Mia liet haar vork zakken.
‘Hoe weet jij dat?’
‘Ik ken mensen.’
‘Heeft iemand jou mijn afspraak verteld?’
‘Dat doet er niet toe.’
Mia staarde hem aan.
‘Jawel, Daniel. Dat doet er wel toe.’
Hij schoof zijn stoel naar achteren.
‘Ik herken mijn eigen vrouw niet meer.’
‘Misschien omdat ik eindelijk vragen stel.’
Daniel vertrok naar zijn werkkamer.
Een uur later kwam hij terug met een glas water en een kleine witte medicijndoos.
‘Je moet je rust nemen,’ zei hij.
Mia keek naar de doos.
‘Wat is dat?’
‘Je ijzertabletten. Je vergeet ze steeds.’
‘Die liggen in de badkamer.’
‘Ik heb ze alvast klaargezet.’
Mia pakte het glas aan, maar liet de doos onaangeroerd.
Ze had haar ijzersupplementen die ochtend al ingenomen.
Toen Daniel de kamer verliet, maakte ze een foto van de verpakking.
Het etiket zat scheef.
Dat was op zichzelf niets bijzonders.
Maar de volgende ochtend ontdekte ze dat de tabletten in het doosje een andere kleur hadden dan de exemplaren die ze eerder had gebruikt.
Ze belde haar apotheek.
De apothekersassistente vroeg haar de oorspronkelijke verpakking mee te nemen.
Mia wilde die middag langskomen.
Ze kreeg de kans niet.
Rond tien uur stond Daniel onverwacht in haar werkkamer.
‘Hoe voel je je?’
‘Moe.’
‘Je ziet bleek.’
‘Ik heb slecht geslapen.’
Hij keek naar de medicijndoos op haar bureau.
‘Heb je ze genomen?’
‘Nog niet.’
‘Waarom niet?’
Mia voelde hoe ze zich verstijfde.
‘Omdat ik ze eerst wil controleren.’
Daniel bleef een paar seconden roerloos staan.
Toen stak hij zijn hand uit.
‘Geef maar. Dan breng ik ze terug naar de apotheek.’
Mia schoof de doos naar zich toe.
‘Dat doe ik zelf.’
Zijn blik werd koud.
‘Sinds wanneer vertrouw je me nergens meer mee?’
Ze antwoordde zacht:
‘Sinds ik daar redenen voor heb.’
Daniel verliet de kamer zonder nog iets te zeggen.
Om half twaalf kreeg Mia buikpijn.
Aanvankelijk dacht ze aan de druk van de zwangerschap. Ze ging op de bank zitten en probeerde rustig adem te halen.
Daarna werd ze misselijk.
Haar hart begon te bonzen en toen ze wilde opstaan, draaide de kamer om haar heen.
Ze greep de rand van de tafel.
Op dat moment herinnerde ze zich de thee die Daniel eerder die ochtend voor haar had klaargemaakt.
Ze had er maar een paar slokken van genomen.
Toch had die thee vreemd bitter gesmaakt.
Mia pakte haar telefoon.
Ze wilde Stefan bellen, maar haar vingers trilden zo erg dat ze het verkeerde nummer indrukte.
Ze stond op en liep naar de badkamer.
Daar zakte ze door haar knieën.
Het laatste wat ze zag, was haar eigen gezicht in de spiegel.
Daarna werd alles zwart.
In het ziekenhuis begon ondertussen de gynaecoloog met een spoedonderzoek.
De hartslag van de baby was aanvankelijk zorgwekkend snel geweest, maar stabiliseerde nadat Mia vocht en aanvullende behandeling had gekregen.
Haar bloeddruk bleef laag.
Bij het bloedonderzoek werden afwijkingen gevonden die niet eenvoudig door de zwangerschap konden worden verklaard.
Dokter Meijer vroeg een internist en de ziekenhuisapotheker om mee te kijken.
Omdat Mia kort wakker was geweest en iets over haar medicijnen had gezegd, wilde ze ook weten welke middelen de vrouw thuis had gebruikt.
Daniel zat nog steeds in de wachtruimte.
Toen de arts hem benaderde, sprong hij overeind.
‘Hoe is het met haar?’
‘Ze wordt nauwlettend gecontroleerd. De hartslag van uw dochter is momenteel stabiel.’
Daniel sloot zijn ogen.
‘Dank u.’
‘Gebruikt uw vrouw medicijnen?’
‘Alleen vitamines en ijzertabletten.’
‘Heeft ze vandaag nog iets anders ingenomen?’
‘Niet dat ik weet.’
‘Wie heeft haar vanochtend eten of drinken gegeven?’
Daniel keek op.
‘Ik. Ontbijt en thee. Zoals altijd.’
‘Heeft u zelf ook van die thee gedronken?’
‘Nee. Het was haar speciale zwangerschapsthee.’
De arts maakte een aantekening.
‘Kunt u aangeven waar we de verpakking kunnen vinden?’
‘Thuis. Maar denkt u dat daar iets mee is?’
‘We proberen alle mogelijke oorzaken te onderzoeken.’
Daniel veegde zijn handen langs zijn broek.
‘Kan ik haar zien?’
‘Nog niet.’
Zijn gezicht verstrakte.
‘Waarom niet?’
‘Uw vrouw heeft aangegeven dat ze voorlopig geen bezoek van u wil.’
Daniel staarde haar aan.
‘Dat kan niet. Ze was bewusteloos.’
‘Ze is tussendoor aanspreekbaar geweest.’
‘Ze weet niet wat ze zegt.’
Dokter Meijer liet een korte stilte vallen.
‘Wanneer zij voldoende hersteld is, kan ze dat zelf verduidelijken.’
Daniel liep weg zonder afscheid te nemen.
In zijn jaszak begon zijn telefoon te trillen.
Op het scherm verscheen de naam van zijn compagnon: Mark Verhoeven.
Daniel nam op.
‘Niet nu.’
‘We hebben een probleem,’ zei Mark.
‘Dat weet ik.’
‘Nee, Daniel. Een veel groter probleem.’
Daniel liep naar een lege gang.
‘Wat bedoel je?’