ZEVEN ZONEN EN EEN REIGER

Deel 10: Croissants aan mijn keukentafel, en wat Van Dongen over de zwarte auto zei

„Je ziet er moe uit, Clara. Heb je wel geslapen?”

Hij zei het terwijl hij zijn jas over de stoel van Lucas hing. Hij zei het met dezelfde zachte stem waarmee hij zes jaar geleden „ik laat je niet los” had gezegd. Ik had altijd gedacht dat die stem bij hem hoorde. Nu hoorde ik hoe vaak hij hem had geoefend.

„Niet echt,” zei ik. Dat was waar.

Mijn telefoon lag op het aanrecht, met het scherm naar beneden, naast de broodtrommel. De opname liep al vier minuten.

Van Dongen legde de croissants op een bord. Hij zette zelf koffie in mijn apparaat, alsof hij hier vaker was geweest. Hij was hier twee keer geweest. Hij wist nog dat de cupjes in de la links zaten.

„Goed.” Hij ging zitten en vouwde zijn handen. „Vrijdag. Van Lynden gaat de rechter vertellen dat je onvoorspelbaar bent. Hij heeft die opname, hij heeft de krant, hij heeft die bewaker. Ik wil niet dramatisch doen, maar je loopt een serieus risico dat de kinderen tijdelijk bij een derde worden ondergebracht. Een pleeggezin. Of Davids moeder.”

Davids moeder woonde in Marbella. Ze had Lily twee keer gezien.

„Wat stel je voor?”

„Een vaststellingsovereenkomst.” Hij haalde een document uit zijn tas. Twaalf pagina's, keurig geniet. „Ik heb gisteravond met Van Lynden gebeld. Off the record. David trekt het spoedverzoek in. Hij trekt de klacht tegen de bewaker in. Hij laat de pers met rust. Jij houdt het gezag.”

„En wat doe ik?”

„Jij trekt je aangifte over de polis in.” Hij zei het luchtig, alsof het een voetnoot was. „Eerlijk, Clara, die zaak gaat nergens heen. Een polis, een ticket, wat geklets van een man onder de morfine. Het OM gaat zijn tijd niet verdoen aan een poging tot moord zonder dat er iets is gebeurd. Je krijgt er alleen nog meer krantenkoppen mee.”

Ik keek naar het document. Naar paragraaf 4, waar hij met een potlood een kruisje had gezet.

„En de bankgarantie? Ze hebben beslag gelegd op mijn huis.”

„Daar zorg ik voor.” Hij schoof een tweede vel naar me toe. „Een volmacht. Dan kan ik namens jou met de bank onderhandelen. En de één komma twee miljoen op mijn derdenrekening laten we voorlopig daar staan. Daar kan de bank niet bij. Het is het veiligste plekje dat je hebt.”

Het veiligste plekje. Bij de man wiens paraaf op pagina zeven stond.

Ik pakte een croissant. Ik scheurde er een stukje af en at het niet op. Ik wilde iets met mijn handen doen.

„Ik snap het alleen niet,” zei ik. Ik maakte mijn stem klein. Ik wist hoe dat moest, ik had het tien jaar bij David gedaan. „Waarom zou David het allemaal intrekken? Hij heeft niets meer. Hij gaat naar de gevangenis.”

„Voor de verduistering, ja. Een paar jaar.” Van Dongen haalde zijn schouders op. „Maar als die polis van tafel gaat, is hij geen moordenaar meer. Dan is hij een man die geld heeft weggesluisd voor zijn vriendin. Dat is een groot verschil, Clara. Voor zijn moeder. Voor zijn kinderen later.”

„En als de politie dat van die zwarte auto uitzoekt?”

Ik zei het zonder nadruk. Zoals je vraagt of er nog melk is.

„Een zwarte Ford op een bergweg bewijst niets,” zei hij meteen. „Auto's gaan stuk. Remleidingen slijten. Zeker bij een louche verhuurder in Burnaby. Ieder deskundige gaat zeggen...”

Hij stopte.

Ik keek naar mijn croissant.

Ik had hem nooit verteld dat de auto zwart was. Ik had hem niet verteld dat het een Ford was. Ik had hem verteld dat Rick naar Schiphol zou komen. Meer niet. Emily had het aan mij verteld en aan Hendriks. Gunther had het in zijn boekje. Niemand van hen sprak met Van Dongen.

