Ik kon mijn ogen niet van de naam afhouden. Mijn achternaam stond daar, zwart op wit, onder een datum van bijna zevenentwintig jaar geleden. Mijn eerste gedachte was dat het onmogelijk moest zijn. Mijn ouders hadden elkaar ontmoet lang voordat ik geboren was. Mijn jeugd was nooit bijzonder geheimzinnig geweest. Geen adoptie, geen verdwenen familieleden, geen verhalen over onbekende verwanten. Toch stond mijn naam nu in een document dat Richard van Dijk jarenlang verborgen had gehouden.
“Wat is dit?”
Mijn stem klonk vreemder dan ik wilde.
Eva antwoordde niet meteen.
“Dat document mag alleen worden gelezen als Richard niet langer zelf kan uitleggen waarom het bestaat.”
“Hij ligt op de intensive care.”
“Precies.”
Ik sloeg de pagina om.
Daar stond mijn volledige naam.
Althea Vermeer.
Daaronder stond een ziekenhuisregistratienummer en een datum die ik niet herkende. Mijn ogen gingen naar de laatste kolom.
Contactpersoon: Richard van Dijk.
Ik voelde mijn benen slap worden.
“Waarom staat zijn naam hier?”
Charlotte stond achter me.
“Althea…”
Ik draaide me naar haar om.
“Jij wist hiervan.”
Ze keek weg.
“Niet alles.”
“Maar wel genoeg om mij te waarschuwen.”
“Ik probeerde je te beschermen.”
“Door met mijn verloofde te trouwen?”
Ze sloot haar ogen.
“Dat was niet mijn keuze zoals jij denkt.”
“Dan was het zijn keuze?”
Ze keek naar Eva.
Eva knikte langzaam.
“Richard heeft Charlotte gevraagd met Pieter te trouwen.”
Ik lachte ongelovig.
“Waarom?”
“Om te voorkomen dat Pieter met u zou trouwen.”
“Dat is geen reden.”
“Voor Richard wel.”
Eva bladerde verder.
“Er staat hier dat Pieter en u niet mochten trouwen zolang bepaalde documenten niet waren opgehelderd.”
Ik pakte het papier uit haar handen.
“Welke documenten?”
Ze wees naar een regel onderaan.
“Uw geboorteakte.”
Mijn hart sloeg hard.
“Wat is daarmee?”
“Er staat dat er een verschil bestaat tussen de originele registratie en de latere versie.”
Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.
“Welke versie?”
Eva keek me aan.
“De versie die u al uw hele leven kent.”
Ik dacht onmiddellijk aan mijn moeder. Aan de oude kast in haar woonkamer. Aan de documenten die daar lagen. Aan de envelop waarin mijn geboorteakte altijd had gezeten. Ik had hem misschien maar twee keer gezien. Waarom zou iemand ooit een tweede versie nodig hebben?
“Waar is de originele?”
Eva antwoordde zacht.
“Bij Richard.”
“Waarom?”
“Dat weet ik niet.”
“Je weet meer.”
Ze keek naar mij.
“Richard vertelde me dat uw familie niet toevallig met hem verbonden raakte.”
Ik voelde mijn keel dichtknijpen.
“Mijn familie?”
“Uw vader werkte voor hem.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Mijn vader werkte bij een scheepswerf.”
“Dat was zijn officiële beroep.”
“Wat bedoelt u?”
Eva keek naar Charlotte.
Charlotte begon te huilen.
“Je vader werkte een tijd voor Richard.”
Ik voelde iets in mijn herinneringen verschuiven. Een oude foto. Mijn vader in een pak dat hij zelden droeg. Een onbekende man naast hem. Mijn moeder die altijd had gezegd dat die foto tijdens een zakelijke bijeenkomst was genomen.
Richard.
Ik had hem toen niet herkend.
“Waarom heeft mijn vader voor hem gewerkt?”
Niemand antwoordde.
Ik sloeg opnieuw een pagina om.
Daar stond een handgeschreven notitie.
Althea mag nooit weten wat er in Rotterdam is gebeurd.
Ik voelde mijn vingers trillen.
“Wat gebeurde er in Rotterdam?”
Eva pakte voorzichtig het document terug.
“Dat weet alleen Richard.”
“Dan moeten we hem vragen.”
“Hij ligt onder narcose.”
“Ik wacht.”
“Hij kan dagen buiten bewustzijn blijven.”
“Dan wacht ik dagen.”
Pieter verscheen plotseling in de deuropening.
“Waar wacht je op?”
Ik keek naar hem.
Hij zag de documenten in Eva’s handen.
Zijn gezicht verstarde.
“Wie heeft je dit laten zien?”
“Je vader.”
“Mijn vader?”
“Via Eva.”
Pieter liep langzaam naar ons toe.
“Althea, geef me die map.”
“Nee.”
“Je weet niet wat erin staat.”
“Dat is precies waarom ik hem lees.”
Hij keek naar Charlotte.
“Wat heb je haar verteld?”
Charlotte schudde haar hoofd.
“Bijna niets.”
“Goed.”
Ik keek hem scherp aan.
“Je hebt geen recht om te bepalen wat ik mag weten.”
“Ik probeer je te beschermen.”
“Dat zei Charlotte ook.”
Hij zweeg.
“Jullie gebruiken allemaal hetzelfde excuus.”
Ik hield de geboorteakte omhoog.
“Waarom heeft jouw vader mijn originele geboorteakte?”
Pieter keek naar het document.
Zijn gezicht veranderde.
Ik zag geen verbazing.
Ik zag herkenning.
“Jij wist ervan.”
Hij slikte.
“Niet alles.”
“Maar je wist dat mijn naam in zijn dossiers stond.”
“Ja.”
De kamer werd stil.
“Wanneer?”
“Een paar maanden geleden.”
“En je hebt niets gezegd.”
“Ik wilde het eerst zelf uitzoeken.”
“Terwijl je met Charlotte trouwde?”
Hij keek naar de grond.
“Dat huwelijk was bedoeld om tijd te winnen.”
Ik staarde hem aan.
“Waarvoor?”
“Om te voorkomen dat iemand jou zou vinden.”
Mijn hart sloeg een slag over.
“Wie?”
Pieter antwoordde niet.
Ik stapte dichter naar hem toe.
“Wie zoekt mij?”
Hij keek eindelijk op.
“Niet iemand.”
Zijn stem was nauwelijks hoorbaar.
“Een organisatie.”
Eva werd onmiddellijk bleek.
“Pieter, nee.”
“Ze weten dat Richard nog leeft.”
“Wie zijn ‘ze’?”
Pieter keek naar de deur.
“De mensen die zevenentwintig jaar geleden verantwoordelijk waren voor wat er met jouw familie gebeurde.”
Ik kon nauwelijks ademhalen.
“Wat gebeurde er met mijn familie?”
Pieter deed een stap naar voren.
“Je vader was niet de man die je dacht dat hij was.”
Op dat moment begon in de intensive care een alarm te piepen.
Iedereen draaide zich om.
Maarten kwam de gang in rennen.
“Althea!”
Ik rende achter hem aan.
“Wat is er?”
“Richard is wakker geworden.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Dan kunnen we hem vragen.”
Maarten schudde zijn hoofd.
“Dat is het probleem.”
“Wat?”
Hij keek me ernstig aan.
“Hij heeft één naam uitgesproken.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Welke?”
Maarten keek naar Pieter.
“De naam van uw vader.”