ZIJ VERGIFTIGDE HAAR MAN VOOR ZIJN €82 MILJOEN

Deel 6 — De fabriek ruikt naar hout

Drie maanden later reed Richard in een rolstoel de fabriekshal in Eindhoven binnen.

Niet triomfantelijk.

Niet sterk.

Hij had tien kilo verloren, zijn huid was grauw en hij moest na twintig minuten praten rusten.

Maar hij leefde.

De werknemers stonden langs het pad tussen de machines.

Sommigen klapten.

Sommigen huilden.

Een oude meubelmaker, Kees, die al 37 jaar in dienst was, riep:

"Je ziet er beroerd uit, baas!"

Richard riep terug:

"Jij ook, maar ik zeg het normaal niet door de hal."

Daarna brak het applaus echt los.

Eva Manders duwde hem niet.

Dat deed Bram.

Bram had geweigerd.

Richard had aangedrongen.

Alexander had vijf juridische bezwaren genoemd.

Dokter Noor had medische voorwaarden gesteld.

Uiteindelijk zei Sanne via videoverbinding:

Laat Bram die man duwen. Hij heeft anders nog steeds geen hobby.

Dus Bram duwde.

Hij droeg nieuwe schoenen.

Niet belachelijk dure.

Gewoon goede.

Richard had ze laten bezorgen met een kaart:

Fatsoen. Geen cadeau. R.

Bram had eerst geweigerd.

Marian had gezegd:

"Neem die schoenen aan voordat ik ze zelf aantrek en jij op sokken naar je werk gaat."

Hij nam ze aan.


In de fabriekshal hield Richard een korte speech.

Niet vanaf een podium.

Vanuit zijn rolstoel, tussen houtstapels en machines.

"Ik ben bijna mijn leven kwijtgeraakt," zei hij. "Niet door ouderdom. Niet door pech. Door verraad."

De hal werd stil.

"Maar deze fabriek is nooit van één man geweest. Niet echt. Mijn naam staat op de gevel omdat ik ooit de leningen tekende. Maar jullie handen staan in elk meubel. Jullie jaren zitten in elk contract dat waarde heeft."

Hij ademde zwaar.

Eva stond klaar om in te grijpen, maar hij hief zijn hand.

"Er komt een stichting. Een deel van de winst zal voortaan structureel naar medische zorg gaan voor mensen die buiten de boot vallen. Niet als marketing. Niet als zielig verhaal. Als bedrijfsprincipe."

Kees riep:

"Betekent dat minder kerstpakket?"

Richard keek hem aan.

"Voor jou wel."

De hal lachte.

Daarna werd Richard ernstig.

"Er zijn mensen geweest die deze fabriek wilden verkopen, uitkleden en de grond onder jullie voeten duurder vonden dan jullie werk. Dat gebeurt niet."

Applaus.

Dit keer hard.

Bram voelde het in zijn handen op de rolstoel.

Hij had nog nooit tussen zoveel mensen gestaan die gezamenlijk besloten niet te verdwijnen.


Sanne kwam zes weken later terug naar Nederland.

Mager.

Bleek.

Maar met een hart dat het deed.

Richard ontmoette haar in een revalidatiecentrum, waar hij zelf ook behandelingen kreeg.

Zij zat in een stoel met een deken om haar benen, haar haar in twee scheve vlechten.

"U bent kleiner dan ik dacht," zei ze.

Richard knipperde.

"Ik zat op een ziekenhuisbed toen je over mij hoorde."

"Ja, maar met 82 miljoen verwacht je toch lengte."

Bram sloeg zijn hand voor zijn gezicht.

"San."

Richard lachte.

"Ik vind haar uitstekend."

Sanne keek naar hem.

"Dank u."

"Dat zei je al op je kaart."

"Nu zeg ik het met longcapaciteit."

"Dat waardeer ik."

Ze keek naar zijn rolstoel.

"Niet doodgaan graag is dus gelukt."

"Voorlopig."

"Mooi. Dan moet u iets nuttigs doen."

"Ik heb een stichting opgericht."

"Saai."

"Een fabriek gered."

"Oké, beter."

"Jouw operatie betaald."

"Dat was vooral nuttig voor mij."

Richard glimlachte.

"Wat stel jij voor?"

Sanne dacht na.

"Maak ziekenhuizen minder eng voor broertjes die doen alsof ze stoer zijn."

Bram keek naar haar.

"Ik zat naast je bed!"

"Ja. Als een grafsteen met wallen."

Richard keek naar Alexander, die achter hem stond.

"Noteer dat."

Alexander zuchtte.

"Ik noteer geen beledigingen als beleidsplan."

"Jawel," zei Richard. "Programma voor familieopvang bij complexe operaties. Bram kan adviseren."

Bram keek op.

"Ik?"

"Jij bent expert in angst met nachtdiensten."

"Dat is geen functie."

"Nog niet."

Sanne grijnsde.

"Ik wil ook in het bestuur."

"Je bent veertien," zei Alexander.

"Dan wordt het bestuur eindelijk jonger."

Richard keek naar haar.

"Adviserend jeugdlid."

"Met stemrecht?"

"Over snacks."

"Deal."

Zo begon het tweede project van Stichting Vijf Dagen.

