Hij werd terug naar zijn moeder gestuurd na de vraag: “Waar zijn mijn schone sokken? Heb jij die niet gewassen?”

“Prima. Betaal jij de helft.”

Daar moest hij verrassend lang over nadenken.

De avond waarop hij vroeg waarom er geen schone sokken in zijn la lagen, besloot Emilia dat een huwelijk met Emmanuel waarschijnlijk vooral uit het opvoeden van Emmanuel zou bestaan.

Ze blies de bruiloft af voordat er een zaal of jurk was betaald.

Het deed pijn. Vooral aan haar ego.

Twee E’s, dacht ze bitter. Emilia en Emmanuel. Zo mooi op papier en thuis kon hij nog geen vaatdoek vinden.

Daarna kwam Eduard.

Ook een E. Ook een keurige naam. Ook een man die tijdens dates charmant genoeg was zolang iemand anders de glazen afruimde.

Eduard trok na verloop van tijd eveneens bij Emilia in en nestelde zich bijna letterlijk in dezelfde kuil op de bank waar Emmanuel had gelegen. Telefoon in de hand, blik op het scherm.

“Pak je ook bier voor mij als je toch loopt?”

Emilia begon patronen te herkennen.

Eduard had grootse ideeën over kinderen. Vooral het gedeelte waarin kinderen gemaakt werden vond hij aantrekkelijk. Over opvang, minder werken, nachtvoedingen en kosten had hij merkwaardig weinig gedachten.

“Dat zien we dan toch?” zei hij.

“Wie is *we*?” vroeg Emilia.

Daar kwam geen overtuigend antwoord op.

Het einde volgde op een regenachtige zaterdag toen Eduard vanuit de slaapkamer riep:

“Em, waar zijn mijn schone sokken? Heb jij die niet gewassen?”

Emilia stond met een wasmand in haar armen en keek naar de machine die letterlijk drie meter bij hem vandaan stond.

“Je moeder woont in Nieuwegein,” zei ze.

“Wat?”

“Ik stuur haar straks dat je onderweg bent.”

Eduard dacht dat ze grapte.

Een uur later stond zijn sporttas in de hal.

De derde poging heette Arnaud. Emilia vond de naam prachtig en hem aanvankelijk ook.

Drie maanden later bleek Arnaud vooral een mooi verpakte lege doos. Andere telefoon, andere sneakers, zelfde verbazing zodra iemand suggereerde dat een volwassen huishouden werk kost.

Na Arnaud begon Emilia zich af te vragen of oma misschien toch ergens gelijk in had gehad. Misschien was niet alles wat chic klonk automatisch beter gemonteerd.

Ze besloot voorlopig niemand meer te zoeken.

En precies toen sprak een onbekende man haar aan nadat ze uit de tram bij Utrecht Centraal was gestapt.

“Sorry,” zei hij. “Wij zaten net in dezelfde tram. Ik heb de hele rit gedacht dat ik iets moest zeggen, en nu voelt weglopen laf.”

Emilia keek hem aan.

Hij was aantrekkelijk. Niet overdreven gestyled. Donkere jas, vriendelijke ogen, een beetje regen in zijn haar.

“Oké,” zei ze. “En wat wilde je zeggen?”

“Dat ik je graag koffie wil aanbieden.”

Dat was tot zover acceptabel.

“Hoe heet je?” vroeg ze.

Hij glimlachte.

“Niels.”

Bedankt dat je het eerste deel hebt gelezen. Het vervolg staat in de eerste reactie 👇

 

DEEL TWEE

Emilia trok precies het gezicht dat Niels verwachtte.

“Wat?” vroeg hij lachend. “Had je op iets spannenders gehoopt?”

“Niet per se.”

“Dat betekent ja.”

Ze keek nog eens naar hem. Een Niels. Gewoon Niels. Er zat werkelijk niets Frans, Italiaans of filosofisch aan.

“En jij?” vroeg hij.

Normaal zei ze automatisch: “Émilie.” Met de nadruk netjes op het einde.

Nu hoorde ze zichzelf zeggen:

“Emilia.”

Niels knikte alsof daar niets ingewikkelds aan was.

“Mooi. Mag ik je Miel noemen?”

“Absoluut niet.”

“Duidelijk. Miel dus.”

Ze moest lachen, hoewel ze dat niet van plan was.

Hij bleek Niels de Boer te heten, wat volgens Emilia klonk alsof een castingbureau speciaal de meest Nederlandse combinatie uit een bak had getrokken.

Tijdens de koffie vroeg ze plagend:

“Wat zou je ervan vinden als ik je Nick noem? Of Nicolas?”

“Waarom?”

“Klinkt net iets…”

“Duurder?”

Ze grijnsde.

“Internationaler.”

“Nicolas de Boer klinkt als iemand die croissants verkoopt op een markt in Woerden.”

Emilia verslikte zich bijna in haar cappuccino.

“Dat is echt absurd.”