MIJN SCHOONBROER SLOEG MIJ BIJ DE KIST OM DE KLUISSLEUTEL

DEEL 3 — Notaris Vermeer

De volgende ochtend om negen uur zat de hele familie in de wachtkamer van Notariskantoor Vermeer aan het Domplein.

Het was zo'n kantoor waar zelfs de planten vertrouwelijkheid uitstraalden. Glas, donker hout, zachte vloerbedekking, en een receptionist die keek alsof hij al dertig jaar families zag ruziën over dode mensen en daar geen oordeel meer over hoefde te oefenen.

Timo had een advocaat meegenomen.

Een nerveuze man genaamd meester Van Gent, met een te glimmende aktetas en het gezicht van iemand die pas in de auto de helft van het dossier had gehoord.

Ingrid droeg dezelfde zwarte kleding als de dag ervoor, maar zonder de glimlach.

Serena zat naast Timo, haar handen strak om haar tas. Haar diamanten oorbellen had ze niet om.

Dat viel mij op.

Tante Riet zat achterin met een zakdoek in haar hand en mompelde dat Willem dit verschrikkelijk had gevonden.

Ik dacht aan zijn briefje.

Laat ze eerst praten.

Nee.

Willem had dit verwacht.

Notaris Vermeer kwam ons zelf halen. Een lange man van begin zestig, met zilverkleurig haar en een stem die geen volume nodig had om gehoorzaamd te worden.

"Mevrouw Eva van den Berg?"

Ik stond op.

Timo snoof.

"Ze heet niet eens zo."

De notaris keek naar hem.

"De heer Lukas van den Berg en mevrouw Eva van den Berg-de Wit zijn gehuwd geweest tot zijn overlijden. Mevrouw heeft het recht die naam te voeren."

Het was een kleine correctie.

Maar hij voelde als een hand op mijn rug.

In de vergaderruimte stond een lange tafel. Aan het hoofd lag een map met rode linten eromheen. Daarnaast een kleine cassetterecorder.

Die recorder brak Timo's laatste schijnrust.

"Serieus?" zei hij. "Gaan we theater spelen?"

Notaris Vermeer ging zitten.

"Nee, mijnheer Van den Berg. We gaan de laatste wil van uw vader uitvoeren."

"Mijn vader was ziek."

"Dat was hij."

"Hij was beïnvloedbaar."

"Niet volgens de twee onafhankelijke wilsbekwaamheidsverklaringen van 14 september en 2 november."

Timo keek naar zijn advocaat.

Die bladerde koortsachtig.

Ingrid zei:

"Willem had goede dagen en slechte dagen."

"Inderdaad," zei de notaris. "Daarom zijn de testamentaire wijzigingen alleen op goede dagen voorbereid en gepasseerd, buiten aanwezigheid van belanghebbenden."

"Behalve Eva," beet Timo.

"Ook mevrouw Eva was niet aanwezig bij het passeren van het testament."

Ik wist dat.

Willem had mij pas later verteld dat hij iets had geregeld.

Niet wat.

Alleen dat ik, als het moment kwam, niet mocht terugdeinzen omdat anderen harder schreeuwden.

Notaris Vermeer opende de map.

"Ik zal samenvatten. De heer Willem van den Berg heeft zijn eerder testament herroepen. In zijn laatste testament benoemt hij mevrouw Eva van den Berg-de Wit tot enig erfgenaam en executeur. Hij legateert aan zijn echtgenote, mevrouw Ingrid van den Berg, een jaarlijkse onderhoudsuitkering conform de wettelijke en huwelijksvermogensrechtelijke afspraken, maar sluit haar uit van vruchtgebruik van de woning aan de Oudegracht. Aan zijn zoon Timo laat hij geen geldelijk legaat na."

Timo sprong op.

"Geen geldelijk legaat? Ik ben zijn zoon!"

"Dat staat niet ter discussie," zei de notaris.

"Jawel! Dat is precies wat ter discussie staat!"

Van Gent legde een hand op zijn arm.

"Timo."

Timo trok zich los.

"Mijn vader heeft mij nooit onterfd. Zij heeft hem vergiftigd tegen mij."

Ik keek hem aan.

"Met soep, waarschijnlijk."

Een paar mensen keken geschrokken.

Notaris Vermeer bleef onverstoorbaar.

"De heer Van den Berg heeft een aanvullende verklaring laten opstellen, die ik nu zal voorlezen."

Hij pakte een verzegelde brief.

Niet uit de kluis.

Uit zijn eigen dossier.

"Mijn kinderen en mijn vrouw zullen zeggen dat ik hard ben geworden door ziekte. Dat is niet waar. Ziekte heeft mij alleen de tijd gegeven om te zien wie mijn kamer binnenkwam om mijn hand vast te houden, en wie mijn bankapp wilde openen."

Ingrid sloot haar ogen.

Timo werd donkerrood.

De notaris las door.

"Mijn zoon Timo heeft mij gedurende achttien maanden onder druk gezet om geld over te maken. Soms met tranen. Soms met woede. Soms met de herinnering aan Lukas, die hij gebruikte als mes. Mijn echtgenote Ingrid heeft dit gedrag vergoelijkt en soms aangemoedigd. Ik heb haar daar herhaaldelijk op aangesproken. Zij koos rust boven waarheid."

Mijn keel kneep dicht.

Willem had zijn eigen huwelijk in één zin samengevat.

"Eva heeft mij nooit om geld gevraagd. Zij kwam wanneer ik pijn had, wanneer ik bang was, wanneer ik boos was, wanneer ik onredelijk was. Zij zag mij niet als erfenis, maar als mens. Wat zij ontvangt, is geen betaling voor zorg. Het is bescherming tegen de mensen die haar na mijn dood zullen proberen weg te duwen."

De kamer bleef doodstil.

Toen zei Ingrid zacht:

"Hij haatte me."

Notaris Vermeer keek naar haar.

"Nee, mevrouw. Hij schreef elders dat hij u liefhad. Dat maakt de verklaring niet zwakker."

Dat brak haar meer dan een beschuldiging had gedaan.

Want haat kan men terughaten.

Liefde die grenzen stelt, is lastiger te ontlopen.