ZE WILDEN DAT IK TEKENDE VOOR MIJN MANS DOOD

DEEL 5 — De Arts Die Te Snel Wilde Snijden

Dr. Van Heerde verscheen die middag in het ziekenhuis alsof hij nog steeds verwachtte dat deuren voor hem openzwaaiden.

Hij was eind zestig, gebruind, zilverhaar, kasjmieren sjaal. Geen witte jas. Hij droeg autoriteit als parfum.

"Ik wil mijn patiënt zien," zei hij bij de IC-balie.

Maarten stond op.

"Jeroen is niet uw patiënt."

"Ik ben al jaren familiecardioloog."

"Dat is geen IC-behandelrelatie."

Van Heerde glimlachte dun.

"Dokter Maarten, ik heb de familie vannacht in paniek aan de lijn gehad. Op basis van de beschikbare informatie was spoedchirurgie een verdedigbare route."

"Zonder beoordeling van elektrolyten?"

"Die waarden waren mij niet compleet doorgegeven."

Ik stapte uit de familiekamer.

"Door wie niet?"

Zijn glimlach werd iets strakker.

"Sanne. Wat een onaangename omstandigheden."

"Vooral voor Jeroens borstkas, bijna."

"Ik begrijp dat jij emoties hebt."

"Ik heb bloedgaswaarden."

Hij zuchtte.

"Je was altijd al scherp."

"En jij altijd al charmant wanneer je iets probeert te verbergen."

Maarten keek tussen ons in.

"Kennen jullie elkaar?"

"Van Heerde zat in de tuchtcommissie die mijn eerste klokkenluidersmelding over ongeoorloofd medicatiegebruik bij private klinieken heeft proberen te begraven," zei ik.

Van Heerde's ogen werden koud.

"Die zaak had niets met dit ziekenhuis te maken."

"Nu wel."

Rechercheur Van Dijk kwam de gang in, dit keer met een officier van justitie aan de telefoon.

"Dr. Van Heerde, wij willen graag uw telefoon veiligstellen in verband met een lopend onderzoek."

"Absoluut niet."

"Dat mag u weigeren. Dan vorderen we."

"Op welke grond?"

Van Dijk keek naar mij.

Ik knikte.

Hij zei:

"Er is een telefoonlog waarin u vlak vóór de onjuiste operatie-indicatie contact had met mevrouw Emma Verhoeven. Daarnaast is er een patiënt met vermoedelijke medicamenteuze intoxicatie."

Van Heerde werd niet bleek.

Hij werd stil.

Dat was enger.

"Ik heb op verzoek van familie geadviseerd."

"Welke familie?"

"Gerard."

Mijn schoonvader, die aan het eind van de gang stond, zakte zichtbaar ineen.

"Ik heb je alleen gebeld omdat Marianne zei dat Emma in paniek was," zei hij.

Marianne draaide zich naar hem.

"Gerard."

"Nee," zei hij, plotseling rauw. "Ik heb mijn zoon bijna laten opensnijden op basis van haar telefoontje."

"Niet hier," siste Marianne.

"Waar dan wel?" Ik keek haar aan. "In Emma's appartement? Bij Van Heerde? Of aan de eettafel waar jullie maandenlang deden alsof ik achterlijk was?"

Marianne hief haar kin.

"Wij wilden Jeroen redden."

"Jullie wilden controle houden."

Ze schoot naar voren.

"Jij begrijpt niet wat er op het spel staat."

"Dan leg je het uit."

Ze keek naar Gerard.

Toen naar Van Heerde.

Toen naar mij.

Niemand hielp haar.

Voor het eerst stond Marianne Koster alleen in haar eigen stilte.

Van Heerde probeerde weg te lopen.

De beveiliging hield hem tegen.

Niet grof.

Net genoeg.

Die avond kwam de eerste inhoud uit Emma's map Project Nachtval.

Van Dijk bracht de samenvatting naar de IC-familiekamer.

Ik zat daar met koud geworden koffie.

Gerard zat tegenover mij. Marianne was naar huis gestuurd door haar advocaat. Van Heerde zweeg. Emma had inmiddels formeel een raadsman.

"Project Nachtval," zei Van Dijk, "is geen project van Novamedica."

Ik voelde mijn schouders strak worden.

"Wat dan?"

"Een plan om Jeroen medisch en juridisch uit te schakelen als bestuurder, op het moment dat hij weigerde bepaalde datatransfers goed te keuren."

"Emma alleen?"

"Nee."

"Wie nog?"

Hij legde drie namen op tafel.

Emma Verhoeven.

Dr. Van Heerde.

Marianne Koster.

Gerard maakte een geluid alsof er iets in hem scheurde.

Mijn schoonmoeder.

Zijn vrouw.

Jeroens moeder.

"Waarom?" fluisterde hij.

Van Dijk keek naar mij.

"Novamedica heeft jarenlang medicatiedata en ziekenhuislogistiek verwerkt. Er zijn aanwijzingen dat er via die systemen illegale toegang is geweest tot patiëntdata, proefleveringen en medicatiestromen. Jeroen wilde daar vorige week mee stoppen, vermoedelijk omdat hij begreep dat het risico te groot werd. Emma en Marianne hadden belang bij doorgaan."

"Marianne?" vroeg ik.

"Zij bezit via een familieholding twintig procent in een leverancier die profiteerde van de datastromen."

Ik sloot mijn ogen.

Daar was de familieziekte.

Niet liefde.

Niet bezorgdheid.

Belang.

"En Emma?"

"Emma had via haar broer een data-consultancy die buitenlandse kopers bediende."

"Ze gebruikte Jeroen."

"En Jeroen gebruikte jou," zei Van Dijk rustig.

Die correctie was nodig.

Ik opende mijn ogen.

"Ja."

Gerard zat als versteend.

"Maar waarom hem vergiftigen?"

Van Dijk antwoordde:

"Waarschijnlijk niet om hem direct te doden. Om hem acuut incapabel te maken. Met een operatie of ernstige complicatie hadden zij tijd gekregen om een crisisvolmacht te activeren, toegang te nemen tot zijn systemen en bewijsmateriaal te verplaatsen."

"En als hij stierf?"

Van Dijk zweeg.

Dat was antwoord genoeg.