Wie ’s avonds met een kind worstelt dat maar niet in slaap wil vallen, weet hoe verleidelijk een snelle oplossing kan zijn. Een flesje “slaapgummies” of melatonine lijkt onschuldig, ligt gewoon bij de drogist en is met één klik online besteld. Toch groeit bij experts de zorg: ouders krijgen wisselende adviezen, terwijl verkeerd gebruik juist méér gedoe kan geven rond bedtijd.
Dat spanningsveld komt nu duidelijker naar voren door onderzoek van Editie NL en een nieuwe richtlijn binnen de jeugdgezondheidszorg. Die richtlijn is opvallend terughoudend over middelen die steeds normaler lijken te worden in Nederlandse gezinnen. En dat roept vragen op: wat koop je eigenlijk, wat doet het wél en niet, en wanneer kan het misgaan?
Wat je in de winkel te horen krijgt, verschilt per persoon
Editie NL-verslaggever Robert Schouten bezocht met een verborgen camera meerdere winkels om slaapmiddelen voor kinderen te kopen. De uitkomst: je kunt er verrassend makkelijk aan komen, maar de uitleg die je erbij krijgt is allesbehalve eenduidig.
In sommige gevallen kreeg hij een product vrijwel zonder toelichting mee. Bij andere verkopers klonk juist een waarschuwing: melatonine zou je niet structureel moeten geven en je moet oppassen met hoe en wanneer je het gebruikt. Als ouder sta je dan alsnog met een potje in je hand en weinig zekerheid.
Niet alleen melatonine: ook ‘natuurlijke’ slaapmiddelen zijn populair
Wie geen melatonine wil, komt al snel uit bij middelen met kruiden of plantenextracten. Denk aan valeriaan, kamille, passiebloem of het plantje dat ook wel ‘slaapmutsje’ wordt genoemd. De verpakking oogt vaak vriendelijk en geruststellend.
Toch is het volgens Marloes Dankers van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik nooit overtuigend aangetoond dat deze stoffen bij kinderen écht zorgen voor een betere nachtrust. “Natuurlijk” betekent in dit geval dus niet automatisch: bewezen effectief.
De dosering is een grijs gebied tussen supplement en medicijn
Bij melatonine speelt nog iets anders mee: hoeveel zit erin? Veel vrij verkrijgbare producten blijven onder de 0,3 milligram per dagdosering. Dat lijkt een detail, maar voor de regels maakt het uit. De NVWA stelt dat een supplement met 0,3 milligram of meer hoogstwaarschijnlijk als geneesmiddel moet worden gezien.