Rechts inhalen op de snelweg mag soms gewoon: deze regels kennen maar weinig automobilisten

Rechts inhalen levert je op de snelweg zomaar een boete van ruim driehonderd euro op, maar in vijf situaties staat de wet het gewoon toe.

Een boete van 320 euro ligt op de loer voor automobilisten die op de snelweg rechts passeren, terwijl de wet die manoeuvre in een aantal gevallen gewoon toelaat. De uitzonderingen zijn bij veel bestuurders onbekend.

In het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 staat de hoofdregel kort en bondig, want inhalen gebeurt links. Datzelfde reglement noemt daarnaast vijf situaties waarin de rechterzijde wel degelijk open ligt voor bestuurders.

Rijinstructeurs gebruiken hiervoor namelijk het ezelsbruggetje FRUIT, dat staat voor file, rotonde, uitvoegen, invoegen en tram. Wie deze vijf gevallen herkent, weet vrijwel meteen of een manoeuvre langs de rechterkant is toegestaan.

De bekendste uitzondering is fileverkeer, dat niet in artikel 11 maar in artikel 13 van het reglement is vastgelegd. Files mogen aan de rechterzijde worden ingehaald en de meest rechtse rijstrook hoeft dan niet te worden gevolgd.

Wanneer de wet het rechts passeren toestaat

Een harde definitie van het begrip file ontbreekt in de Nederlandse wetgeving, waardoor de beoordeling grotendeels bij de bestuurder zelf komt te liggen. Rechters hebben in eerdere zaken vastgesteld dat er geen vast snelheidsverschil bestaat waarboven de manoeuvre plotseling verboden zou zijn, zoals de Duitse grens van twintig kilometer per uur.

Onverkort geldt wel artikel 5 van de Wegenverkeerswet, dat gevaar of hinder voor andere weggebruikers verbiedt. Een rustig tempoverschil van enkele kilometers per uur langs een stilstaande kolonne levert daardoor zelden problemen op, terwijl scheuren langs een rij wachtende auto’s alsnog tot een bekeuring kan leiden.

Een tweede uitzondering ontstaat bij de blokmarkering, de brede witte blokken die invoegstroken en uitvoegstroken van de doorgaande rijbaan scheiden.

Bestuurders die zich rechts van zo’n markering bevinden, mogen voertuigen links daarvan voorbijrijden zonder in overtreding te zijn. Die regel is praktisch, want anders zou uitvoegend verkeer telkens moeten afremmen tot het tempo van de rijstrook ernaast, met opstoppingen en gevaarlijke situaties tot gevolg. Voor invoegend verkeer werkt de regel precies andersom, omdat de invoeger nu eenmaal snelheid moet maken om veilig aansluiting te vinden.