MILJARDAIR BESCHULDIGDE ZIJN KINDEROPPAS VAN DIEFSTAL EN ZETTE HAAR OP STRAAT – MAAR TOEN ZIJN DRIE BLOEDENDE ZOONTJES NAAR HAAR TOE RENDEN, KWAM EEN GRUWELIJK GEHEIM AAN HET LICHT

Deel 4 – Wat de jongens hadden gezien

‘We gaan eerst naar binnen, weg van de straat,’ zei ik tegen Richard.

Hij keek naar de jongens, naar hun bebloede handen en vervolgens naar mij.

‘Natuurlijk.’

‘Maar Victoria blijft uit hun buurt totdat duidelijk is wat er gebeurd is.’

Hij aarzelde niet.

‘Goed.’

We liepen naar de overdekte veranda, waar ik een bankje wist te staan.

Richard haalde de verbanddoos uit de keuken. Ik spoelde Ethans hand voorzichtig met water uit een flesje dat hij me bracht en drukte er een schoon gaasje tegen.

De snee was niet diep, maar moest beoordeeld worden.

‘We moeten de huisartsenpost bellen,’ zei ik.

Richard pakte zijn telefoon.

Terwijl hij belde, zat Noah met zijn hoofd tegen mijn schouder.

‘Jij bent niet boos op ons, hè?’

‘Waarom zou ik?’

‘Omdat we aan Victoria’s telefoon zaten.’

Ik keek hem aan.

‘Vertel me eens rustig wat er is gebeurd.’

Ethan nam het woord.

Hij vertelde dat Victoria eerder die ochtend met haar telefoon aan haar oor door de gang was gelopen.

De jongens hadden in de speelkamer gezeten. Vanuit de halfopen deur hadden ze haar zien stilstaan bij mijn tas.

‘Ze had dat blauwe doosje vast,’ zei Ethan. ‘Ze maakte jouw tas open en deed het erin.’

‘Wist je toen wat erin zat?’

‘Nee. Maar toen papa het eruit haalde, zag ik hetzelfde doosje.’

Noah knikte.

‘Ik ook.’

Ik voelde hoe Liam mijn mouw vasthield.

‘Waarom hebben jullie niets gezegd?’

Ethan keek beschaamd naar zijn voeten.

‘Victoria zei dat volwassenen iets aan het regelen waren. Dat we niet mochten storen.’

Pas nadat ik was weggestuurd, hadden ze begrepen wat er gebeurde.

Ze waren naar Victoria gegaan en hadden gezegd dat ze hun vader wilden vertellen wat ze hadden gezien.

Daarop was ze boos geworden.

‘Ze zei dat wij leugenaars waren,’ fluisterde Noah.

Victoria had volgens de jongens geprobeerd hen naar de speelkamer te sturen.

Ethan had gezegd dat hij naar buiten ging om mij terug te halen.

Daarop had Victoria de deur naar de achtergang dichtgeduwd om hem tegen te houden.

Ethan had zijn hand tussen de deur en de deurpost gekregen. Toen hij die wegtrok, verloor hij zijn evenwicht en stootte tegen een glazen fotolijst die op een smalle sidetable stond.

Het glas viel kapot.

Zijn hand kwam langs een scherpe scherf.

Noah probeerde hem overeind te helpen en haalde zijn arm langs de gebroken lijst.

Liam schrok, gleed uit op de vloer en schuurde zijn wang tegen de houten rand van het kastje.

‘Victoria riep dat we moesten blijven staan,’ zei Ethan. ‘Maar ik wilde naar jou.’

De jongens waren via de bijkeuken naar de tuin gerend en vervolgens door de voordeur, die Richard inmiddels had geopend toen hij het lawaai hoorde.

Bij de straat hadden ze mij nog net gezien.

Richard stond roerloos naast de bank.

‘Waarom heb je me niet geroepen?’ vroeg hij aan Ethan.

De jongen keek hem aan.

‘Omdat je Emily ook niet geloofde.’

Richard deed zijn mond open, maar zei niets.

Op dat moment verscheen Victoria in de deuropening.

‘Richard, dit is belachelijk. Je gaat toch niet geloven wat drie kleuters vertellen?’

‘Blijf daar,’ zei hij.

Ze keek verbaasd.

‘Pardon?’

‘Ik wil eerst weten wat er gebeurd is.’

Victoria wees naar mij.

‘Sinds wanneer bepaalt zij wat hier gebeurt?’

Ik voelde Ethan verstijven.

‘Je moet niet zo tegen haar praten,’ zei hij.

Victoria keek hem scherp aan.

‘Ethan, naar binnen. Nu.’

Richard ging tussen haar en de jongens staan.

‘Nee.’

Het was een kort woord.

Maar in de drie jaar dat ik hem kende, had ik het nog nooit op die manier tegen Victoria horen zeggen.

Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn.

‘Je zei vanmorgen dat je de hele ochtend boven was.’

‘Dat was ik ook.’

‘De kinderen zeggen dat ze je bij Emily’s tas hebben gezien.’

Victoria lachte ongelovig.

‘En jij gelooft dat?’

Richard liep naar het kleine scherm naast de voordeur.

Het beveiligingssysteem registreerde beelden van de oprit en de hal. De camera in de hal keek ook uit op het gedeelte bij de keukendeur waar ik mijn tas gewoonlijk neerzette.

‘Ik wil de beelden bekijken,’ zei hij.

Victoria’s gezicht veranderde.

‘Richard, dit gaat veel te ver.’

Hij antwoordde niet.

Ik bleef met de jongens op de veranda terwijl hij de opnamen op zijn telefoon opzocht.

Even later kwam hij terug.

Hij hield het scherm voor mij.

Op de opname van negen uur zeventien liep Victoria de gang in.

Ze keek eerst naar de woonkamer.

Daarna haalde ze iets uit haar jasje.

Ze bukte zich bij mijn tas.

En liep vervolgens weg.

Het beeld was niet scherp genoeg om het horloge zelf te herkennen.

Maar het doosje was duidelijk zichtbaar.

Richard keek naar Victoria.

‘Heb jij dat horloge in haar tas gedaan?’