Over het succes van radicaal-rechts zijn bibliotheken volgeschreven. De insteek is vaak dezelfde: hoe bestaat het, dat mensen vatbaar zijn voor deze dwaalleer? Industriële desinformatie? Het neoliberalisme? Henk Kamp?
De laatste toevoeging aan het genre is De symfonie van onvrede. De opmars van radicaalrechts van politicoloog Catherine de Vries.
De these van het boek is simpel: door het terugtrekken van de overheid ervaren burgers een verlies (dat zijn de noten), radicaal-rechtse politici hertalen die verlieservaring naar haat tegen anderen (dat is de melodie), middenpartijen en media verspreiden die boodschap van haat (dat zijn de versterkers) – en ziedaar: de symfonie van onvrede. (In deze ietwat ontspoorde metafoor zijn er ook componisten, dirigenten, een orkest, een partituur, een weerklank, en dissonanten – maar die mag je vergeten.)
Het boek is een uitwerking van wat De Vries tweeënhalf jaar geleden al schreef na de enorme verkiezingszege van de PVV. Slechts ‘een harde kern van radicaal-rechtse stemmers’ was volgens haar gedreven door ‘kritiek op het migratiebeleid’. Wat mensen écht richting radicaal-rechts dreef was ‘de uitholling van publieke voorzieningen’.*
Nou stuurde een spion bij peilbureau Ipsos I&O mij onlangs een overzicht met de stemmotivaties van PVV-kiezers bij de verkiezingen van 2025. Zo’n 67 procent gaf in een open vraag aan PVV te stemmen vanwege migratie, ‘Nederlanders eerst’ of anti-islam. Op de tweede plaats, met 8 procent, stond ‘alles’. De uitholling van publieke voorzieningen (of iets wat daar in de verste verte op leek) werd door geen enkele respondent genoemd.
Maar van de eigen stemverklaringen van radicaal-rechtse kiezers is De Vries niet zo onder de indruk. ‘Dat iemand in een survey zegt “ik heb op de PVV gestemd” en ook problemen heeft met migratie, zegt nog niks over waaróm mensen tegen migratie zijn’, zei ze in mijn podcast.*
Nou erkende De Vries in mijn podcast dat migratie een reden kan zijn om op een radicaal-rechtse partij te stemmen. Maar in haar boek worden migratiestandpunten eigenlijk steevast beschreven als aangepraat (men is de fabeltjesfuik in gevaren) of afgeleid (men is eigenlijk boos op het neoliberalisme). ‘De onvrede in Europa over de terugtrekking van de staat is reëel’, noteert De Vries in haar boek. ‘Maar wordt geprojecteerd op [...] “de elite” en “de migrant”.’*

De radicaal-rechtse kiezer, de lemming, hij doet maar wat!
Ik zal maar meteen kleur bekennen: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?
Dat gevoel bekroop mij ook toen ik het boek van De Vries las. Allerlei redenen om radicaal-rechts te stemmen passeren de revue: de Rutte-doctrine, Groningers die ‘al meer dan tien jaar op schadeherstel wachten’ (nieuws voor mij), en bezuinigingen in het kader van de decentralisatie van de jeugdzorg (de uitgaven aan jeugdzorg zijn sinds die decentralisatie meer dan verdubbeld van 3,6 miljard in 2015 naar 8,1 miljard in 2024),* maar de meest voor de hand liggende verklaring ontbreekt.
Wanneer je kiezers vraagt zichzelf en partijen te positioneren op de stelling ‘moeten migranten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur of mogen zij hun eigen cultuur behouden?’ – dan zie je dat nogal veel kiezers zichzelf dicht bij het standpunt van radicaal-rechtse partijen plaatsen, en – niet geheel onlogisch – daarom ook vaker op radicaal-rechtse partijen stemmen.