Mijn zus belde me om 6.30 uur en zei: ‘Papa is vannacht overleden.’

Ze keek weg.

Zijn advocaat legde haar aktetas op tafel.

‘Mijn naam is Marieke Smit. Ik vertegenwoordig meneer De Vries.’

Mark snoof.

‘Dit is een familiezaak.’

‘Vanaf het moment dat er mogelijk een vervalst testament in het spel is, niet meer.’

Mark werd bleek.

Vanessa keek hem aan.

‘Vervalst?’

Dat ene woord was anders dan alle woorden daarvoor.

Niet boos.

Bang.

Ze keek naar Mark.

‘Je zei dat papa het had ondertekend.’

‘Dat hééft hij ook.’

‘Wanneer?’

‘Maanden geleden.’

Papa liep naar zijn werkkamer.

We volgden hem.

De deur stond open.

Een metalen archiefkast was leeggetrokken.

Papieren lagen over het bureau.

Papa wees naar een map.

‘Laat het testament zien.’

Mark bewoog niet.

‘Nu.’

Vanessa pakte uiteindelijk een document van het bureau.

Marieke trok handschoenen uit haar tas voordat ze het aannam.

Ze bekeek de eerste pagina.

Toen de tweede.

Toen de handtekeningen.

‘Meneer De Vries,’ zei ze, ‘dit is niet het testament dat u bij mijn kantoor heeft ondertekend.’

‘Dat weet ik.’

‘De datum is van zes maanden geleden.’

‘Toen was ik in Portugal.’

Mijn hoofd schoot naar hem toe.

Ik herinnerde het me.

Hij was met Henk tien dagen naar de Algarve geweest.

Marieke keek naar Henk.

‘Kunt u dat bevestigen?’

‘Ik zat naast hem in het vliegtuig.’

Mark schudde zijn hoofd.

‘Een datumfout maakt een document niet vals.’

Marieke keek hem strak aan.

‘Nee. Een vervalste handtekening wel.’

Vanessa keek opnieuw naar Mark.

Nu zag ik het.

De twijfel.

Voor het eerst leek ze te beseffen dat ze misschien niet alles wist.

‘Waar heb je dit vandaan?’ vroeg ze.

‘Dat heb ik je verteld.’

‘Nee. Je zei dat je het in papa’s kast had gevonden.’

‘Dat heb ik ook.’

Papa liep naar het bureau en trok een verborgen, smalle lade open.

Leeg.

Hij knikte langzaam.

‘Daar zochten jullie dus naar.’

Vanessa fronste.

‘Waarnaar?’

Papa keek naar Mark.

‘Vraag het hem.’

Mark zette zijn kaken op elkaar.

‘Ik weet niet waar je het over hebt.’

‘Dan zal ik je helpen.’

Papa liep naar een boekenplank en pakte een oude foto.

Mama.

Vanessa en ik als kinderen.

Papa achter ons.

Hij draaide de lijst om.

Aan de achterkant zat een kleine geheugenkaart vastgeplakt.

Mark werd lijkbleek.

Ik zag het.

Papa ook.

‘Drie weken geleden,’ zei papa, ‘merkte ik dat er geld ontbrak van een rekening die ik nauwelijks gebruik.’

Vanessa keek verward.

‘Hoeveel?’

‘Eerst negenduizend euro.’

Mark keek naar de deur.

Henk ging ervoor staan.

Papa vervolgde.

‘Daarna vond ik twee kleinere overboekingen. Allemaal naar bedrijven die ik niet kende.’

Marieke haalde een map uit haar aktetas.

‘In totaal gaat het om ruim zevenentwintigduizend euro.’

Vanessa’s mond viel open.

‘Wat?’

‘Dat is nog niet alles,’ zei papa.

Hij wees naar de geheugenkaart.

‘Mijn beveiligingscamera heeft opgenomen wie mijn kantoor binnenkwam.’

Mark zei niets.

‘Drie keer.’

Vanessa keek naar haar man.

‘Mark?’

‘Hij probeert ons tegen elkaar op te zetten.’

Papa zuchtte.

‘Dat hoef ik blijkbaar niet meer te doen.’

Marieke legde verschillende bankafschriften op tafel.

Vanessa pakte er één op.

Toen nog één.

Haar gezicht veranderde.

‘M Consulting?’

Mark zweeg.

‘Dat is jouw bedrijf.’

‘Vanessa—’

‘Dit geld is naar jouw bedrijf gegaan.’

‘Ik kan het uitleggen.’

Papa ging zitten.

‘Dat zou ik heel graag horen.’

Marks gezicht werd rood.

‘Het waren leningen.’

‘Van wie?’

‘Van de familie.’

‘Ik heb je niets geleend.’

‘Vanessa zei dat—’

Hij stopte.

Iedereen keek naar Vanessa.

‘Ik heb nooit gezegd dat je papa’s geld mocht nemen,’ fluisterde ze.

‘Je zei dat het uiteindelijk toch van ons zou zijn!’

Daar was het.

De kamer werd doodstil.

Mark leek zelf te beseffen wat hij zojuist had gezegd.

Vanessa deed een stap achteruit.

‘Wat bedoel je met uiteindelijk?’

‘Zo bedoelde ik het niet.’

‘Hoe bedoelde je het dan?’

‘Vanessa, luister—’

‘Heb jij dat testament gemaakt?’

Hij antwoordde niet.

Ze herhaalde de vraag.

Harder.

‘Heb jij dat testament gemaakt?’

Mark keek naar papa.

Toen naar Marieke.

Toen naar de documenten.

Zijn stilte was genoeg.

Vanessa ging langzaam op een stoel zitten.

Voor het eerst die ochtend zag ze er niet hebzuchtig uit.

Ze zag er gebroken uit.

Maar papa was nog niet klaar.

‘Vanessa.’

Ze keek op.

‘Jij bent hier niet onschuldig aan.’

Haar ogen vulden zich met tranen.

‘Ik wist niets van het geld.’

‘Dat geloof ik.’

Mark keek verbaasd.

Ik ook.

Papa wees naar de telefoon in haar hand.

‘Maar jij belde je zus om haar te vertellen dat ik dood was.’

Vanessa begon te huilen.

‘Mark zei dat Henk had gebeld.’

‘En je hebt Henk niet teruggebeld?’