DEEL 4 — De stem op de cassette
Notaris Vermeer keek naar de cassetterecorder.
"De heer Van den Berg heeft mij gevraagd het bandje slechts af te spelen indien zijn integriteit of de testamentaire wilsbekwaamheid in twijfel zou worden getrokken door de heer Timo van den Berg of mevrouw Ingrid van den Berg."
Timo lachte schamper.
"Handig."
"Uw woorden van gisteren bij de kluis en uw huidige stellingen vallen daaronder," zei de notaris.
Van Gent fluisterde iets tegen Timo.
Timo negeerde hem.
"Speel maar af. Ik heb niets te verbergen."
Dat was een leugen.
De recorder klikte.
Eerst ruis.
Toen Willems stem.
Zwakker dan ik hem wilde onthouden, maar helder.
"Ik zet hem aan. Ik wil dat je dat weet, Timo."
Daarna Timo's stem.
"Je bent gek."
"Misschien," zei Willem. "Maar niet zó gek dat ik nog eens twintigduizend euro overmaak zonder vast te leggen waarom."
"Je bent mijn vader."
"Daarom doet dit pijn."
"Nee. Je doet alsof. Eva zit achter dit alles. Sinds Lukas dood is, hangt ze aan je als een parasiet."
Mijn handen sloten zich om elkaar.
Ik voelde Alexanders afwezigheid niet; dit was mijn zaak, mijn verleden, mijn rouw. Maar op dat moment wenste ik heel even dat Lukas naast me zat.
Willems stem bleef kalm.
"Eva heeft vandaag mijn medicijnen opgehaald, mijn was gedaan en de verzekering gebeld omdat jij de premie weer had laten storneren."
"Dat is familiegedoe."
"Nee, jongen. Dat is misbruik."
Op de band klonk een harde klap.
Niet als een vuist op vlees.
Als een hand op tafel.
Toch kromp ik.
Timo fluisterde in de vergaderruimte:
"Dit is uit context."
De recorder ging verder.
Ingrids stem klonk nu ook. Gladder. IJziger.
"Willem, geef hem gewoon wat hij vraagt. Dan hebben we rust."
"Rust kost inmiddels €247.000."
"Je kunt het niet meenemen."
"Nee. Daarom wil ik het niet aan iemand nalaten die mij bij leven al leeghaalt."
Timo:
"Als jij dit doorzet, zorg ik dat Eva hier geen voet meer binnen zet na je dood."
Willem:
"Dat dacht ik al."
Ingrid:
"Willem, doe niet dramatisch."
Willem:
"Ik ben niet dramatisch. Ik ben stervende. Dat is vrij praktisch."
Een paar mensen in de kamer ademden tegelijk in.
Zelfs Van Gent keek naar zijn handen.
Toen kwam de zin die alles veranderde.
Timo zei:
"Lukas had tenminste begrepen dat bloed voorgaat. Hij zou nooit willen dat zijn weduwe jouw huis krijgt."
Een lange stilte op de band.
Daarna Willem, heel zacht:
"Jij weet niets van wat Lukas wilde."
Timo lachte.
"Jawel. Hij was mijn broer."
Willem:
"Dan had je zijn brief moeten lezen voordat je zijn horloge verkocht."
Serena keek met open mond naar Timo.
"Horloge?"
Timo's gezicht trok weg.
De band stopte.
Notaris Vermeer drukte de knop uit.
"De resterende opname bevat persoonlijke woorden van de heer Willem over zijn overleden zoon Lukas en mevrouw Eva. Die worden niet in deze ruimte afgespeeld zonder toestemming van mevrouw Eva."
Alle ogen draaiden naar mij.
Ik dacht aan de envelop met Lukas' naam.
Aan het horloge.
Zijn horloge.
Het zilveren horloge dat hij van Willem kreeg toen hij dertig werd. Ik had na zijn dood overal gezocht. Timo zei dat Lukas het waarschijnlijk zelf had weggegeven.
Ik wist nu dat ook die leugen geld had opgebracht.
"Ik wil de rest later horen," zei ik.
"Dat kan," zei de notaris.
Timo ging weer zitten.
Niet omdat hij rustiger was.
Omdat zijn benen het bijna begaven.
Serena fluisterde:
"Je hebt Lukas' horloge verkocht?"
Hij keek haar aan.
"Niet nu."
"Wanneer dan wel?"
"Serena."
"Je zei dat Eva loog."
"Ze liegt ook."
"Het is je eigen stem, Timo."
Die zin was de eerste barst tussen hen.
Niet uit morele zuiverheid.
Waarschijnlijk uit angst dat ze met de verkeerde kant van de erfenis was getrouwd.
Maar barsten laten licht binnen.
Soms is dat genoeg.