Vreemd maar waar: de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal-rechts is ook de minst populaire

Radicaal-rechts stemmen, want: koude sanering

Dus: wat is nou het beste bewijs dat De Vries aandraagt voor haar stelling dat de opmars van radicaal-rechts vooral valt te verklaren door verschraling van publieke voorzieningen?

In de serieuze politicologie zijn correlaties passé. Wat telt is causaal bewijs, een experiment bij voorkeur, of beter nog: een experiment dat de werkelijkheid je cadeau doet. ‘Bij goed bewijs denken wij, als politieke economen, wel aan een natuurlijk experiment’, vertelde De Vries mij.

En laat De Vries nu net samen met drie co-auteurs zo’n natuurlijk experiment hebben gevonden in Italië.

In 2010 moesten alle Italiaanse gemeenten met minder dan vijfduizend inwoners verplicht gaan samenwerken om kosten te besparen. Ziedaar het natuurlijke experiment: kleinere gemeenten kregen een smerige gifpil van koude sanering toegediend, net iets grotere gemeenten niet. Door de verkiezingsuitslagen aan beide kanten van die bevolkingsdrempel te vergelijken voor en na 2010, kun je zuiver meten of mensen radicaal-rechts gaan stemmen wanneer de vuilniswagen minder vaak langsrijdt.

De resultaten lieten, aldus De Vries, ‘weinig ruimte voor twijfel’.

Op het oog is anderhalf procentpunt niet wereldschokkend – Lega en Fratelli d’Italia haalden samen 34 procent van de stemmen in 2022 – maar het gaat De Vries om het blootleggen van een mechanisme. Als een betrekkelijk obscure gemeentehervorming al zoveel kiezers naar radicaal-rechts kan jagen – kun je nagaan wat veertig jaar neoliberalisme allemaal heeft aangericht!

Alleen dan moet die anderhalf procentpunt natuurlijk wel kloppen. En daar heb ik – na een uit de hand gelopen factcheck – ernstige twijfels bij.

Een lijk verstopt in Appendix H

Het begon met één detail dat niet klopte. De Vries schrijft in haar boek dat ze een dorp ‘met 4.999 inwoners vergelijkt met eentje met 5.001 inwoners’.

Nou leek mij dit niet de meest voor de hand liggende analyse: waarom niet – zoals in haar boek beschreven – gemeenten vergelijken die dicht bij die drempel van vijfduizend inwoners zaten en dus het meest op elkaar lijken, behoudens dat de ene gemeente moest bezuinigen en de ander niet?