De overgang naar de wintertijd komt weer dichterbij.
In Nederland en veel andere Europese landen gaat de klok in de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 een uur terug en om 03.00 uur wordt het dan opnieuw 02.00 uur. Wie een normaal slaapritme volgt krijgt daardoor in theorie een uur extra.
De wintertijd wordt officieel ook wel standaardtijd of normale tijd genoemd en na de omschakeling wordt het ’s ochtends aanvankelijk eerder licht. Daar staat tegenover dat de zon ’s avonds volgens de klok ook een uur eerder ondergaat.
De nacht van 25 oktober duurt door de omschakeling een uur langer, de periode tussen 02.00 en 03.00 uur komt twee keer voor. Bij systemen waarbij het exacte tijdstip belangrijk is moet daarom onderscheid kunnen worden gemaakt tussen het eerste en tweede voorkomen van hetzelfde tijdstip.
Ook smartphones en computers passen de tijd doorgaans automatisch aan wanneer de instellingen daarvoor correct staan. Bij traditionele horloges en sommige huishoudelijke apparaten blijft handmatige aanpassing noodzakelijk.
Miljoenen klokken automatisch aangepast
De standaardtijd blijft vervolgens ongeveer vijf maanden gelden en op de laatste zondag van maart 2027 gaat de zomertijd opnieuw in en gebeurt het tegenovergestelde. Om 02.00 uur wordt de klok dan een uur vooruitgezet naar 03.00 uur waardoor die nacht dan weer één uur korter duurt.
Binnen de Europese Unie worden de omschakelingen sinds 1996 volgens een gezamenlijk schema uitgevoerd. De zomertijd begint op de laatste zondag van maart en eindigt op de laatste zondag van oktober.
Toch had het er enkele jaren geleden even schijn van dat het verzetten van de klok zou verdwijnen. Tijdens een Europese openbare raadpleging in 2018 spraken meer dan 80 procent van de ongeveer 4,6 miljoen deelnemers zich uit voor het stoppen met de klokwissel.