Ondertussen zat Nadezjda Petrovna thuis voor haar laptop.
Op het scherm speelde de videobeelden af.
Ze keek aandachtig naar de silhouetten.
Daar was Marina.
Daar was Svetlana.
Daar waren de vier jongens.
Maar toen zag de vrouw nog iets.
Helemaal aan het einde van de opname, toen de anderen al naar binnen waren verdwenen, verscheen er een man in beeld.
Hij stond naast een auto en sprak met Svetlana.
Nadezjda Petrovna zoomde in.
Een paar seconden lang was zijn gezicht duidelijk zichtbaar.
Ze verstijfde.
— Dat kan niet…
Ze kende deze man.
Sterker nog, het was precies dezelfde man die haar die ochtend had verzekerd dat er niets was gebeurd.
Op dat moment ging de deurbel.
Nadezjda Petrovna sloot haar laptop.
— Wie is daar?
Er kwam geen antwoord.
De bel ging opnieuw.
Voorzichtig liep ze naar de deur en keek door het kijkgaatje.
Op de gang stond Andrej.
In zijn hand hield hij de USB-stick.
Naast de deur lag een envelop.
Er stonden slechts twee woorden op:
**„U kent de waarheid.”**

Hoofdstuk 3. De man achter de gesloten deur
Nadezjda Petrovna aarzelde enkele seconden voordat ze de deur opendeed.
— Wie bent u? — vroeg ze.
— Andrej. Ik was erbij.
De vrouw deed geschrokken een stap achteruit.
— Ben je alleen?
— Ja.
Ze deed het slot open, maar liet de veiligheidsketting zitten.
Andrej stond bleek voor haar, met neergeslagen ogen.
— Kom binnen.
De jongen stapte naar binnen en legde de USB-stick meteen op tafel.
— Hierop staat wat er bij de school is gebeurd.
— Ik heb de beelden al gezien.
— U hebt maar een deel gezien.
Nadezjda Petrovna keek hem recht aan.
— Vertel me dan alles.
Andrej slikte.
— Svetlana heeft alles bedacht. Maar ze deed het niet alleen.
— Wie heeft haar geholpen?
Hij zweeg.
— Andrej!
— Haar vader.
Het werd doodstil in de kamer.
— Wat?
— Hij wist wat ze van plan was. Hij zei zelfs dat hij het later allemaal zou regelen.
Nadezjda Petrovna ging langzaam zitten.
— Wie is hij?
Andrej noemde zijn achternaam.
De vrouw voelde een onaangename rilling.
Het was dezelfde man die die ochtend in het kantoor van de directeur had gezeten.
De adjunct-directeur van de school.
Nadezjda Petrovna herinnerde zich zijn kalme stem:
„Kinderen doen soms domme dingen.”
Nu klonken die woorden heel anders.
— Waarom heb je nu pas besloten te praten?
Andrej keek naar de grond.
— Omdat Svetlana vandaag zei dat ze de beelden zou vernietigen.
— Welke beelden?
— Die waarop te zien is dat Marina bewusteloos was toen ze haar naar beneden brachten.
Nadezjda Petrovna balde haar vuisten.
— Dus ze wist dat er iets mis was met mijn dochter?