DEEL 4 — Toen Hij Wakker Werd
Jeroen werd om 11:38 uur wakker.
Niet dramatisch.
Geen plotselinge bekentenis.
Geen tranen.
Hij opende zijn ogen, fronste naar het infuus, probeerde rechtop te komen en zei:
"Waar is Emma?"
Dat waren zijn eerste woorden.
Niet: waar is Sanne.
Niet: wat is er gebeurd.
Niet: leef ik.
Waar is Emma.
De IC-verpleegkundige keek naar mij.
Ik stond achter het glas en voelde niets bewegen in mijn gezicht.
Maarten vroeg:
"Jeroen, weet je waar je bent?"
Hij knipperde.
"Ziekenhuis."
"Weet je wat er gebeurd is?"
"Ik... ik viel flauw."
"Bij wie was je?"
Hij sloot zijn ogen.
Daar was het.
Het moment waarop het geheugen niet verdween, maar werd bewerkt.
"Op werk."
Maarten keek naar mij.
Ik stapte de kamer in.
Jeroen zag me.
Zijn gezicht veranderde. Angst, opluchting, irritatie, schaamte. Allemaal snel. Geen liefde.
"Sanne."
"Je was niet op werk."
Zijn blik ging naar Maarten.
"Ik wil alleen praten met mijn vrouw."
"Dan moet je beginnen met tegen haar de waarheid spreken," zei Maarten.
Jeroen slikte.
Zijn lippen waren droog.
"Ik had een overleg bij Emma."
"Om drie uur 's nachts?"
"Het liep uit."
"In haar slaapkamer?"
Hij sloot zijn ogen.
"Sanne, alsjeblieft."
"Nee. Je hebt geen recht meer op alsjeblieft als openingszin."
Hij probeerde zijn hand naar mij uit te steken. Er zat een infuus in. Het maakte de beweging slap en zielig. Ooit zou dat mij hebben geraakt.
Nu dacht ik alleen: die hand heeft de liftknop naar haar verdieping ingedrukt.
"Heb jij furosemide genomen?" vroeg ik.
Hij fronste echt.
"Wat?"
"Plaspillen."
"Nee."
"Heb jij Electro Boost in je koffie of water gedaan?"
"Wat is dat?"
Ik keek naar Maarten.
Zijn verwarring klonk authentiek.
Maar bedrog had mij voorzichtig gemaakt met authenticiteit.
Jeroen keek van mij naar Maarten.
"Wat is er met mij gebeurd?"
"Je kalium was levensgevaarlijk laag," zei ik. "Je natrium veel te hoog. Je had een ritmestoornis en ernstige uitdroging. Er zat furosemide in je urine."
"Dat kan niet."
"Toch wel."
Hij werd bleek.
"Emma gaf me koffie."
Ik voelde geen triomf.
Alleen bevestiging.
"Wat deed je daar?"
Hij keek weg.
"Sanne..."
"Wat deed je daar?"
Hij ademde trillerig in.
"Ze wilde praten."
"Over jullie affaire?"
Zijn ogen vulden zich met paniek.
"Sanne, ik wilde het beëindigen."
Een klassieker.
Elke betrapte man is ineens op weg naar het einde van de fout.
"Hoe lang?"
"Wat?"
"Hoe lang ben je met haar naar bed geweest?"
Hij sloot zijn ogen.
"Vier maanden."
"Liegt hij?" vroeg Maarten.
Ik zei:
"Waarschijnlijk."
Jeroen opende zijn ogen.
"Zes."
"Nog steeds waarschijnlijk."
Hij brak.
"Elf maanden."
Elf.
Elf maanden van laat thuiskomen.
Van haar naam wegwuiven.
Van mij vertellen dat ik achterdochtig werd door stress.
Elf maanden waarin mijn schoonmoeder Emma "zo'n frisse, intelligente vrouw" noemde tijdens diners, terwijl ze mij vroeg of ik niet "wat vrouwelijker" kon zijn als ik met Jeroen naar bedrijfsborrels ging.
Ik keek naar zijn monitor.
Zijn hartslag steeg.
"Rustig," zei Maarten.
"Nee," zei Jeroen. "Luister. Emma had iets. Een dossier. Ze zei dat als ik haar niet hielp, ze alles naar buiten zou brengen."
"Wat voor dossier?"
"Over Novamedica."
Daar was het grotere lichaam onder de wond.
"Wat over Novamedica?"
Hij keek naar Maarten.
"Ik wil een advocaat."
"Dan komt Van Dijk zo," zei ik.
"Sanne, dit is niet—"
"Je ligt hier omdat iemand je mogelijk vergiftigd heeft. Je bedrijf staat in verband met het middel waarmee dat gebeurd is. Je vroeg eerst naar Emma. Nu wil je een advocaat. Goed. Dan wordt het officieel."
Hij begon te huilen.
Niet mooi.
Niet overtuigend.
Maar echt genoeg om te zien dat hij voor het eerst niet wist welke rol hij moest spelen.
"Ik wilde jou beschermen."
Die zin was zo beledigend dat ik bijna lachte.
"Mij?"
"Als Novamedica valt, vallen wij allemaal."
"Ik ben geen aandeelhouder."
"Maar jij bent mijn vrouw."
"Dat herinnerde je je vannacht in haar bed niet."
Hij keek naar het plafond.
"Mijn ouders weten meer dan ik."
Daar werd het stil.
Maarten keek mij aan.
Ik keek naar Jeroen.
"Wat weten zij?"
Hij fluisterde:
"Waarom Van Heerde gebeld werd."