DEEL 4 — Club Onyx
Club Onyx was nooit een nachtclub geweest.
Niet echt.
Dat ontdekte ik zelf, al liggend in een ziekenhuisbed, met drie drains en een laptop op een standaard die Eva alleen toestond nadat ik beloofde niet te overlijden boven een Excelbestand.
"Een uur," zei ze streng.
"Ik ben forensisch accountant. Een uur is warming-up."
"Dan dertig minuten."
"Onderhandeling verloren."
Ik begon met Daans betalingsverkeer.
Officieel was Club Onyx een exclusieve nachtclub in Rotterdam-Zuid, met VIP-tafels, internationale dj's en een ledenprogramma. In werkelijkheid was de omzet absurd grillig, de leverancierscirkel te klein en de kasstroom te rond.
Ronde bedragen liegen.
Niet altijd.
Maar vaak genoeg.
€18.000.
€24.000.
€32.000.
"Event consultancy."
"Contante omzet VIP."
"Art performance fee."
Ik volgde de lijnen.
De geldstromen liepen via drie BV's, twee stichtingen en een vastgoedbedrijf dat ik herkende.
Niet uit Daan's wereld.
Uit Victoria's oude kidnappingdossier.
Klooster Medische Diensten.
Barbara's meisjesnaam.
Mijn vingers werden koud.
Ik vroeg Van der Laan om een beveiligd schermgesprek.
Hij verscheen met koffie en vermoeidheid.
"Je hoort te rusten."
"Dat doet iedereen steeds alsof waarheid niet besmettelijk wordt als je hem laat liggen."
"Wat heb je gevonden?"
Ik draaide het scherm naar hem.
"Club Onyx is verbonden aan een oude vennootschap van Barbara's familie. Niet direct. Via een stichting die zogenaamd cultuurprojecten ondersteunt. Maar kijk naar de UBO-geschiedenis."
Van der Laan boog naar het scherm.
"Richard."
"En Ramon Klooster."
"Familie?"
"Barbara's broer. Hij verdween uit Nederland rond de tijd dat ik zogenaamd in België werd geboren."
Van der Laan werd stil.
"Ramon Klooster is nooit gevonden in het ontvoeringsonderzoek."
"Dan begon mijn adoptie niet met wanhoop," zei ik. "Maar met handel."
Victoria kwam binnen terwijl ik dat zei.
Ze verstijfde.
"Wat?"
Ik had haar willen sparen.
Maar mijn leven was al te lang opgebouwd rond leugens die mensen "bescherming" noemden.
"Ik denk dat Barbara en Richard mij niet alleen hielden omdat ze een kind wilden. Ze verdienden aan de constructie. En Daan's club is later gebruikt om oude geldstromen schoon te maken."
Victoria zette langzaam haar tas neer.
"Ramon Klooster."
"Ken je hem?"
"Ik heb zijn naam dertig jaar gehaat zonder gezicht," zei ze. "Hij was de vermoedelijke tussenpersoon. De politie kon hem nooit koppelen."
Van der Laan maakte direct aantekeningen.
Binnen 24 uur werd Club Onyx volledig doorzocht.
Niet door gewone agenten alleen.
FIOD, cybercrime, financieel specialisten.
Mijn oude collega's.
Ik had verwacht dat ze mij uit beleefdheid zouden ontzien.
Dat deden ze niet.
Ze stuurden mij een samenvatting via Van der Laan, omdat "mevrouw De Vries ondanks ernstige verwondingen nog steeds de meest irritante en accurate patroonherkenning vertoont."
Ik was trots.
Club Onyx bevatte contante kasadministraties, valse artiestencontracten, lijsten met schuldeisers, crypto-wallets en, verborgen achter een geluidspaneel in Daans kantoor, een metalen kist.
In die kist lagen documenten.
Niet van Daan.
Van Barbara.
Oude kliniekroosters.
Een vervalste geboorteakte.
Een contract met een tussenpersoon.
Een foto van Victoria, jong, slapend in een ziekenhuisbed.
En een lijst met mogelijke kopers.
Ik moest overgeven toen ik dat hoorde.
Niet omdat ik dacht dat ik was verkocht.
Omdat er naast mijn naam nog drie andere babynummers stonden.
Van der Laan kwam persoonlijk langs.
"Er is geen bewijs dat alle dossiers tot ontvoering hebben geleid," zei hij voorzichtig.
"Maar er waren meer kinderen."
"Ja."
Victoria ging zitten alsof haar knieën ineens niet meer van haar waren.
"Wie?"
"We onderzoeken dat."
Ik dacht aan Barbara die mijn verjaardag altijd vergat maar Daan's halve verjaardagsweek vierde.
Aan Richard die zei dat kinderen een investering waren.
Aan de "oom" uit België die één keer per jaar kwam, nooit mijn naam gebruikte en altijd naar mijn lengte vroeg alsof hij inventaris controleerde.
"Ze hebben een netwerk gehad," zei ik.
Van der Laan knikte.
"Daar lijkt het op."
"En Daan wist dat?"
"Niet alles. Maar hij had de kist."
"Dus genoeg."
Victoria keek naar mij.
"Sanne... Elise..."
Ik sloot mijn ogen.
"Niet nu."
"Je hoeft dit niet te dragen."
Ik opende mijn ogen.
"Dat is het probleem. Ik draag het al. Ik wist alleen niet hoe zwaar het was."