon ik, vanuit mijn ziekenhuisbed, het netwerk van mijn eigen ontvoering te ontleden.
Niet alleen voor mij.
Voor de anderen.
Er was DB-09, vermoedelijk een jongen die bij een kinderloos echtpaar in Luxemburg terechtkwam.
MK-22, meisje, mogelijk geregistreerd als doodgeboren in een kliniek in Gent.
AR-04, spoor eindigde bij een stichting in Breda.
En LN-31, waarvan alleen een foto bestond van een klein armbandje met een naam die half zichtbaar was:
Lina.
Victoria liet haar eigen team parallel zoeken, maar dit keer onder toezicht van de politie. Zij had macht genoeg om landen nerveus te maken, maar Van der Laan stond erop dat bewijs niet besmet werd door miljardairsongeduld.
"Ik ben geen miljardair," zei Victoria koel.
Van der Laan keek niet op.
"Dat is precies wat miljardairs zeggen."
Ik lachte zo hard dat mijn ribben protesteerden.
Het herstel ging langzaam.
Mijn lichaam was een boekhouding van schade: ribben, long, hersenschudding, gescheurde spieren, blauwe plekken waar de gordel had gesneden, littekens van spoedprocedures.
Maar mijn geest was erger.
Elke herinnering wilde opnieuw gelabeld worden.
Mijn eerste schooldag: Barbara die mijn haar te strak vlocht omdat "meisjes van ons netjes zijn".
Ons?
Mijn achttiende verjaardag: Richard die zei dat mijn studie forensische accountancy nuttig kon zijn voor "familiezaken".
Nuttig.
Daan die mij als kind "gevonden meisje" noemde wanneer hij boos was. Ik dacht dat hij me wilde pesten.
Misschien had hij iets gehoord.
Misschien herhalen kinderen geheimen voordat ze ze begrijpen.
Victoria kwam op een avond binnen met een doos.
"Je hoeft hem niet te openen."
"Wat is het?"
"Foto's. Van je echte familie. Van Alexander. Van mij. Van de kamer die we voor je hadden gemaakt."
Ik keek naar de doos alsof er een explosief in zat.
"Ik wil wel."
"Nu?"
"Nu."
Ze zette hem op mijn bedtafel.
Bovenop lag een foto van een babykamer.
Zachtgeel.
Geen roze paleis.
Geen rijkdomsdemonstratie.
Een houten wieg.
Een mobiel met sterren.
Op de muur, geschilderd in kleine letters:
Welkom, Elise.
Mijn naam.
Niet gestolen.
Gewacht.
Ik raakte de foto aan.
"Heb je de kamer gehouden?"
Victoria knikte.
"Alexander wilde niets veranderen. Na zijn dood kon ik het ook niet."
"Dat is... ongezond."
"Ja," zei ze. "Verdriet is zelden een goed interieuradvies."
Ik glimlachte.
Zij ook.
Voor het eerst niet als eigenaar van een ziekenhuis.
Niet als machtige vrouw.
Als iemand die ook kapot was gegaan en niet wist hoe je dat stijlvol moest doen.
Onder de foto lag een brief.
Handschrift van een man.
Voor mijn dochter Elise, op haar eerste verjaardag.
Ik kon hem niet openen.
Niet die avond.
Victoria begreep het zonder dat ik iets zei.
"Ze wachten al lang," zei ze. "Ze kunnen nog even."