Deel 2
De volgende ochtend om precies 7.58 uur zag ik de verhuiswagen de straat in draaien.
Ik stond al bij het raam met mijn tweede kop koffie in mijn handen.
Twee minuten later reed de vrachtwagen achteruit mijn oprit op.
Drie verhuizers stapten uit.
De oudste van hen liep naar de voordeur en belde aan.
‘Mevrouw?’
‘Maggie.’
Hij keek op zijn tablet.
‘We hebben een behoorlijk lange lijst.’
Ik hield de blauwe map omhoog.
‘Ik ook.’
‘Zijn dit allemaal uw spullen?’
‘Van ieder voorwerp op die lijst heb ik een bon, factuur of bankafschrift.’
Hij glimlachte.
‘Dan gaan we zorgvuldig te werk.’
‘Dat lijkt me verstandig.’
Ik deed de deur verder open.
‘Begin maar met de woonkamer.’
Eerst gingen de banken naar buiten.
Daarna de televisie.
De twee staande lampen.
Het bijzettafeltje bij het raam.
Vervolgens kwam de eetkamer aan de beurt.
De tafel.
De stoelen.
Het dressoir.
Het servies.
Rebecca vertelde haar vriendinnen altijd graag dat zij de eetkamer helemaal zelf had ingericht.
Dat klopte gedeeltelijk.
Ze had de kleur van de muur gekozen.
Ik had vrijwel al het andere betaald.
Toen we in de keuken kwamen, wees ik naar de koelkast.
‘Die ook.’
De verhuizer keek me aan.
‘De koelkast?’
‘Ja.’
‘We moeten hem eerst leegmaken en loskoppelen.’
‘Prima.’
Ik opende de vriezer.
Daar lagen de maaltijden die Rebecca voor me had achtergelaten.
Een paar plastic bakjes.
Ik zette ze op het aanrecht.
‘Die mogen hier blijven.’
De verhuizer keek naar de bakjes.
Toen naar mij.
Hij stelde geen vragen.
Daar was ik hem dankbaar voor.
Tegen het middaguur zag het huis er totaal anders uit.
Niet vernield.
Niet leeggeroofd.
Gewoon ontdaan van bijna alles waarvoor ik had betaald.
Dat onderscheid was belangrijk voor me.
Ik nam niets van Daniël of Rebecca mee.
Geen stoel als ik niet kon aantonen dat hij van mij was.
Geen bord.
Geen lamp.
Geen handdoek.
Zelfs een klein tafeltje op de overloop liet ik staan toen ik de bon niet kon vinden.
Ik wilde geen oorlog.
Ik wilde mijn eigendom terug.
En vooral mijn waardigheid.
Om kwart over drie waren de verhuizers klaar.
Mijn twee koffers stonden bij de voordeur.
Arthurs foto zat zorgvuldig tussen mijn kleding.
De blauwe map zat in mijn handtas.
Ik liep nog één keer door het huis.
Vier jaar eerder was ik hier binnengekomen omdat Daniël had gezegd:
‘Mam, je hoeft nooit meer alleen te zijn.’
Toen had dat als liefde geklonken.
Nu begreep ik dat alleen zijn en eenzaam zijn twee verschillende dingen waren.
Ik was de afgelopen jaren zelden alleen geweest.
Maar ik had me vaak eenzaam gevoeld.
Ik ging niet naar een hotel.
Mijn vriendin Helen woonde ongeveer twintig minuten verderop en had boven haar garage een kleine zelfstandige woonruimte.
Een slaapkamer.
Een kleine woonkamer.
Een eenvoudige keuken.
Een badkamer.
En uitzicht op haar tuin.
Een paar maanden eerder had ze me terloops verteld dat de vorige huurder was vertrokken.
Diezelfde kerstavond had ik haar gebeld.
‘Helen?’
‘Maggie? Fijne kerst. Is alles goed?’
‘Is die woonruimte nog vrij?’
Het bleef even stil.
‘Ja.’
‘Ik wil hem huren.’
‘Wat is er gebeurd?’
‘Dat vertel ik je later.’
‘Wanneer wil je erin?’
Ik keek naar Rebecca’s briefje op de koelkast.
‘Morgen.’
Helen had geen seconde geaarzeld.
‘Kom maar.’
De verhuizers brachten mijn spullen daarheen.
Niet alles paste.
Dus huurde ik tijdelijk een kleine opslagruimte.
Toen de laatste doos was neergezet, ging ik op mijn eigen bank zitten.
Mijn eigen koffieapparaat stond op het aanrecht.
Mijn televisie stond nog op de grond.
Overal stonden dozen.
En toch voelde die kleine ruimte meer als mijn thuis dan het grote huis van Daniël ooit had gedaan.
Helen kwam binnen met twee glazen wijn.
‘Op je nieuwe woning.’
Ik keek om me heen.
‘Op mijn nieuwe leven.’
We tikten onze glazen tegen elkaar.
Daniël belde drie dagen later vanuit Tenerife.
Ik nam niet op.
Hij probeerde het opnieuw.
Daarna kwam er een bericht.
Mam, alles goed? We wilden even horen hoe het met je gaat.
Ik las het twee keer.
Geen excuses.
Geen enkele verwijzing naar het feit dat ze zonder iets te zeggen waren vertrokken.
Ik antwoordde:
Alles gaat prima. Geniet van jullie vakantie.
Vrijwel onmiddellijk verscheen er een nieuw bericht.
De kinderen missen je.