DEEL 3 — Arthur Visser
Arthur Visser nam mijn telefoontje niet op.
Natuurlijk niet.
Niet nadat zijn stem op een SD-kaart stond.
Niet nadat Beatrix haar bericht had verstuurd.
Niet nadat de begrafenis die hij tot op de minuut had laten plannen ineens was veranderd in een moordonderzoek.
Marcus stond naast mij toen ik belde.
Hij hield zijn gezicht strak, maar ik zag de spanning in zijn ogen.
"Vertel me over Arthur," zei ik.
"Niet hier."
"Mijn vrouw ligt in mijn woonkamer."
"Precies. Daarom niet hier."
We gingen naar buiten, onder de witte rouwtent die nu absurd in de voortuin stond. Stoelen stonden nog klaar voor mensen die hadden moeten luisteren naar leugens over Sophie. De wind trok aan de linten alsof zelfs de tuin ze wilde verwijderen.
Marcus haalde diep adem.
"Arthur is mijn halfbroer. Zelfde vader, andere moeder. Hij bouwde Visser Secure Logistics op na de dood van onze vader. Officieel vervoert hij farmaceutische prototypes, hightech onderdelen, defensiegevoelige apparatuur en vertrouwelijke bedrijfsdocumenten."
"En onofficieel?"
"Contant geld, versleutelde datadragers, gestolen prototypes, soms goederen die niet door de douane horen. We vermoeden dat hij routes misbruikt om voor derden onzichtbare transporten te draaien."
Mijn maag draaide om.
"Mijn transporten?"
"Niet allemaal. Genoeg."
"Ik wist van niets."
"Dat denk ik ook."
"Denken?"
Marcus keek mij strak aan.
"Ik vertrouw niemand automatisch. Zelfs geen weduwnaar."
Dat had mij kwaad moeten maken.
Het deed het niet.
Een man die na deze middag nog automatisch vertrouwde, was zijn werk niet waard.
"Waarom had je mij dan niet eerder benaderd?"
"Omdat ik bewijs nodig had dat jij niet onderdeel was van het netwerk. Sophie gaf dat bewijs."
Mijn hart sloeg over.
"Sophie?"
Marcus knikte.
"Ze nam drie weken geleden contact met ons op."
Ik hoorde even niets meer.
Alleen wind tegen tentdoek.
"Mijn vrouw werkte met de politie?"
"Ze vermoedde dat jij gevaar liep. Niet dat jij schuldig was. Ze zei dat jij soms routes reed die op papier niet klopten. Ze had in je thuiskantoor per ongeluk het zwarte logboek gezien."
"Waarom zei ze niets tegen mij?"
"Omdat ze bang was dat jouw telefoon, je werkauto of je pas gevolgd werden. En omdat Arthur haar vertelde dat jij bij betrokkenheid alles zou verliezen."
Arthur had met Sophie gesproken.
Zonder dat ik het wist.
De woede in mij kreeg ineens richting.
"Wat stond er in het logboek?"
"Handgeschreven correcties op digitale transporten. Werkelijke routes. Schaduwstops. Namen van chauffeurs. Codes van opslaglocaties. En vermoedelijk de koppeling tussen Arthur en een criminele geldschieter die ook jouw broer onder druk had."
"Daan."
"Ja."
Ik dacht aan Daan in mijn keuken, bleek, met de striem op zijn gezicht.
Mijn broer had nooit goed met geld kunnen omgaan. Eerst online poker. Daarna sportweddenschappen. Daarna crypto. Daarna Club Atlas, een louche bar die hij opende met geleend geld en sloot met bedreigingen.
Ik had hem twee keer geholpen.
Sophie had mij de derde keer tegengehouden.
"Hij gebruikt je schuldgevoel als pinpas," had ze gezegd.
Ik was boos geworden.
Niet omdat ze ongelijk had.
Omdat ze gelijk had.
Marcus vervolgde:
"Daan stond bij een woekeraar in het rood. Die woekeraar werkt voor Arthur. Daan moest het logboek en jouw pas stelen. Sophie betrapte hem."
"En mijn moeder?"
"Trees lijkt te hebben geloofd dat Sophie jou zou laten opdraaien voor Daans schulden en Arthurs misdrijven. Of ze deed alsof ze dat geloofde. Haar rol is nog niet helder."
"Ze pakte Sophies telefoon af."
"Dat staat inmiddels vast via Fleur en de sporen."
"En Beatrix?"
Marcus keek naar de rouwauto.
"Zij had de mogelijkheid om Sophies dood snel, netjes en zonder vragen te laten verdwijnen."
Ik dacht aan haar gladde stem.
Het is beter om haar rust te geven en haar reputatie te beschermen.
Reputatie.
Dat woord gebruiken mensen wanneer ze waarheid in de grond willen stoppen.
"Waarom jij?" vroeg ik.
Marcus keek op.
"Wat?"
"Waarom zit jij op deze zaak als Arthur je halfbroer is?"
"Ik ben officieel niet de hoofdonderzoeker. Ik was bereikbaar, kende het netwerk en kwam op de melding af. Vanaf nu komt er een team van buiten de regio."
"Maar je blijft?"
"Als getuige, liaison, en omdat Sophie mij het eerste bericht stuurde."
"Sophie kende jou?"
"Hij gaf haar mijn nummer."
"Wie?"
Marcus knikte naar mijn huis.
"Anton."
Mijn vader.
Ik keek door het raam naar zijn rolstoel.
Hij had niet kunnen praten, maar wel kunnen handelen.
"Hoe?"
"Briefje. Hij liet Sophie mijn naam spellen via zijn oude tablet. Zij stuurde mij vanaf een prepaidtelefoon een foto van het logboek."
Mijn keel kneep dicht.
Mijn vader had in stilte geprobeerd mijn vrouw te redden.
Terwijl mijn moeder de deur op slot draaide.
Ik vroeg:
"Waar is dat logboek nu?"
Marcus' gezicht werd donker.
"Dat is precies wat we niet weten."