IK VOND MIJN SCHOONZUS MET BLAUWE PLEKKEN EN WATERIGE RIJST

DEEL 2 — De naam die hij voor mij had verzonnen

Bastiaan heette officieel Jeroen Bastiaan van Vliet.

Dat wist ik natuurlijk. Zijn paspoort, de notariële stukken voor onze voorgenomen huwelijkse voorwaarden en de inschrijving van zijn managementvennootschap vermeldden allemaal dezelfde naam.

Voor mij was hij altijd Bastiaan geweest.

Voor zijn zakelijke vrienden Jeroen.

Voor zijn moeder "mijn jongen".

Voor Claire was hij blijkbaar iets anders.

Een bewaker.

Een dreiging.

Een blauwdruk.

En ik, Sanne Lotte Vermeer, was in zijn telefoon opgeslagen als Lotte.

"Dat klinkt zachter," had hij ooit lachend gezegd. "Sanne is zo zakelijk. Lotte is wie je bent als je je laat dragen."

Ik had het toen romantisch gevonden.

Nu begreep ik het.

Hij had niet van mijn zachtheid gehouden.

Hij had er een hendel van gemaakt.

Mr. Visser zat tegenover mij in mijn glazen vergaderruimte op de Zuidas. Hij had zijn jas nog aan, alsof zelfs de stoel hem te veel comfort bood voordat hij slecht nieuws afleverde.

"Ik begin bij de façade," zei hij.

"Dat lijkt me passend."

Hij schoof een map naar me toe.

"Van Vliet & Zonen Vastgoed presenteert zich als een familiebedrijf met een portefeuille van circa honderdtwintig miljoen euro. De realiteit is dat bijna alle panden zwaar zijn belast, meerdere objecten dubbel als zekerheid zijn opgevoerd, en de liquiditeit al maanden kritiek is."

"Hoe kritiek?"

"Zonder nieuwe kapitaalinjectie halen ze januari niet."

Ik keek naar de map.

"Daarom ik."

"Daarom jij."

Het was vreemd hoe rustig ik bleef. Twee dagen eerder had die familie mij als toekomstige schoondochter ontvangen met kaviaar, Mahler op de achtergrond en een zilveren theelepel bij mijn espresso. Nu lag hun binnenwerk op tafel en bleek het vooral uit schulden, intimidatie en gepolijste leugens te bestaan.

"En Claire?" vroeg ik.

Visser keek op.

"Daar wordt het ingewikkelder."

"Zeg het."

"Haar volledige naam is Fleur Claire de Winter. In de familie Van Vliet wordt zij Claire genoemd. In oude registers, studie-inschrijvingen en erfrechtdossiers heet zij Fleur."

"Waarom gebruikt niemand die naam?"

"Omdat haar eigen familie haar zo noemde. En omdat zij via haar moeders kant toegang had tot vermogen waar Van Vliet & Zonen belang bij had."

Ik dacht aan de vrouw op het krukje. Waterige rijst. Paarse afdrukken. Ogen die al om vergiffenis vroegen voordat ze iets fout had gedaan.

"Was zij ook hun redmiddel?"

"Ja."

Visser opende een tweede dossier.

"Fleur Claire de Winter erfde op haar achtentwintigste een belang in drie winkelpanden in Leiden, plus een effectenportefeuille. Na haar huwelijk met Jasper van Vliet werd zij overgehaald om dat vermogen onder te brengen in een 'familiaal investeringsfonds' voor betere spreiding."

"Laat me raden. Het verdween."

"Niet volledig. Genoeg om de schijn op te houden. Maar er is minstens 1,8 miljoen uit haar vermogen gebruikt als noodfinanciering voor Van Vliet & Zonen."

"En Jasper?"

Visser's gezicht werd harder.

"Jasper zit niet in Singapore."

Ik zei niets.

Ik wilde niet gokken.

Niet bij feiten.

"Waar is hij?"

"In een particuliere psychiatrische kliniek in Duitsland. Opgenomen onder begeleiding van zijn ouders. Diagnose: acute psychotische ontregeling, gevaar voor zichzelf en omgeving."

"Is die diagnose echt?"

"Dat onderzoeken we. Wat we wel weten: drie weken vóór zijn opname had Jasper een advocaat benaderd over financiële uitbuiting van zijn vrouw."

Mijn handen werden koud.

"Ze hebben hun eigen zoon laten opsluiten."

"Dat kan ik juridisch nog niet zo zeggen."

"Ik kan het menselijk wel."

Visser knikte kort.

"Er is meer."

Natuurlijk was er meer.

Bij families als deze eindigt een kelder zelden bij één deur.

"De woning in Aerdenhout is niet vrij eigendom," zei hij. "Het landgoed is ondergebracht in een beheerstructuur met achterstallige renteverplichtingen. Een externe schuldeiser staat op het punt executiemaatregelen te nemen."

"Welke schuldeiser?"

"Rijnland Asset Recovery."

Ik kende de naam. Een stille partij. Niet groot in de media, maar scherp in noodlijdend vastgoed.

"Kunnen wij die positie kopen?"

Visser keek me aan.

Voor het eerst die ochtend glimlachte hij bijna.

"Ik hoopte dat je dat zou vragen."

Ik leunde achterover.

"Niet via mijn bureau. Via mijn persoonlijke holding. Discreet."

"Dat kan."

"En mijn bedrijf?"

"Je bureau is gezond, winstgevend en volledig van jou. Maar er zijn zwakke punten."

"Welke?"

"Je had Jeroen Bastiaan al voorbereid als toekomstig bestuursadviseur na het huwelijk. Er liggen concepten waarin hij managementbevoegdheden krijgt."

"Niet getekend."

"Gelukkig niet. Maar zijn team heeft een fusievoorstel opgesteld waarin jouw bureau wordt ingebracht in een nieuwe holding, met Van Vliet & Zonen als strategische partner."

Ik lachte zacht.

"Mijn reclamebureau in een vastgoedholding."

"Absurd, maar niet als je doel liquiditeit is."

"En hun doel?"

"Toegang tot jouw bankrekeningen, klantencontracten, cashflow en kredietwaardigheid."

Ik keek door de glazen wand naar mijn medewerkers. Mensen die ik had aangenomen, beschermd, ontslagen wanneer het moest, bevorderd wanneer het verdiend was. Mensen die mij vertrouwden om hun salarissen te betalen.

Bastiaan had niet alleen mij willen overnemen.

Hij had hun levensonderhoud op het spel gezet.

"Ik wil een val," zei ik.

Visser sloot de map.

"Juridisch of emotioneel?"

"Allebei."