“Ja.”
“En u had geen kinderen.”
Ik wist wat hij niet uitsprak.
Maarten was zesentwintig toen we elkaar leerden kennen. Hij werkte toen bij een aannemer, reed in een oude Opel en zei dat hij niets gaf om geld.
Na ons huwelijk was hij langzaam veranderd. Eerst wilde hij mijn administratie doen. Daarna mijn bankzaken. Toen hij hoorde dat de zolder verbouwd kon worden tot appartement, begon hij over investeren.
“Wij moeten denken als volwassenen,” zei hij.
Ik had hem geloofd omdat hij nooit schreeuwde wanneer anderen erbij waren.
Hij hoefde niet te schreeuwen. Hij had tijd.
Twee dagen later werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Sophie drong erop aan dat ik niet naar huis ging. Mijn zus Marieke haalde me op en bracht me naar haar appartement in Amstelveen.
Maarten stuurde achtenveertig berichten.
Waar ben je?
Je maakt een fout.
Ria is volledig overstuur.
Denk aan onze zoon.
Je kunt niet zomaar mijn kind bij me weghouden.
Ik antwoordde maar één keer.
Het is ook mijn kind. Kom niet naar Marieke.
Een uur later belde hij aan.
Marieke had de deurbelcamera al aangezet. Maarten stond buiten met zijn handen diep in zijn jaszakken. Ria stond naast hem.
“Doe open,” zei hij in de camera. “We moeten praten.”
Marieke keek naar mij.
“Wil je dat ik de politie bel?”
Ik hoorde mijn eigen stem, rustig en helder.
“Ja.”
Toen Maarten de sirene hoorde, veranderde zijn gezicht. Niet in paniek. Eerder in ergernis, alsof iemand een vergadering had onderbroken.
Hij werd niet meteen meegenomen omdat hij zich op dat moment aan de afstand hield. Wel kreeg hij een tijdelijk huisverbod nadat de politie de beelden, verklaringen en banktransacties had beoordeeld.
De volgende ochtend belde zijn advocaat.
“Uw cliënt wil de situatie oplossen zonder verdere escalatie,” zei hij.
“Mijn cliënt?” vroeg ik.
“Mijnheer Smit.”
“Hij is uw cliënt. Niet de mijne.”
“Hij wil het huis verlaten als u afziet van aangifte.”
Ik keek door het raam naar de natte fietsenrekken beneden.
“Dan kan hij het huis verlaten zonder voorwaarden.”
“Mevrouw Van Dijk, u bent hoogzwanger. Een juridische strijd is belastend.”
“Voor hem blijkbaar niet genoeg om ermee te stoppen.”
Er viel een stilte.
“U begrijpt dat een huwelijk ook verantwoordelijkheden met zich meebrengt.”
“Dat begrijp ik. Daarom betaal ik niet langer zijn lening.”
De advocaat zei niets meer.
Een week later kwam het hele verhaal in beweging.
De bank bevroor de zakelijke rekening van Maartens bedrijf. Zijn accountant ontdekte dat meerdere facturen naar niet-bestaande onderaannemers waren betaald. Eén van die rekeningen stond op naam van Ria.
Ze had haar rekening aan haar zoon gegeven “om administratieve redenen”. In werkelijkheid had ze de afgelopen maanden ruim €24.000 ontvangen.
Ria ontkende alles.
“Maarten zei dat het voorschotten waren.”
“Waarvoor?” vroeg de rechercheur.
Ze keek naar haar handen.
“Voor de verbouwing.”
“Welke verbouwing?”
Daar had ze geen antwoord op.
De rest van het geld was verdwenen naar online gokrekeningen en een privéschuldeiser. Maarten had geprobeerd één gat met het volgende te dichten. Mijn huis moest de laatste oplossing worden.
Het tweede plan was geen verzinsel van Ria. Maarten had het uitgewerkt in een document op zijn laptop met de naam zorgdossier Eline.
Daarin stonden data waarop ik volgens hem “verward”, “hysterisch” of “agressief” was geweest.
Bij 14 maart stond: Eline huilde twintig minuten omdat de babykamer nog niet af is.
Bij 3 april: Eline weigerde haar bankgegevens te delen. Mogelijk paranoïde.
Bij 18 mei: Eline beweert dat Ria haar spullen verplaatst. Geen bewijs.
Op de laatste pagina had hij een lijst gezet met getuigen die hij wilde benaderen.
Ria.
Een buurvrouw die mij ooit had horen ruziën over een lekkende kraan.
En de onbekende medewerker van het bewindbureau.
Allemaal gewone, kleine gebeurtenissen. Geen ervan was op zichzelf bijzonder. Samen moesten ze een vrouw maken die niemand meer zou geloven.
Ik las het document aan de keukentafel van Marieke. Buiten tikte regen tegen het glas.
“Hij heeft mijn leven opgeschreven alsof het een dossier was,” zei ik.
Marieke legde haar hand op de mijne.