Hij pakte zijn koffie. Zijn hand was rustig. Alleen de lepel tikte een keer te veel tegen de rand.

„Dat heb ik van de rechercheur,” zei hij. „Hendriks. Ik heb hem gisteren gebeld, als jouw advocaat. Om te horen hoe het ervoor stond.”

„Natuurlijk,” zei ik.

Boven ging een deur open. Kleine voeten op de trap. Lucas kwam de keuken in in zijn dinosauruspyjama, met zijn haar recht overeind aan één kant. Hij bleef staan toen hij Van Dongen zag.

„Goedemorgen, jongeman,” zei Van Dongen. Hij hield het bord met croissants omhoog. „Wil je er een?”

Lucas keek naar mij. Ik knikte. Hij pakte de kleinste.

„Weet u dat mama de bank moet betalen?” zei hij met zijn mond vol. „Ik heb mijn spaarpot gegeven. Drieëntwintig euro veertig.”

Van Dongen keek naar het blauwe varken op het aanrecht. Hij glimlachte. Toen haalde hij zijn portemonnee uit zijn binnenzak en trok er een briefje van vijftig uit. Hij vouwde het in de lengte, heel precies, en schoof het door de gleuf in de rug van het varken.

„Zo,” zei hij. „Nu heeft mama drieënzeventig euro veertig.”

Lucas lachte. Hij vond het geweldig. Hij liep naar boven om het aan Lily te vertellen.

Ik bleef naar het varken kijken. Er zat nu een briefje van vijftig in van de man die een miljoen euro had willen verdienen aan mijn dood. Ik zou dat varken nooit meer kunnen zien zonder dat te weten.

„Een lieve jongen,” zei Van Dongen. „Hij lijkt op je moeder.”

„Je hebt mijn moeder nooit ontmoet.”

„Ik heb zes jaar haar dossier gelezen, Clara. Ik ken haar beter dan veel mensen die haar wel hebben ontmoet.” Hij stond op en pakte zijn jas. „Denk erover na. Teken uiterlijk woensdagavond. Dan bel ik Van Lynden en is het vrijdag in vijf minuten klaar. Ik kan het verder niet voor je oplossen als je niet tekent.”

Bij de deur draaide hij zich om.

„Je moeder zou willen dat je rust neemt,” zei hij. „Dat je voor de kinderen kiest. Niet voor een oorlog.”

Ik deed de deur achter hem dicht. Ik leunde ertegenaan tot ik zijn Mercedes hoorde wegrijden. Toen liep ik naar het aanrecht en zette de opname stop.

Zevenentwintig minuten en twaalf seconden.

Ik stuurde het bestand naar Hendriks. Ik schreef erbij: Minuut 14. Hij zegt zwarte Ford. Ik heb hem nooit iets over de auto verteld.

Hendriks belde niet terug. Hij stuurde drie woorden. Hij liegt. Bel Bakker.

Ik belde Saskia Bakker. Ze nam op voordat de eerste toon was afgelopen.

„Ik wilde u net bellen,” zei ze. Op de achtergrond hoorde ik een printer. „Twee dingen. Eén. Meester Van Dongen heeft vorige week een volmacht laten registreren. Van Emily de Wit. Hij heeft haar in het ziekenhuis bezocht en aangeboden om gratis haar verdediging te doen. Ze heeft een volmacht getekend voor het beheer van haar vermogen in Canada. Het huis in West Vancouver. Het appartement in de stad. De rekeningen.”

„Waar het geld van de bankgarantie in zit.”

„Waar drie komma één miljoen van uw garantie in zit.” Ik hoorde haar papier pakken. „Twee. Hij heeft gisteravond om 23.15 uur een ticket geboekt. Amsterdam–Vancouver. KLM. Business class. Vertrek morgen om 13.40 uur.”

Ik keek op de klok boven de koelkast. Het was 07.44 uur.

„Morgen,” zei ik. „Dan kan hij donderdag het huis verkopen. Met Emily's volmacht. Voordat iemand beslag kan leggen.”

„Of hij gaat Rick Postma spreken voordat wij dat doen,” zei Saskia. „Over wat er op die opnames staat.”

Nog negenentwintig uur en zesenvijftig minuten.