‘En daarna wil ik weten waarom Maarten zes ton nodig heeft.’
Nu keek hij weg.
Dat viel me op.
‘Daan.’
‘Niet nu.’
‘Je weet iets.’
‘Ik weet iets wat ik niet kon bewijzen.’
Ik ging rechter zitten.
Mijn rug protesteerde.
‘Zeg het.’
Hij ademde uit.
‘Drie maanden geleden vroeg jij me of ik naar de beveiliging van je thuiskantoor wilde kijken.’
‘Omdat iemand mijn laptop had geopend.’
‘Ja.’
Ik herinnerde me het.
Een ochtend stond mijn laptop anders op mijn bureau.
Maarten had gezegd dat de schoonmaker hem waarschijnlijk had verplaatst.
Daan had nieuwe logging ingesteld en een kleine camera bij de kast gemonteerd.
Niet gericht op mijn werkplek.
Alleen op de deur.
‘Er is daarna nog twee keer iemand binnen geweest wanneer jij er niet was.’
‘Maarten?’
‘Eén keer Maarten. Eén keer Liesbeth.’
Mijn vingers trokken samen om het ziekenhuislaken.
‘Waarom heb je niets gezegd?’
‘Omdat jij me vroeg alleen te waarschuwen als er gegevens werden gekopieerd.’
‘Zijn die gekopieerd?’
‘Vorige week.’
Ik keek naar hem.
‘Wat?’
‘Een map met eigendomsdocumenten van het huis, stukken van je vader, je aandeelhoudersovereenkomst en een scan van je paspoort.’
Ik voelde iets in mijn keel vastzitten.
‘En je hebt mij niet gebeld?’
‘Ik wilde dat wel. Maar je zat toen met Maarten naast je in de auto. Ik heb je gevraagd of ik langs moest komen. Jij zei dat alles goed was.’
Ik herinnerde me zijn bericht.
Alles rustig? Kan vanavond even langskomen.
Mijn antwoord:
Niet nodig. Maarten en ik gaan eten. Alles goed hier.
Ik sloot mijn ogen.
Alles goed hier.
Vier woorden.
Soms is schaamte niet groot.
Soms past ze precies in een WhatsApp-bericht.
De politie kwam die middag terug.
Ze namen de rode map in beslag.
Daar zaten niet alleen conceptstukken voor bewind en mentorschap in.
Er zat ook een niet-ondertekende volmacht in waarmee Maarten namens mij een tweede hypotheek van €625.000 kon aanvragen.
Daarnaast vonden ze kopieën van medische notities.
Niet mijn volledige huisartsendossier.
Losse screenshots.
Zinnen zonder context.
‘Patiënte meldt slaapproblemen.’
‘Voelt zich gespannen.’
‘Huilt sneller tijdens zwangerschap.’
Volkomen normale klachten uit mijn zwangerschap.
In de map waren ze geel gemarkeerd.
Daaronder had iemand met pen geschreven:
patroon instabiliteit aantonen.
Liesbeths handschrift.
De eerste twist was daarmee duidelijk.
Het geweld die ochtend was geen plotselinge uitbarsting.
Ze wilden mijn handtekening.
En ze wilden bewijs verzamelen waarmee ze, als ik weigerde, konden beweren dat ik psychisch niet in staat was mijn financiën te beheren.
Maar waarom?
Die vraag bleef.
Tot de recherche twee dagen later een financieel overzicht op tafel legde.
Maarten had anderhalf jaar eerder samen met Liesbeth geïnvesteerd in een vastgoedproject in Duitsland.
Kleine appartementen nabij Düsseldorf.
Op papier veilig.
In werkelijkheid had de projectontwikkelaar grote problemen.
Maarten had niet alleen zijn spaargeld ingelegd.
Hij had geld geleend.
€180.000 bij de bank.
€95.000 via een zakelijke kredietlijn die hij nooit aan mij had genoemd.
En nog eens bijna €300.000 via een particuliere overeenkomst waarbij Liesbeth haar woning als zekerheid had gebruikt.
Totaal risico: ruim zes ton.
Het project stond op instorten.
Als de geldverstrekker betaling eiste, zou Liesbeth haar huis verliezen en Maarten waarschijnlijk persoonlijk failliet gaan.
Mijn woning aan de Vecht had voldoende overwaarde.
Hun oplossing was eenvoudig.
Mijn bezit moest hun fout herstellen.
‘Hij had me gewoon kunnen vragen,’ zei ik.
Rechercheur Van Houten keek me lang aan.
‘Wat had u dan gezegd?’