Het is altijd prettig wanneer de wetenschap heeft bewezen wat je toch al dacht. Maar soms zijn dat gewoon dezelfde vooroordelen, nu verpakt in geleerd jargon en moeilijke regressietabellen (synthetic diff-in-diff estimators – dat moet wel kloppen!).
Mij lijkt de analyse van het succes van radicaal-rechts vooral gebaat bij – om maar eens een modieus politicologenwoord te gebruiken – ‘normalisering’. Daarmee bedoel ik niet: we moeten het normaal vinden dat politieke pyromanen noodrecht willen gebruiken om grenzen te sluiten. Ik bedoel: voordat we allerlei exotische verklaringen opperen voor de opmars van radicaal-rechts, zullen we eens beginnen bij de allersimpelste?
Lees hier het commentaar dat ik heb ingediend bij het American Journal for Political Science . Zelf narekenen? De code en data vind je hier.
Reactie van Catherine de Vries
Ik waardeer de aandacht van Jesse Frederik voor mijn boek De symfonie van onvrede. In zijn stuk lopen journalistieke interpretaties van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen door elkaar met kritiek op één specifiek wetenschappelijk artikel. Dat onderscheid is belangrijk, omdat journalistieke interpretatie niet hetzelfde is als systematische wetenschappelijke toetsing van onderzoeksresultaten.
Mijn boek betoogt niet dat migratie geen rol speelt bij de electorale steun voor radicaal-rechts, maar dat maatschappelijke veranderingen elkaar kunnen versterken en via meerdere wegen die steun beïnvloeden. Dat politieke ontwikkelingen zelden één enkele oorzaak hebben, is binnen sociaalwetenschappelijk onderzoek breed gedragen. Dat kiezers migratie belangrijk vinden, sluit andere verklaringen voor de opkomst van radicaal-rechts niet uit en roept bovendien de vraag op waarom dat zo is. Een vraag waar ik in mijn boek uitvoerig op inga. Kortom, Frederik maakt een karikatuur van mijn wetenschappelijke werk.
Tegelijkertijd bevat Frederiks analyse van het specifieke wetenschappelijke artikel feitelijke onjuistheden en methodologische problemen die relevant zijn voor zijn conclusies. Zo presenteert hij Frankrijk als controlecasus, terwijl daar in dezelfde periode wel degelijk institutionele hervormingen plaatsvonden. Daarnaast lijken verschillen in statistische power te worden geïnterpreteerd als bewijs voor het verdwijnen van een effect, terwijl de toetsing van statistische aannames op belangrijke punten onvoldoende blijft. Frederik lijkt bovendien populatietrends te behandelen als weerlegging van een effect van de hervorming, terwijl beide processen empirisch tegelijkertijd kunnen bestaan.
Het gaat te ver om alle methodologische kwesties hier puntsgewijs te bespreken. Zulke discussies vragen om een wetenschappelijk forum waarin aannames, modelspecificaties en interpretaties systematisch kunnen worden getoetst en beoordeeld.