Deel 4 — Gerard rekent verkeerd
Gerard de Koning maakte zijn eerste fout door Demi niet te bellen.
Hij maakte zijn tweede door wél haar advocaat te bellen.
Zijn derde door op dat gesprek te zeggen:
"Zij moet haar mond houden. Zonder haar verklaring hebben ze niets."
Helaas voor Gerard had Demi’s advocaat een probleem: hij vertegenwoordigde Demi, niet Gerard, en het gesprek kwam via een toestel dat later onderdeel werd van een onderzoek naar beïnvloeding van een verdachte.
Gerard dacht in vastgoedlogica.
Wie bezit informatie?
Wie controleert de handtekeningen?
Wie betaalt wie?
Strafrecht werkt anders.
Daar telt soms één zin, uitgesproken uit paniek, zwaarder dan een heel investeringsplan.
Zijn vierde fout was dat hij probeerde te vluchten.
Niet ver.
Brussel.
Dat maakte het bijna gênant.
Hij reed in een zwarte Range Rover richting België met twee horloges, contant geld en een map met conceptcontracten voor de Ibiza-villa in een sporttas.
Bij Breda werd hij tegengehouden.
De agent vroeg of hij iets aan te geven had.
Gerard zei:
"Alleen dat mijn tijd kostbaar is."
Dat stond later letterlijk in het proces-verbaal.
Richard zou er weken later bijna om lachen, totdat zijn hartmonitor protesteerde en dokter Noor zei dat sarcasme tijdelijk gedoseerd moest worden.
Gerard werd aangehouden voor betrokkenheid bij de poging tot financieel gewin uit Richards overlijden, mogelijke uitlokking, witwassen, voorbereidingshandelingen rond vermogensonttrekking en beïnvloeding van Demi.
Of hij had geweten van de vergiftiging zelf, moest nog blijken.
Maar hij wist genoeg.
Dat bleek uit berichten.
Veel berichten.
Demi:
Hij wordt zwakker. Artsen denken natuurlijk verloop.
Gerard:
Zorg dat er geen autopsie komt. Besloten uitvaart, snelle crematie.
Demi:
Dat regel ik. Hij wil toch geen gedoe.
Gerard:
Na verklaring notaris direct aandelenpositie checken. Niet wachten op familie of directie.
Demi:
Hij heeft niemand. Alleen dat irritante personeel.
Gerard:
Dood is dood. Personeel praat niet als je ze betaalt.
Daar had hij zich vergist.
Bram praatte niet voor geld.
Bram praatte voor waarheid.
Demi hield het twee dagen vol.
Twee dagen van verontwaardiging.
Twee dagen waarin zij beweerde dat Richard depressief was, verward, paranoïde, beïnvloed door personeel en advocaten.
Toen speelde haar advocaat de smartwatch-opname voor.
Niet in de rechtszaal.
Niet openbaar.
In een verhoorkamer, zodat zij begreep hoe diep het mes zat.
Demi luisterde naar haar eigen stem.
Dat speciale hartmedicijn heeft zijn werk feilloos gedaan.
Haar gezicht verloor langzaam kleur.
Maar zelfs toen probeerde zij geen spijt.
Ze probeerde strategie.
"Dat was een metafoor."
De rechercheur, een vrouw met de naam Inspecteur Leila Smit, keek haar aan.
"Een metafoor voor wat?"
"Voor zijn afhankelijkheid."
"Van welk hartmedicijn?"
"Dat weet ik niet."
"Waarom zei u: in kleine druppels helpt het een zwak hart?"
Demi zweeg.
"Waarom zei u: in de verkeerde dosering maakt het je langzaam kapot?"
"Ik was boos."
"Waarom zei u: die supplementen die ik je elke avond vol liefde kwam brengen?"
"Ik overdrijf soms."
Leila Smit boog iets naar voren.
"Mevrouw Van der Veen, mensen overdrijven meestal niet met farmacologische precisie aan het bed van een man die vijf dagen te leven heeft."
Demi vroeg om pauze.
Daarna om water.
Daarna om Gerard.
"Gerard is ook aangehouden," zei Leila.
Demi keek op.
Eindelijk echte paniek.
"Wat heeft hij gezegd?"
"Waarom vraagt u dat?"
Geen antwoord.
"Vraagt u dat omdat u bang bent dat hij liegt? Of omdat u bang bent dat hij de waarheid spreekt?"
Demi keek naar de tafel.
Haar nagels waren perfect.
Haar handen trilden.
Richard herstelde langzaam genoeg om iedereen nederig te houden.
Hij was niet gered zoals in films.
Geen plotselinge wandeling door de gang.
Geen krachtige scène waarin hij uit bed stapte en Demi met de vinger aanwees.
Hij leerde opnieuw zitten zonder duizelig te worden.
Hij moest medicijnen nemen die hij wantrouwde omdat pillen ineens geen hulpmiddel meer voelden, maar verraders in witte vorm.
Hij kreeg nachtmerries van Demi die een bekertje water vasthield.
Hij vroeg iedere verpleegkundige twee keer wat hij kreeg.
Bram werd tijdelijk van zijn afdeling gehaald, juist om belangenverstrengeling te voorkomen. Dat deed pijn.
"Ik heb niets fout gedaan," zei hij tegen Alexander.
"Dat weet ik," zei Alexander. "Maar we beschermen jou ook tegen de schijn."
