Waarom je witte en gele strepen op snelwegen ziet: uitleg

Je bent op een rustige doorgaande weg wanneer je plotseling twee dikke, zwarte rubberen kabels over het wegdek ziet liggen. Je drukt direct op de remmen, ervan uitgaande dat het om een snelheidscontrole gaat. Deze reactie is echter bijna altijd ongegrond en kan bovendien risicovol zijn voor bestuurders achter je.

De kabels zijn onderdeel van een grijs metalen kastje dat met een ketting aan een lantaarnpaal of boom is bevestigd. Het gaat hier niet om een verborgen snelheidscamera en ook bevat het apparaat geen camerasysteem. Het toestel verzamelt desondanks een aanzienlijke hoeveelheid gegevens over verkeersbewegingen die erover heen gaan.

Wat die rubberen slangen eigenlijk zijn

De officiële naam is pneumatische telslang. Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten zetten ze in om tijdelijk en relatief goedkoop een beeld te krijgen van het verkeer op een specifiek stukje weg. Vaak liggen ze er maar een week, soms iets langer.

Het systeem is verrassend ouderwets. Geen lasers, geen radar, geen kentekenherkenning. Gewoon lucht, rubber en een gevoelige drukmeter in een kastje langs de kant.

De holle slangen worden strak over de rijbaan gespannen en met spijkers of beugels vastgezet. Het kastje in de berm is meestal met een stevige ketting verankerd, omdat de apparatuur best wat waard is en eerder doelwit van diefstal is geweest.

Hoe lucht je auto verraadt

Zodra je voorbanden over zo’n slang rollen, drukt het gewicht het rubber even plat. Daardoor schiet er een kleine luchtdrukgolf door de holle buis naar het kastje. Een sensor registreert die puls als één voertuigas.

Een fractie van een seconde later rollen je achterbanden over dezelfde slang. Tweede puls. Het systeem telt twee assen kort achter elkaar en concludeert: er is één voertuig gepasseerd.

Daarom zie je bijna altijd twee slangen liggen, op een vaste korte afstand van elkaar. Die tweede kabel is geen reserve, maar essentieel voor de meting. Door het verschil in tijd tussen de twee slangen kan de computer namelijk veel meer berekenen dan alleen het aantal voertuigen.

Snelheid, richting en zelfs het type voertuig

Omdat de afstand tussen de twee slangen exact bekend is, kan het systeem de snelheid uitrekenen op basis van het tijdsverschil tussen de pulsen op slang één en slang twee. Volgordelijk weet het ook uit welke richting je kwam: eerst de bovenste slang, dan de onderste, of andersom.

Daarnaast meet de sensor de tijd tussen je vooras en je achteras. Dat verraadt de zogenoemde wielbasis van het voertuig. Een racefiets, een Fiat Panda, een SUV en een vrachtwagen met meerdere assen geven allemaal een totaal ander patroon.