Oma’s wentelteefjes: makkelijk en authentiek recept

Blijf kloppen totdat de eieren volledig met de melk zijn vermengd en je geen duidelijke strepen van eiwit of eigeel meer ziet. Het mengsel hoeft niet stevig of luchtig te worden opgeklopt; het doel is vooral dat alle ingrediënten goed gecombineerd zijn.

Let erop dat de suiker zo goed mogelijk is opgelost. Hierdoor wordt de zoetheid beter over het hele mengsel verdeeld en voorkom je dat er op de bodem van de kom een dikke laag suiker achterblijft.

2. Week het brood

Leg de sneetjes oud brood één voor één in het mengsel. Geef elk sneetje voldoende ruimte om het vloeibare mengsel op te nemen.


Laat het brood eerst aan één kant weken en draai het daarna voorzichtig om zodat ook de andere kant vocht kan opnemen. Het brood moet merkbaar zachter worden, maar nog stevig genoeg blijven om zonder problemen uit de kom te tillen.

Laat de sneetjes niet onnodig lang in het mengsel liggen. Wanneer brood te veel vocht opneemt, kan het tijdens het optillen of bakken makkelijker uit elkaar vallen. Vooral bij dunne of al vrij zachte sneetjes is het daarom verstandig om goed op de structuur te letten.

Licht oud brood, bijvoorbeeld van de dag ervoor, is ideaal omdat het melk en ei beter kan opnemen zonder direct zijn vorm te verliezen. Dat zorgt uiteindelijk voor het kenmerkende verschil tussen de zachte binnenkant en de licht krokante buitenkant.

Til elk geweekte sneetje rustig uit het mengsel en laat overtollig vocht kort terug in de kom lopen. Zo blijft er genoeg beslag in het brood zitten voor een zachte kern, zonder dat er onnodig veel vloeistof in de pan terechtkomt.


3. Bak de wentelteefjes

Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg een klontje boter toe.

Laat de boter rustig smelten en wacht tot deze licht begint te schuimen. Dat is een goed moment om de geweekte sneetjes in de pan te leggen. Het vuur hoeft niet extreem hoog te staan: de wentelteefjes moeten voldoende tijd krijgen om vanbinnen warm te worden terwijl de buitenkant rustig kleurt.

Leg de sneetjes voorzichtig in de pan. Zorg ervoor dat ze plat liggen, zodat het oppervlak overal zoveel mogelijk contact maakt met de bodem van de pan. Hierdoor ontstaat een gelijkmatigere goudbruine korst.