"Mijn zus?"
"De financiering staat los van je werk. Sanne’s operatie gaat door."
Bram knikte.
Hij haatte dat hij blij was terwijl Richard nog vocht.
Richard zei later tegen hem:
"Als jij je schuldig voelt omdat je zusje leeft terwijl ik ziek ben, dan ben je een idioot."
Bram glimlachte.
"Dat is aardig bedoeld?"
"Ik ben fabrikant, geen dichter."
"Dat merkt men."
Richard lachte toen voor het eerst.
Kort.
Pijnlijk.
Echt.
Sanne werd naar Zürich gebracht.
Niet in een privéjet.
Dat had Alexander voorgesteld en Marian had geweigerd omdat ze al zenuwachtig werd van businessclass.
Uiteindelijk kwam er medisch vervoer, professioneel, rustig, veilig.
Sanne stuurde Richard vóór vertrek een kaart.
Geen dure kaart.
Een scheef getekend hart met technische pijltjes erbij.
Beste meneer Van der Veen,
Bram zegt dat u chagrijnig bent maar goed. Ik vind het raar dat iemand die ik niet ken mijn operatie betaalt. Maar Bram zegt dat ik dank u moet zeggen en niet stom moet doen. Dus dank u. Niet doodgaan graag, want dan kan ik het later ook zelf zeggen.
Sanne.
Richard las de kaart drie keer.
Daarna vroeg hij Alexander hem in te lijsten.
Alexander zei:
"Dat lijkt me medisch overdreven."
Richard zei:
"Ik betaal je niet voor kunstkritiek."
De kaart kwam op het nachtkastje te staan, naast de monitor.
Iedere keer dat Richard dacht dat vechten te moe was, keek hij naar het scheve hart.
Niet doodgaan graag.
Soms is de eenvoudigste opdracht de zwaarste.
In de fabriek begon intussen een andere oorlog.
Van der Veen Meubelindustrie was Richards levenswerk. Vijfhonderd medewerkers. Een plek waar nog steeds hout werd geroken, waar oude machines naast robotarmen stonden, waar Richard elk jaar kerstpakketten persoonlijk liet aanpassen omdat hij wist welke werknemers kinderen hadden, wie alleen was, wie halal at, wie diabetes had.
Demi had altijd neergekeken op de fabriek.
"Al dat stof," zei ze. "Je zou alles moeten verkopen en in vastgoed gaan."
Gerard had dat ook gewild.
De fabriek verkopen.
De grond herontwikkelen.
Het merk uitmelken.
De pensioenverplichtingen afkopen waar mogelijk.
Mensen reduceren tot kostenposten.
Alexander stelde tijdelijk bestuurder aan: Eva Manders, voormalig operationeel directeur, een vrouw met een rauwe stem en de gewoonte om in vergaderingen geen koffie te drinken voordat iemand eerst de cijfers correct had.
Zij belde Richard in het ziekenhuis.
"Je leeft nog?"
"Goedemorgen, Eva."
"Dat was een vraag."
"Ja. Voorlopig."
"Mooi. Dan zeg ik het kort. Er liggen drie dubieuze verkoopvoorstellen klaar, allemaal voorbereid door Gerard via tussenpersonen. Demi heeft blijkbaar al geprobeerd toegang te krijgen tot de aandeelhoudersstukken."
Richard sloot zijn ogen.
"Stop alles."
"Al gedaan."
"Goed."
"Richard?"
"Ja?"
"Je had me moeten vertellen dat je vrouw een slang was."
"Ik wist het zelf niet."
"Dat is dom."
"Ik lig op intensive care, Eva."
"Dan zeg ik het zachter: dat was strategisch suboptimaal."
Hij glimlachte zwak.
"Ik heb je gemist."
"Niet sentimenteel worden. Je hart is al gammel."
Eva hing op.
Richard voelde zich na dat gesprek beter dan na sommige medicijnen.
Omdat iemand niet deed alsof hij al dood was.
Demi’s grootste fout kwam een week later.
Zij stuurde vanuit bewaring via een omweg een bericht naar Gerard.
Het ging via een vriendin, daarna via een advocaat die later heel hard ontkende dat hij wist wat erin stond.
Het bericht was kort.
Zeg dat jij van niets wist. Ik zeg dat Richard mij sloeg en ik bang was. Bram heeft hem opgezet. Supplementen waren van hemzelf. Als ik val, val jij ook.
Gerard reageerde:
Jij hebt toegediend. Ik heb alleen plan gemaakt.
Die zin redde hem niet.
Integendeel.
Hij bevestigde dat er een plan was.
Demi kreeg het bericht te horen tijdens haar derde verhoor.
Toen brak haar gezicht.
Niet haar hart.
Haar gezicht.
Het masker kon de snelheid van het verlies niet meer bijhouden.
"Gerard heeft me gebruikt," zei ze.
Inspecteur Leila antwoordde:
"Waarschijnlijk. Maar dat maakt Richard niet minder vergiftigd."
Demi begon te huilen.
Eindelijk.
Maar zelfs haar tranen leken vooral om zichzelf te gaan.
"Ik wilde niet dat hij zo leed."
Leila keek haar strak aan.
"U fluisterde dat de uitvaart kort moest zijn zodat u een Porsche kon bestellen."
Demi bedekte haar gezicht.
Geen antwoord.
Soms heeft bewijs geen verdere vragen nodig.