Deel 6: Vlucht KL682 landt om 07.15 uur
De schuifdeuren van aankomsthal 2 gingen open en dicht, open en dicht, en elke keer kwam er een golf koude lucht en een nieuwe groep mensen met slaap in hun ogen.
Ik stond achter een pilaar bij de Starbucks, met een beker thee die ik niet dronk. Rechercheur Hendriks stond twintig meter verderop bij de bloemenkiosk, in een donkere jas, en deed alsof hij een bos tulpen uitzocht. Er stonden nog drie collega's van hem in de hal. Ik wist niet welke. Dat was de bedoeling.
Gunther stond naast mij. Hendriks had gezegd dat ik thuis moest blijven. Gunther had gezegd dat ik dat toch niet zou doen, en dat hij dan liever naast me stond. Hendriks had naar zijn schouders gekeken en niets meer gezegd.
„Hoe ziet hij eruit?” vroeg Gunther.
„Weet ik niet. Emily zegt: klein, kaal, een litteken door zijn wenkbrauw. Rotterdams accent.”
Op het bord sprong KL682 van geland naar bagage op band 14.
Om 07.40 uur kwamen de eerste passagiers uit Vancouver naar buiten. Een gezin met twee kinderen in pyjama. Een zakenman. Een groep studenten met hockeysticks in tassen. Een oude vrouw die door haar kleinzoon werd opgewacht met een ballon.
Ik zocht een kaal hoofd. Ik zag er vijf. Geen van allen had een litteken.
Om 08.15 uur waren de deuren al tien minuten dicht.
Hendriks kwam naar ons toe met zijn telefoon in zijn hand. Hij had de tulpen gekocht. Ze staken uit zijn jaszak.
„Hij stond op de passagierslijst,” zei hij. „Ingecheckt in Vancouver, online. Maar hij is niet aan boord gegaan.” Hij keek naar mij. „Hij wist het, mevrouw. Iemand heeft hem gewaarschuwd.”
„Wie dan? Emily heeft haar telefoon gisteravond afgegeven. Ik heb het zelf gezien.”
„Dat zoek ik uit.” Hij gaf me de tulpen. „Voor uw dochter. Ik had ze nu toch.”
Ik stond met een bos gele tulpen in een lege aankomsthal en voelde me voor het eerst in drie weken dom.
Om 08.32 uur trilde mijn telefoon. Tante Riet.
„Clara.” Haar stem was te hoog. „Heb je de krant gezien?”
„Welke krant?”
„Alle kranten. Kijk op je telefoon. Ik heb de kinderen voor de tv weggehouden.”
Ik opende de nieuwssite. Ik hoefde niet te zoeken.
Echtgenote liet zwaargewonde man ‚mishandelen' door ‚psychiatrische bewaker'
Daaronder een foto. David in zijn ziekenhuisbed in Vancouver, met een blauwe plek op zijn wang en een gezwollen oog. Die plekken had hij van de airbag. Van de rotswand bij Squamish. Ik wist het. Maar onder de foto stond: Rotterdamse ondernemer David K. (38) na drie weken ‚behandeling' door een bewaker die zijn vrouw had ingehuurd.
Ik las verder. Het werd erger met elke zin.
Volgens zijn advocaat, mr. Diederik van Lynden, werd de immobiele man drie weken lang van zijn telefoon afgesloten, kreeg hij uitsluitend koude pap en werd hem contact met de buitenwereld ontzegd. ‚Mijn cliënt lag met twee gebroken benen in een vreemd land en werd behandeld als een gevaarlijke psychiatrische patiënt,' aldus Van Lynden. ‚In opdracht van zijn eigen vrouw, die enkele dagen eerder een fortuin had ontvangen.'
En dan het citaat dat mijn maag liet omdraaien.
In een opgenomen telefoongesprek met het bureau in Vancouver, dat in handen is van deze krant, zegt de vrouw letterlijk: ‚Ik wil iemand die hem met keiharde discipline behandelt.'
Mijn eigen woorden. Uitgesproken op een plastic stoel in het UMC, om twee uur 's nachts, met Lily die naast me naar adem hapte. Iemand had ze opgenomen. Iemand had ze verkocht.
Gunther las over mijn schouder mee. Hij zei niets, maar ik voelde hem naast me verstijven.
„Het bureau neemt alle gesprekken op,” zei hij toen zacht. „Dat staat in de voorwaarden. Voor de kwaliteit. Ik had het u moeten zeggen.”
„Hoe komt Van Lynden eraan?”
„Hij heeft een klacht ingediend bij het bureau, namens meneer Kramer. Vorige week al. Dan krijg je het dossier.” Hij keek naar zijn handen. „Ze hebben mij gisteravond gemaild. Ik ben geschorst. Tot het onderzoek klaar is.”
„Gunther...”
„Het maakt niet uit.” Hij zei het te snel. „Ik ben vijfenvijftig. Ik had toch nog maar een paar jaar.”
Ik zag dat het wel uitmaakte. Hij had dertig jaar lang elke handeling opgeschreven zodat niemand hem ooit iets kon verwijten. En nu stond zijn gezicht in de krant, onscherp, achter David, met een balkje over zijn ogen. De ‚bewaker'.
Mijn telefoon trilde weer. Van Dongen.
„Clara, ik heb het gezien.” Zijn stem was kalm, zoals altijd. Die kalmte was de reden dat ik hem had genomen. „Luister. Dit is een mediacampagne. Van Lynden wil druk zetten. Het eerste wat we moeten doen, is afstand nemen van die bewaker. Je wist niet wat voor bureau het was. Je zocht in paniek iemand die Nederlands sprak. Dat zeggen we.”
„Dat is niet waar.”
„Het hoeft niet waar te zijn. Het moet werken.” Een korte stilte. „Van Lynden heeft vanochtend om zeven uur een spoedverzoek ingediend bij de rechtbank. Hij vraagt om schorsing van jouw eenhoofdig gezag. Wegens ‚wraakzuchtig en onvoorspelbaar gedrag'. De Raad voor de Kinderbescherming wordt ingeschakeld.”
Ik leunde tegen de pilaar. De tulpen hingen naar beneden in mijn hand.
„Hij heeft geprobeerd mij te vermoorden,” zei ik. „Er ligt een polis. Een ticket. Een geeltje in zijn handschrift.”
„Er ligt een polis die niets bewijst, een ticket dat een jubileumreis kan zijn en een geeltje dat over alles kan gaan.” Van Dongen zuchtte. „Poging tot moord zonder poging, Clara. Dat bestaat niet. Er is niks gebeurd met jou. Er is wel iets gebeurd met hem. Drie weken pap. Dat is wat de rechter vandaag leest.”
Ik hing op zonder gedag te zeggen.
We reden terug naar Utrecht in mijn auto. Gunther paste er bijna niet in. Hij zat met zijn knieën tegen het dashboard en zei de hele weg niets.
Bij mijn huis in Oog in Al stond een auto die ik niet kende, half op de stoep. Een grijze Toyota. Op de achterbank een stapel dossiermappen.
Er stapte een vrouw uit, met een lanyard om haar nek en een tas over haar schouder. Ze keek naar het huisnummer, toen naar mij.
„Mevrouw Van der Meer?” Ze stak haar hand uit. „Ik ben Ineke Postma, van de Raad voor de Kinderbescherming. Er is een zorgmelding binnengekomen over Lily en Lucas. Ik zou graag even binnenkomen. Nu, als het kan.”
Postma.
Ik keek naar haar naambadge. Ik keek nog een keer.