‘Nee.’
Hij ademde langzaam uit.
‘Mijn vader was de laatste maanden niet goed.’
‘Hij wist nog precies welke pillen hij nam.’
‘Dat betekent niet dat hij nog zakelijke beslissingen kon nemen.’
‘Dat zei je vrijdag niet.’
‘Omdat ik toen nog niet wist wat jij had gedaan.’
Zijn stem bleef beleefd. Dat was zijn manier. Daan had nooit hoeven schreeuwen. Hij zei kwetsende dingen alsof hij een reservering bij de tandarts verplaatste.
‘Wat heb ik gedaan?’
‘Je hebt mijn vader tegen mij opgezet.’
‘Willem en jij spraken al jaren nauwelijks met elkaar.’
‘Omdat jij ertussen zat.’
‘Hij vroeg mij juist vaak hoe het met je ging.’
Daan glimlachte zonder warmte.
‘Je hebt hem zeker verteld dat ik hem wilde beroven.’
Ik dacht aan de brief in mijn tas.
‘Heb je dat gedaan?’
Zijn gezicht veranderde nauwelijks. Alleen zijn rechteroog knipperde één keer.
‘Ik bied je tienduizend euro als je afstand doet van elke aanspraak.’
‘Welke aanspraak?’
‘Op het koetshuis. Op dat belachelijke legaat. Op alles.’
‘Dat is niet jouw geld.’
‘Mijn vader had zonder jou geen testament laten wijzigen.’
‘Ik was niet bij de notaris.’
‘Je was wel bij hem in huis.’
‘Dat is mijn werk.’
‘Je was overal bij.’
Achter hem reed een bezorger langzaam door de straat. Een fietsband sneed door een plas.
‘Daan,’ zei ik, ‘je bent niet bezorgd. Je bent betrapt.’
Zijn gezicht verstrakte.
‘Je denkt dat je slim bent omdat een oude man je een huis heeft beloofd?’
‘Ik denk niets. Ik lees wat er staat.’
Hij boog iets naar voren.
‘Mijn vader was ziek.’
‘Dan zal de notaris dat moeten uitleggen.’
‘Hij was verward.’
‘Dan zal zijn huisarts dat moeten uitleggen.’
‘Jij weet niet waar je aan begint.’
‘Dat is voor het eerst dat we het ergens over eens zijn.’
Ik sloot de deur.
Die middag stuurde Daan een bericht in de familie-WhatsAppgroep. Ik stond er nog in omdat niemand mij eruit had gehaald.
Mijn vader is de laatste maanden onder druk gezet. Sommige mensen hebben misbruik gemaakt van zijn vertrouwen. De familie zal binnenkort weten wie.
Niemand reageerde.
Na tien minuten stuurde zijn tante alleen: Wat bedoel je precies?
Daan antwoordde niet.
Mijn dochter Floor belde mij.
‘Je hebt het bericht gezien?’
‘Ja.’
‘Wil je dat ik naar je toe kom?’
‘Nee.’
‘Mam.’
‘Ik wil niet dat je naar een man van zesenveertig gaat kijken alsof hij een gevaarlijk dier is.’
‘Dat zei ik niet.’
‘Ik weet wat je bedoelt.’
Ze zweeg even.
‘Heb je iets meegenomen uit die villa?’
‘Nee.’
‘Dan hoef je jezelf niet te verdedigen.’
Ik keek naar het geld op tafel.
‘Ik heb achttien jaar lang gedacht dat als je maar betrouwbaar genoeg bent, mensen dat uiteindelijk zien.’
‘Dat is een dure misvatting.’
‘Dank je.’
‘Graag gedaan. Ik ben je dochter.’
De volgende dag bracht ik Sander mijn oude telefoon. Daarop stonden honderden berichten van Willem en Daan.
Ik had nooit berichten verwijderd. Niet uit slimheid. Ik wist simpelweg niet hoe dat moest.
Sander bladerde er zwijgend doorheen.
In een gesprek van maart schreef Daan:
Zorg dat pa morgen thuis is. De notaris komt om tien uur.
Ik had geantwoord:
Hij heeft om half elf zijn afspraak bij de huisarts.
Daan:
Verzet die maar.
Ik:
Dat doet hij zelf.
Daan:
Marieke, doe gewoon wat ik vraag.
Er waren meer berichten.
Kun je pa laten tekenen dat de verbouwing betaald is?
Welke verbouwing?