Ik stopte met lezen.
Joris was Eva’s jongere broer. Hij werkte als financieel manager bij Daans bedrijf. Ik had hem altijd aardig gevonden. Hij bracht met Kerstmis wijn mee en noemde mij steevast ‘tante Mariek’, hoewel ik niet zijn tante was.
Ik stak de USB-stick in mijn laptop.
Er stonden vierenveertig bestanden op. Bankafschriften. E-mails. Foto’s van papieren. Een map met de naam “remmen”.
Mijn vingers werden koud.
In die map zat een foto van Daans Volvo op een garagebrug. De rechtervoorrem was verwijderd. Op een tweede foto lag het onderdeel op een werkbank. Een monteur had in een e-mail geschreven:
“De slijtage lijkt niet op normale slijtage. De remleiding is bewust beschadigd. Ik wil dit niet zonder getuige vervangen.”
De e-mail was drie dagen voor Daans dood verzonden.
Daarna kwam de geluidsopname.
Eerst hoorde ik alleen stoelen die over een vloer schoven. Toen Eva’s stem.
‘Je kunt niet zomaar naar de notaris gaan en alles veranderen.’
Daan antwoordde: ‘Het staat op mijn naam. Ik bepaal zelf wat er met mijn eigendom gebeurt.’
‘Nee, Daan. Jij denkt dat je nog iets bepaalt. Maar als jij je moeder geld geeft, blijft er voor Lotte niets over.’
‘Je hebt in drie jaar tijd bijna tweehonderdduizend euro uit mijn bedrijf gehaald.’
‘Dat geld was voor ons gezin.’
‘Je hebt het naar Joris overgemaakt.’
‘Joris had het nodig.’
‘Dat is verduistering.’
Er klonk een harde tik.
‘Als je naar de politie gaat, verlies je Lotte,’ zei Eva.
Mijn adem stokte.
‘Je dreigt me met mijn eigen dochter?’
‘Ik zeg alleen dat je moeder haar kleindochter niet meer zal zien als jij dit doorzet.’
Daan zweeg lang.
Toen zei hij: ‘Je weet dat ik dit gesprek opneem.’
Eva lachte kort.
‘Denk je dat iemand jou gelooft? Jij bent overspannen. Je slikt pillen. Je hebt wekenlang niet geslapen.’
De opname eindigde.
Ik bleef voor mijn laptop zitten tot het buiten licht werd.
Daarna luisterde ik naar de tweede opname.
Deze was korter. Joris sprak.
‘De monteur heeft de auto gezien.’
Eva zei: ‘Dan moet je zorgen dat hij hem niet meer ziet.’
‘Je zei dat Daan alleen bang moest worden.’
‘Ik zei dat hij moest stoppen.’
‘Dat heb ik gedaan.’
‘Niet op deze manier.’
Daarna klonk er een deur die dichtsloeg.
Ik stopte de opname en belde Annelies van Houten. Deze keer nam ze direct op.
‘Ik heb de bestanden gevonden,’ zei ik.
‘Welke bestanden?’
‘Een opname waarop Eva en haar broer praten over de auto van Daan.’
‘Kopieer alles naar drie verschillende apparaten. Stuur niets via WhatsApp. Neem de laptop mee, maar open de originele bestanden niet meer.’
‘Heeft mijn zoon een testament gemaakt?’
‘Hij heeft dat welbekende dossier bij ons laten aanmaken.’
‘Wat staat erin?’
‘Dat kan ik pas in persoon met u bespreken.’
‘Annelies, mijn zoon is dood. Ik ben door zijn vrouw uit zijn huis gezet. Ik heb recht op een antwoord.’
Haar stem werd zachter.
‘Ja. U heeft recht op de waarheid. Maar u moet begrijpen dat ik ook moet voorkomen dat iemand later beweert dat de documenten zijn gemanipuleerd.’
Ik keek naar de metalen kist.
‘Komt Eva bij jullie?’
‘Ze heeft twee keer gebeld.’
‘Wat wilde ze?’
‘Ze wilde weten of Daan nog iets had laten wijzigen.’
‘En wat zei u?’