‘Maar misschien was hij vooral bang dat ik zou ontdekken wat hij had gedaan.’
Dat was de eerste grote waarheid die aan het licht kwam.
Daniel had niet alleen zakelijke problemen verborgen gehouden.
Hij had tijdens hun huwelijk een relatie met een andere vrouw onderhouden en zakelijke betalingen aan haar onderneming laten uitvoeren.
Maar het schokkendste moest nog komen.
Twee dagen later kreeg Mia bezoek van een rechercheur.
De toxicologische onderzoeken hadden een geneesmiddel aangetoond dat haar niet was voorgeschreven. De concentratie paste niet bij normaal gebruik van haar bekende medicatie, al kon het onderzoek op dat moment nog niet vaststellen hoe het middel in haar lichaam terecht was gekomen.
De artsen hadden vastgesteld dat het middel kon bijdragen aan een ernstige bloeddrukdaling.
De politie onderzocht daarom of Mia het onbewust had binnengekregen.
‘Heeft iemand anders toegang tot uw medicijnen gehad?’ vroeg de rechercheur.
‘Mijn man.’
‘Weet u zeker dat hij de verpakking heeft geopend?’
‘Dat heb ik niet gezien. Maar hij heeft nieuwe tabletten voor me klaargezet.’
‘Zijn die nog in uw woning?’
‘Waarschijnlijk op mijn bureau.’
Mia vertelde over de thee, het afwijkende etiket en Daniels herhaalde vragen.
Ze gaf toestemming om haar eigen telefoon te onderzoeken en de foto’s die ze had gemaakt veilig te stellen.
Ook legde ze uit waarom ze zich al weken bedreigd voelde.
De rechercheur luisterde zonder haar te onderbreken.
‘Heeft uw man u eerder fysiek pijn gedaan?’
Mia schudde haar hoofd.
‘Nee.’
‘Heeft hij u ooit belet het huis te verlaten?’
‘Niet letterlijk.’
‘Wat bedoelt u?’
Mia keek naar haar handen.
‘Hij nam mijn autosleutels mee als hij vond dat ik te moe was. Hij wilde weten waar ik naartoe ging. Als ik iemand ontmoette die hij niet mocht, maakte hij daarna dagenlang ruzie.’
Ze slikte.
‘Ik dacht steeds dat ik het zelf erger maakte.’
De rechercheur schreef iets op.
‘U hoeft nu niet te beslissen wat u verder met uw huwelijk wilt. Maar we nemen uw verklaring op en onderzoeken wat er is gebeurd.’
Die middag kwam ook Stefan, haar boekhouder.
Hij had een map bij zich en zag er ernstig uit.
‘Mia, je moet dit zien.’
‘Wat is het?’
‘Een conceptovereenkomst die gisteren bij je zakelijke e-mailadres is binnengekomen.’
Mia hield haar hand op haar buik.
‘Van wie?’
‘Een juridisch dienstverlener die eerder voor Daniels bedrijf heeft gewerkt.’
Stefan legde het document voor haar neer.
Het ging om een voorgenomen borgstelling.
Daarin zou Mia zich persoonlijk garant stellen voor financiële verplichtingen van Daniels onderneming, tot een bedrag van 750.000 euro.
Onder het document stond een lege handtekeningregel met haar volledige naam.
‘Er is niets getekend,’ zei Stefan meteen. ‘En er is ook geen geldige borgstelling tot stand gekomen.’
Mia haalde opgelucht adem.
Maar Stefan was nog niet klaar.
‘Er zat een begeleidende e-mail bij.’
‘Wat stond erin?’
Hij wees naar het scherm.
Zoals besproken verzoeken wij u de definitieve versie na bevestiging van mevrouw Van Dijk gereed te maken. Vanwege haar gezondheidssituatie zal de heer Van Dijk het contact voorlopig coördineren.
Mia las de zin drie keer.
‘Vanwege mijn gezondheidssituatie?’
Stefan knikte.
‘Die e-mail is verzonden op de ochtend van je ziekenhuisopname.’
Mia voelde haar keel dichttrekken.
‘Maar toen lag ik nog thuis.’
‘Precies.’
Ze keek naar het tijdstip.
09.17 uur.
Volgens Daniel was ze rond half twaalf ingestort.
Twee uur voordat Mia bewusteloos op de badkamervloer lag, had iemand al geschreven dat Daniel vanwege haar gezondheid de financiële communicatie zou overnemen.
Het was geen bewijs dat hij haar iets had toegediend.
Maar het veranderde wel de betekenis van alles wat eraan vooraf was gegaan.
Mia sloot langzaam de map.
‘Ik wil scheiden.’
Stefan keek haar aan.
‘Weet je het zeker?’
‘Ja.’
Voor het eerst sinds haar opname zei ze het zonder te trillen.
De politie onderzocht inmiddels ook Daniels woning en zakelijke administratie, binnen de grenzen van de verleende bevoegdheden.
De medicijndoos op Mia’s bureau werd veiliggesteld. In meerdere tabletten bleken stoffen te zitten die niet overeenkwamen met de ingrediënten op de verpakking.
In een keukenkast werd bovendien een gedeeltelijk gebruikte verpakking gevonden van hetzelfde geneesmiddel dat bij Mia was aangetoond.
Het middel was eerder op naam van Daniel voorgeschreven.
Dat maakte hem nog niet automatisch schuldig.
Maar het gaf de recherche een concreet spoor.
Daniel werd verhoord.
Aanvankelijk ontkende hij alles.
‘Mijn vrouw is oververmoeid. Ze heeft al maanden last van angst.’
Toen de rechercheur hem vroeg waarom hij haar medicijndoos had vervangen, antwoordde hij dat hij haar wilde helpen.
‘Ze vergat steeds haar pillen.’
‘Waar kwamen de tabletten vandaan?’
‘Uit haar eigen verpakking.’
‘Waarom zijn er dan andere stoffen in aangetroffen?’
Daniel keek naar de tafel.
‘Dat moet een vergissing zijn.’
De rechercheur schoof een afdruk van de e-mail over tafel.
‘Waarom heeft u deze tekst laten versturen voordat uw vrouw onwel werd?’
‘Ze voelde zich al dagen niet goed.’
‘Maar waarom wilde u juist die ochtend haar financiële zaken overnemen?’
Daniel zweeg.
Zijn advocaat onderbrak het verhoor om met hem te overleggen.
Nog diezelfde week kwam een tweede spoor naar voren.
Sophie de Ruiter had zich vrijwillig bij de politie gemeld nadat ze over de ziekenhuisopname had gehoord.
Ze was zichtbaar overstuur.
In een eerste verklaring gaf ze toe dat ze al ruim een jaar een relatie met Daniel had.
Maar ze vertelde ook dat Daniel haar over zijn huwelijk iets heel anders had voorgespiegeld.
Volgens hem waren hij en Mia feitelijk uit elkaar en bleven ze alleen samenwonen tot na de geboorte.
‘Hij zei dat ze dat allebei hadden besloten,’ verklaarde Sophie.
De rechercheur vroeg waarom Daniel dan nog steeds als haar echtgenoot optrad.
Sophie wreef over haar gezicht.