Sectoren concurreren om dezelfde mensen
Omdat bij nieuwe plannen en begrotingen nog te weinig aandacht is voor het beroep dat zij doen op schaarse arbeidskrachten, ontstaan problemen vaak pas tijdens de uitvoering. Uitgaven, belastingvoordelen en regels vragen samen meer mensen dan er beschikbaar zijn. Daardoor lopen plannen vast.
Ministers reageren daarop door samen met sectoren speciale krapte-aanpakken te maken. Inmiddels heeft bijna elke sector zo’n aanpak: het ‘Actieplan Groene en Digitale Banen’* voor de energietransitie en digitalisering, ‘Opschalingsplan 2030’* voor de uitbreiding van het energienet, ‘Onze mensen, onze toekomst’* voor defensie, het ‘Integraal Zorgakkoord’* voor de zorg, ‘Aanpak Lerarentekort’* voor het onderwijs en ‘Aanpak personeelstekort kinderopvang’* voor de kinderopvang. Die aanpakken bevatten allerlei maatregelen om krapte terug te dringen. Een belangrijke overeenkomst is dat ze vrijwel allemaal inzetten op het vergroten van de instroom van nieuw personeel in de eigen sector.
Tegelijkertijd worden de plannen vaak los van elkaar gemaakt, terwijl sectoren veelal vissen in dezelfde vijver. Voor de woningbouw én de energietransitie* zijn bijvoorbeeld elektrotechnici, loodgieters, isolatiemonteurs en dakdekkers nodig. Voor defensie en de energietransitie is een zoektocht gaande naar IT’ers, installateurs en werktuigbouwkundigen. En zowel de zorg als de kinderopvang zoekt mensen met zorgverlenende kwaliteiten.
Daardoor kunnen sectoren en ministeries elkaar onbedoeld in de weg zitten. Iemand kan immers maar op een plek tegelijk werken. Als iemand overstapt en een vacature vervult, ontstaat er op de oude plek juist een nieuwe vacature. Zo zijn er sinds 2020 17.000 mensen* overgestapt van de kinderopvang naar de zorg. Goed voor de zorg, maar lastiger voor de uitbreiding van de kinderopvang. Tegelijkertijd maakten zo’n 18.000 mensen de omgekeerde stap: van de zorg naar de kinderopvang. Dat maakt het weer moeilijker om aan de groeiende zorgvraag te voldoen.
Extra inzet in de ene sector – bijvoorbeeld via subsidies voor zijinstroom en wervingscampagnes – kan dus leiden tot nieuwe knelpunten in een andere. Het is daarom lastig om de knelpunten los van elkaar aan te pakken. Ministeries zouden niet ieder voor zich met een rietje naar de arbeidsmarkt moeten kijken, maar samen met een panoramablik bewuste politieke keuzes moeten maken over waar schaarse arbeidskrachten het hardst nodig zijn en welke plannen voorrang krijgen.