Mijn zoon stierf, mijn schoondochter hield de villa van bijna vier miljoen euro en zei dat ik maar in de bergen moest gaan doodvriezen. Ik vertrok zonder te protesteren. Maar toen in het oude chalet een vloerplank onder mijn voeten brak, vond ik de doos die mijn zoon vlak voor zijn dood had verborgen — en begreep ik waarom zij mij zo snel weg wilde hebben.

‘Dat ik daar geen informatie over geef.’

Voor het eerst sinds Daan was gestorven, voelde ik iets anders dan machteloosheid. Geen opluchting. Daarvoor was er te veel gebeurd. Het was eerder het gevoel dat er onder mijn voeten weer vaste grond lag.

Ik vloog die middag terug naar Nederland.

Bij Van Houten Notariaat in Haarlem wachtte Annelies mij op in een kleine spreekkamer met een glazen tafel. Ze was tweeënvijftig, droeg een donkerblauwe jurk en had een map voor zich liggen.

‘Uw zoon heeft acht dagen voor zijn overlijden zijn testament aangepast,’ zei ze.

‘Waarom wist Eva dat niet?’

‘Omdat hij uitdrukkelijk heeft gevraagd dat wij niemand zouden informeren.’

Ze schoof de map naar mij toe.

‘De villa gaat niet naar Eva.’

Ik keek haar aan.

‘Naar wie dan?’

‘Naar Lotte, onder beheer tot haar vijfentwintigste. U krijgt het levenslange recht om in de villa te wonen zolang u dat zelf wilt. Daarnaast heeft u voorrang op de terugbetaling van de lening die u aan Daan heeft verstrekt.’

Ik zei niets.

‘Eva krijgt een beperkt bedrag en haar persoonlijke bezittingen,’ vervolgde Annelies. ‘Daan heeft haar niet volledig onterfd omdat hij niet wilde dat Lotte rechtstreeks door een conflict tussen haar ouders werd geraakt.’

‘En Joris?’

‘Hij krijgt niets.’

Annelies haalde een tweede document tevoorschijn.

‘Uw lening bedroeg oorspronkelijk honderdtachtigduizend euro. Met rente en afspraken over waardestijging is dat inmiddels aanzienlijk meer. De overeenkomst is rechtsgeldig geregistreerd.’

‘Waarom zei Daan nooit dat hij dit allemaal had geregeld?’

‘Omdat hij bang was dat Eva hem onder druk zou zetten voordat de akte volledig was verwerkt.’

Ik dacht aan zijn telefoontje. Aan zijn vraag over de rode sleutel. Aan de stilte na mijn antwoord.

‘Hij wist dat hij gevaar liep,’ zei ik.

Annelies keek naar haar handen.

‘Hij zei dat hij zich bedreigd voelde. Maar hij wilde geen aangifte doen zonder sluitend bewijs. Hij hoopte eerst zijn dochter veilig te stellen.’

‘En nu?’

‘Nu moeten we zorgen dat niemand de nalatenschap leegtrekt.’

Op dat moment ging de deur open. Een rechercheur stapte binnen met een vrouw van de fiscale opsporingsdienst.

Ze hadden mijn aangifte in Oostenrijk gezien. De foto’s van de remleiding waren doorgestuurd naar de politie. De opname kon worden onderzocht op echtheid. De garagehouder in Utrecht had inmiddels bevestigd dat hij Daan vlak voor zijn dood had gewaarschuwd.

‘We willen weten waar de originele auto is,’ zei de rechercheur.

‘Bij een bergingsbedrijf,’ zei ik. ‘Eva heeft hem laten ophalen.’

‘Dat is niet helemaal juist,’ zei hij. ‘De auto is twee dagen na het ongeval door een bedrijf in Duitsland gekocht.’

Ik voelde hoe mijn maag zich aanspande.

‘Wie heeft hem verkocht?’

‘De verzekeraar kreeg een ondertekende machtiging van Eva.’

De rechercheur legde een foto op tafel.

Het was een scan van de machtiging. Onderaan stond Daans naam.

‘Dat is zijn handtekening niet,’ zei ik.

‘Dat denken wij ook.’

De eerste inval vond drie dagen later plaats. De politie doorzocht de villa aan de Amstel en de woning van Joris in Diemen. Eva was op dat moment met Lotte bij een vriendin. Ze had de deurbelcamera uitgezet, maar de camera aan de overkant van de straat had vastgelegd hoe Joris de avond vóór Daans dood de villa binnenging.

De opname van de vloerplank was niet het enige wat Daan had verborgen. In de map zat ook een lijst met data, kentekens en namen. Hij had de bezoeken van Joris bijgehouden zonder Eva iets te laten merken.

De politie vond in Joris’ garage een doos met onderdelen van Daans Volvo. De rechtervoorrem lag tussen oude autobanden. Op een metalen onderdeel zaten vingerafdrukken van Joris.

Toch bleef Eva alles ontkennen.

Tijdens het verhoor zei ze dat ze niets wist van de diefstal uit het bedrijf. Ze zei dat Daan paranoïde was geworden en dat ik hem tegen haar probeerde uit te spelen.

‘Uw schoonmoeder beweert dat u haar uit de villa heeft gezet,’ zei de rechercheur.

‘Dat klopt. Ze was niet langer welkom.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat ze na de dood van mijn man geobsedeerd raakte door geld.’

‘Ze zegt dat u haar heeft verteld dat zij in de bergen moest gaan doodvriezen.’

Eva leunde achterover.

‘Dat is een emotionele interpretatie van een ongelukkige zin.’

De rechercheur keek naar het dossier.

‘U zei letterlijk: “Ga maar in de bergen doodvriezen, nutteloze oude vrouw.”’

Eva wreef met haar duim over haar trouwring.

‘Ik was overstuur.’

‘Dat lijkt ons duidelijk.’

Ze werd niet onmiddellijk gearresteerd. De onderzoeken liepen nog. De bankrekeningen van Eva en Joris werden bevroren. Het bedrijf van Daan kreeg tijdelijk een bewindvoerder. De villa werd verzegeld tot duidelijk was welk deel van de nalatenschap nog aanwezig was.

Lotte verbleef bij de zus van Eva. Ik mocht haar pas na twee weken zien.

We zaten in een stille kamer van jeugdzorg. Lotte droeg een groene trui en had haar haar in een losse staart gebonden. Ze keek naar de tafel, niet naar mij.

‘Mama zegt dat jij papa’s huis wilt afpakken,’ zei ze.

‘Nee.’

‘Ze zegt dat je alles wilt hebben.’

‘Ik wil niets hebben wat van jou is.’

Ze keek eindelijk op.

‘Papa zei dat je moest opletten.’

Mijn vingers klemden zich om de rand van mijn stoel.

‘Wanneer zei hij dat?’

‘De avond voordat hij wegging.’

‘Wat zei hij precies?’

Lotte haalde haar schouders op.

‘Hij zei: “Als oma iets vraagt, moet je haar de blauwe map geven.”’

‘Welke blauwe map?’