“Wat? Ik heb ze toch gezien? Mooie namen, lege handen.”
Niels lachte zo hard dat oma hem onmiddellijk mocht.
Toen hij Emilia later ten huwelijk vroeg, deed hij dat thuis. Geen restaurant, geen verborgen fotograaf, geen ring in een glas champagne. Hij had pasta gemaakt en was halverwege vergeten de afzuigkap aan te zetten.
“Ruikt romantisch,” zei Emilia toen de keuken vol damp stond.
“Wacht maar, ik heb nog meer.”
Hij haalde een klein doosje uit de besteklade.
“Emilia Manders, wil je met mij trouwen?”
Ze keek naar hem.
“Niet met Émilie?”
“Die ken ik niet zo goed.”
Ze begon weer te lachen.
“En Miel dan?”
“Die laat overal koffiekopjes staan.”
“En toch vraag je haar.”
“Blijkbaar.”
Ze zei ja.
Dit keer trokken ze niet haastig bij elkaar in omdat een huwelijk toch al gepland stond. Ze woonden al bijna een jaar samen en wisten precies welke versie van de ander op zondagmorgen door het huis liep.
Emilia verhuurde haar eigen flat. Niet omdat Niels vond dat zijn huis automatisch het gezamenlijke huis moest zijn, maar omdat zijn appartement praktischer was en ze de inkomsten konden sparen.
De bruiloft was klein. Oma droeg felblauw en beweerde dat ze nooit had getwijfeld aan Emilia’s smaak, wat aantoonbaar onwaar was.
Bij het gemeentehuis keek de ambtenaar naar hun namen.
“Niels de Boer en Emilia Manders.”
Emilia moest glimlachen.
Ooit zou ze dat een teleurstellend gewone combinatie hebben gevonden.
Na afloop vroeg Sanne:
“Dus? Ga je nu officieel Émilie de Boer heten?”
Emilia trok een gezicht.
“Alsjeblieft niet.”
Niels sloeg een arm om haar heen.
“Miel de Boer klinkt prima.”
“Jij wilt echt op onze trouwdag ruzie?”
“Alleen als jij vanavond mijn sokken wast.”
Ze keek hem strak aan.
Hij hield het ongeveer twee seconden vol.
“Grapje. Ze zitten al in de machine.”
Oma, die naast hen stond, knikte goedkeurend.
“Zie je wel,” zei ze. “Eindelijk eentje met een gewone naam en een werkend brein.”
Emilia zuchtte.
“Dat klinkt wel heel simpel.”
“Het leven ís meestal simpel,” zei oma. “Mensen maken er alleen graag een chic woord van.”
Niels boog zich naar Emilia.
“Absjoerd?” fluisterde hij, expres met oma’s oude verkeerde uitspraak.
Emilia schoot in de lach.
En zo werd Émilie uiteindelijk gewoon Emilia wanneer het officieel was, Miel thuis, en mevrouw De Boer alleen wanneer iemand aan de deur iets probeerde te verkopen.
Ze hield haar baretten.
De jurken ook.
Alleen het idee dat een mooie verpakking automatisch iets zei over de inhoud, dat verdween ergens tussen een draaiende wasmachine en een man die zonder applaus zijn eigen sokken waste.