Niet in een bestuurskamer.

In een revalidatiecentrum, met een meisje dat net genoeg adem had om brutaal te zijn.


Demi en Gerard werden maanden later formeel aangeklaagd.

De strafzaak werd breed uitgemeten.

Demi’s verdediging veranderde drie keer.

Eerst: Richard was verward.

Toen: Gerard had haar gemanipuleerd.

Daarna: zij had niet geweten dat de middelen schadelijk waren.

Dat laatste sneuvelde op haar eigen opname.

Gerard probeerde haar volledig de schuld te geven.

Hij had volgens hem alleen "emotioneel steun geboden" en "toekomstplannen besproken".

Zijn berichten maakten dat moeilijk.

Zorg dat er geen autopsie komt.

Dood is dood. Personeel praat niet als je ze betaalt.

Na verklaring notaris direct aandelenpositie checken.

De officier van justitie las die zinnen langzaam voor.

Alsof hij elk woord op tafel legde en wachtte tot Gerard erover struikelde.

Demi zat naast haar advocaat, dunner dan vroeger, haar glamour bijna verdwenen.

Toen Richard via videoverbinding getuigde, keek zij hem niet aan.

Hij keek wel.

Niet omdat hij nog iets van haar wilde.

Omdat hij wilde zien of zijn verdriet nog macht over hem had.

Het had dat minder dan hij vreesde.

"Hebt u van uw vrouw gehouden?" vroeg de officier.

"Ja."

"Wanneer stopte dat?"

Richard dacht lang na.

"Niet op het moment van haar bekentenis."

De zaal werd stil.

"Toen brak mijn vertrouwen. Liefde sterft soms trager dan verstand."

Demi keek op.

Heel even.

Richard ging verder.

"Ik stopte van haar te houden toen ik besefte dat zij niet alleen mij wilde doden, maar iedereen die van mijn werk afhankelijk was wilde verkopen voor haar eigen luxe. Toen werd zij niet meer mijn vrouw in mijn hoofd. Alleen nog iemand die ik ooit binnenliet."

Dat was geen theatrale zin.

Daarom deed hij pijn.


Bram getuigde ook.

Hij werd door Gerard’s advocaat hard aangepakt.

"U werd door dit testament plotseling financieel bevoordeeld."

"Mijn zus werd medisch geholpen."

"En u zelf?"

"Ik kreeg schoenen."

Er ging een zachte lach door de zaal.

De rechter keek streng.

Bram bloosde.

"Sorry. Ik bedoel: ik kreeg geen miljoenenrekening. Ik kreeg een beschermde positie binnen de stichting, maar ik kan daar niet zomaar geld uithalen."

"U kreeg status."

Bram dacht aan dubbele diensten.

Aan zijn moeder die rekende met medicijnen.

Aan Sanne die niet kon traplopen zonder buiten adem te raken.

Aan Demi die hem aankeek alsof hij vuil was.

"Als dit status is, had ik liever minder status en een gezond zusje zonder rechtszaak gehad," zei hij.

De advocaat probeerde nog iets.

"U had motief om meneer Van der Veen tegen zijn vrouw op te zetten."

Bram keek naar Demi.

"Zij deed dat zelf toen ze hem vertelde dat ze hem ziek maakte."

Daarna was het stil.


Het vonnis kwam op een koude ochtend in januari.

Demi werd veroordeeld voor poging tot moord met voorbedachten rade, opzettelijke toediening van schadelijke middelen, poging tot vermogensbenadeling en valsheid rond medische en huishoudelijke administratie.

Gerard werd veroordeeld voor medeplegen van vermogensdelicten, voorbereidingshandelingen, beïnvloeding en medeplichtigheid aan het plan, maar niet voor alle onderdelen rond de daadwerkelijke toediening. De rechtbank achtte niet alles bewezen wat Richard in zijn hart wist.

Recht is geen alwetendheid.

Dat leerde hij.

Demi kreeg een lange gevangenisstraf.

Gerard ook, korter dan Richard wilde, langer dan Gerard verwachtte.

Demi keek niet om toen ze werd afgevoerd.

Gerard wel.

Naar Demi.

Niet naar Richard.

Alsof hij nog steeds wilde weten of zijn investering iets opleverde.

Demi keek niet terug.

Dat was misschien de zuiverste samenvatting van hun liefde.


Na het vonnis vroeg Alexander of Richard opgelucht was.

Richard zat in zijn werkkamer op het landgoed in Wassenaar. Buiten stonden kale bomen. Binnen brandde de haard, te warm eigenlijk, maar Richard was sinds het ziekenhuis vaak koud.

"Opgelucht?" herhaalde hij.

"Ja."

"Nee."

Alexander ging zitten.

"Wat dan?"

"Bevestigd."

"Dat is minder prettig."

"Ik ben fabrikant. Ik wantrouw prettige etiketten."

Alexander glimlachte.

"Wat gaat u nu doen?"

Richard keek naar de kaart van Sanne, ingelijst op zijn bureau.

Niet doodgaan graag.

"Leven alsof ik niet alleen maar uitstel heb gekregen."

"Dat klinkt duur."

"Alles wat jij aanraakt klinkt duur."

"Ik ben uw advocaat."

"Dat zei ik."