Na achttien jaar schoonmaken in dezelfde villa ontsloeg de nieuwe erfgenaam mij met één week loon en zei hij dat ik “geen deel van het verleden” was. Drie dagen later belde de notaris: “Mevrouw De Vries, gaat u alstublieft zitten voordat ik dit vertel.” Wat hij daarna voor me neerlegde, maakte duidelijk dat Daan al maanden had gelogen.

Bemoei je daar niet mee.

En later:

Je hebt die blauwe map toch gezien?

Welke blauwe map?

Laat maar.

Sander legde de telefoon neer.

‘Heeft Willem ooit gezegd dat hij bang was voor Daan?’

‘Niet letterlijk.’

‘Wat zei hij dan?’

Ik keek naar de regen die langs het raam liep.

‘Hij vroeg me een paar keer of ik wilde blijven tot Daan weg was.’

‘Wanneer was dat?’

‘In april. En in juni.’

‘Waarom zei u dat niet eerder?’

‘Omdat ik dacht dat het familieproblemen waren.’

Sander keek mij lang aan.

‘Familieproblemen zijn vaak gewoon misdrijven met koffie erbij.’

Diezelfde avond liet hij mij een kopie zien van Willems bankafschriften.

In elf maanden tijd was er €327.800 overgemaakt naar een onderneming van Daan: Van Aken Projecten BV. De omschrijving luidde telkens: renovatie Veldzicht.

‘Maar er is niets gerenoveerd,’ zei ik.

‘Dat weten we.’

‘Er is een nieuwe cv-ketel geplaatst. En de badkamer boven is geschilderd.’

‘Voor ongeveer €14.000.’

‘Waar ging de rest heen?’

‘Naar een rekening in Luxemburg. Daarna naar een leasemaatschappij.’

Ik dacht aan de zwarte Porsche die Daan soms voor de villa parkeerde.

‘Willem wist hiervan?’

‘Dat weten we nog niet.’

Sander draaide een USB-stick tussen zijn vingers.

‘Maar hij wist genoeg om een beveiligingscamera in zijn werkkamer te laten installeren.’

Ik keek op.

‘Een camera?’

‘Alleen gericht op zijn bureau en de kast met documenten. Niet op de rest van de kamer.’

‘Wanneer?’

‘Twee maanden geleden.’

Ik dacht terug aan die kleine zwarte stip boven de boekenkast. Ik had hem gezien en aangenomen dat het een rookmelder was.

‘Wat staat erop?’

Sander drukte de USB-stick niet in zijn laptop. Hij schoof hem terug in de map.

‘Dat bekijken we samen met de rechercheur. Er is inmiddels aangifte gedaan van financieel misbruik en mogelijke valsheid in geschrifte.’

Mijn mond werd droog.

‘Tegen Daan?’

‘Tegen de feiten.’

De bespreking bij de notaris vond plaats op vrijdagmiddag. Aanwezig waren Sander, de notaris, een accountant van de stichting en Daan met zijn advocaat.

Daan droeg een lichtgrijs pak. Hij zag er uitgerust uit. Alsof hij de afgelopen week niet had geprobeerd een nalatenschap leeg te trekken, maar gewoon een paar vergaderingen had bijgewoond.

Toen ik binnenkwam, keek hij niet op.

De notaris, mevrouw Van der Meer, wees naar een stoel.

‘Mevrouw De Vries.’

Ik ging zitten.

Daan legde een map voor zich neer.

‘Ik wil eerst vaststellen dat mijn vader in de laatste maanden van zijn leven ernstig verward was.’

‘Dat is genoteerd,’ zei de notaris.

‘Hij werd beïnvloed door mensen die financieel voordeel hadden bij zijn overlijden.’

Zijn advocaat legde een hand op zijn arm.

‘Mijn cliënt bedoelt dat er mogelijk sprake is geweest van ongeoorloofde beïnvloeding.’

‘Dat begrijp ik,’ zei mevrouw Van der Meer. ‘Daarom zullen we de documenten één voor één bespreken.’

Ze opende het testament.

‘Het testament is gepasseerd op 14 februari, om 11.20 uur. De heer Van Aken was alleen met mij aanwezig. Voorafgaand aan het gesprek heb ik hem ruim twintig minuten gesproken zonder familieleden of personeel.’

Daan keek naar mij.

‘Dat zegt niets over zijn medische toestand.’

‘Daarom is er ook een verklaring van zijn huisarts,’ zei de notaris. ‘Die is op dezelfde dag opgesteld. Daarin staat dat hij wilsbekwaam was.’

Daan tikte met zijn vingers op tafel.

‘Zijn huisarts was bevriend met Marieke.’

‘Dat is onjuist,’ zei ik.

‘U was degene die hem naar afspraken bracht.’

‘Omdat jij dat niet deed.’

De advocaat van Daan keek geïrriteerd.

‘We zijn hier niet om oude verwijten uit te wisselen.’

‘Nee,’ zei Sander. ‘We zijn hier om nieuwe feiten te bespreken.’

Hij legde de rode map op tafel.

Ik had hem niet eerder gezien. De leren buitenkant was beschadigd aan één hoek.

Daan stopte met tikken.

‘Waar komt die vandaan?’ vroeg zijn advocaat.

‘Uit de bureaula van de heer Van Aken,’ zei Sander.

Daan zei niets.

Sander haalde eerst een getekende verklaring tevoorschijn. Daarna bankafschriften, facturen en een rapport van een forensisch accountant.

‘Van Aken Projecten BV heeft tussen maart en december bedragen gefactureerd voor werkzaamheden die niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd. De facturen zijn ondertekend met een digitale handtekening van de heer Van Aken.’